Toepasselijk lied
1981-01-23
We waren met vakantie in Haamstede. Een mooie zomer, dat herinner ik me. Het is dus al wat jaartjes geleden. Iedereen was blij. Niet naar school en er eens fijn helemaal uit. op zaterdag aangekomen en dus de volgende dag naar de kerk. Je zag kennissen: Hallo, zeg, zitten jullie hier ook? De stemming was een beetje uitgelaten, mag je wel zeggen. Totdat de dominee opkwam: erg zwart. We waren meteen stil. Hij bleef ook nogal lang stil. Toen zeide hij: Gemeente, onze voorzang zij de honderd-en-dertigste psalm. De eerste regel die we ten gehore brachten was: Uit diepten van ellenden.- Jaargang 25
- nummer 3
Verscheidene mensen zullen gedacht hebben: dit kan niet. Man, we zitten niet in de put. Als iemand dat geroepen had, was het antwoord wel gekomen. Jullie behoren in de put te zitten. Is het niet om je zonden, dan wel om de ellende overal in de wereld.
Nee, je mag eigenlijk niet vrolijk zijn. Onlangs is er in “Herv. Nederland”over geschreven, dat ook het liedboek nogal veel over de ellende heeft. Maar onder ons wordt gezegd: dat liedboek is niet nodig. We hebben 150 psalmen en die kennen we nog lang niet allemaal. Laten we die eerst eens leren en ze veel zingen in de kerk. Ook de onbekende. Docht kort geleden vroeg iemand zich af (ds G.R. Visser) of alle psalmen wel geschikt zijn om door de gehele gemeente gezongen te worden. vele zijn daarvoor niet bedoeld.
En dat wilde ik maar zeggen, met die herinnering aan een Christelijke gemeenschap, die een treurig lied moest zingen bij een vrolijk hart; het omgekeerde van Spreuken 25: 20. Het zette zo’n domper op de kinderen, dat één van hen, een kind van tien, me onder ’t zingen vroeg: Vader, we hoeven vanmiddag hier toch niet weer naar toe?