Onze steun aan Soemba

1981-01-23
  • Jaargang 25
  • nummer 3
Van de kerkeraad te 's-Gravenhage ontvingen we het volgende schrijven: De steun vanuit de Nederlands Gereformeerde kerken aan de zustergemeenten op Soemba heeft in de afgelopen jaren bestaan uit het zorgdragen voor het levensonderhoud van ds P. P. Goossens, die door deze Soembanese Vrijgemaakte Kerken is beroepen als docent voor de opleiding van evangelisten en predikanten, en uit directe steun, voornamelijk bestemd voor de salarissen van Soembanese evangelisten en predikanten.
Daarnaast werden speciale projecten gesteund, zoals de bouw van het opleidingscentrum Parai Puluhamu (plaats van Goede Boodschap). (In aansluiting hieraan verleende de vereniging S.O.S. - Steun Oost Soemba - haar eigen bijdrage en wel door hulp in ontwikkelingswerk vooral ten behoeve van de landbouw In verband met dit werk heeft ds Goossens tien jaar op Soemba gewoond met zijn gezin. Een wijziging ontstond in '78, toen het gezin voor de opleiding van de kinderen naar Nederland moest komen.

Voor het werk van ds Goossens als docent werd de voorlopige oplossing gekozen dat hij jaarlijks voor drie of vier maanden naar Soemba ging om de eigenlijke cursussen te geven. Gedurende de overige maanden van het jaar was hij in Nederland voor het opstellen van studiemateriaal in de Indonesische taal voor die cursussen. Ds Goossens stelt zich voor dat hij op deze wijze na verloop van een aantal jaren zal hebben bereikt dat Soembanese kerken zullen zijn toegerust met het basismateriaal, dat de evangelisten en predikanten in staat zal stellen vast te houden wat hun in de loop van de jaren toen ds Goossens ten volle op Soemba werkzaam was, is geleerd en dat voor hen ook de grondslag kan vormen voor hun verder onderzoek van, de Heilige Schrift.

De Soembanese kerken hebben eenparig tot uitdrukking gebracht dat zij deze arbeid van ds Goossens voor hen van het allergrootste belang achten.
Voor de langere termijn deed zich de vraág voor of dit wel een doelmatige wijze van werken is. Daarover wordt verschillend gedacht. De Nederlands Gereformeerde Kerk van 's Gravenhage die tot nu toe fungeerde als "contactkerk" voor dit werk, meent van niet.
Hiertegenover staat de zienswijze van de Soembanese kerken en van ds Goossens.
Vanuit de ervaring, opgedaan in de afgelopen twee jaren, menen zij dat op deze wijze wel degelijk vruchtbaar wordt gewerkt. De Soembanese kerken dringen dan ook sterk aan op voortzetting van de steun in deze vorm.

Over deze problematiek werden in de afgelopen maanden twee vergaderingen gehouden, beide belegd door de kerk van 's-Gravenhage en bijgewoond door afgevaardigden van kerken die het zendingswerk op Soemba steunen.
In de eerste vergadering, op 4 oktober 1980 te Utrecht, bleek dat Den Haag vasthield aan zijn beslissing, de steun aan het werk van ds P. P. Goossens per eind 1980 te beëindigen. Vanuit de vergadering kwam duidelijk het gevoelen naar voren dat dit niet juist was, doch dat op één of andere manier gehoor moest worden gegeven aan het dringende verzoek vanuit Soemba om voortzetting van dit werk mogelijk te maken. In het bijzonder bleek een grote meerderheid van de vertegenwoordigde kerk van oordeel dat het niet aangaat op zulke korte termijn de steun voor dit werk en daarmee ook - naar men vreesde - het contact met de Soembanese kerken af te breken. Daarop bleek Den Haag bereid het werk ten behoeve van de Soembanese kerken over te dragen aan een andere "contactkerk".

Op 22 november 1980 is de tweede vergadering gehouden. Zij werd door een van de broeders uit Den Haag geopend, die na de opening de leiding overgaf aan br. J. C. van der Leun, voorzitter van de zendingscommissie van de kerk van Utrecht, de ontvangende kerk.
In die vergadering bleek dat een viertal kerken zich in onderling overleg hadden beziggehouden met de voorbereiding van de voortzetting van het werk, maar dat deze prijs stellen op voorafgaand grondig overleg met de steunbiedende kerken.
Een voorlopige commissie, bestaande uit leden van die vier kerken (Doorn, Maassluis, Utrecht en Vlaardingen), had reeds een aantal punten voor zulk overleg geinventariseerd.

De vergadering sprak haar steun uit voor het voorstel van de commissie om in ieder geval voor het jaar 1981 de voortgang van het werk veilig te stellen. Dit houdt in dat ds Goossens in 1981 zijn werk op en voor Soemba kan voortzetten zoals dat in 1979 en 1980 is geschied en dat de steun biedende kerken de daarvoor benodigde middelen willen opbrengen.

De commissie meende verder dat de volgende vragen onder het oog zullen moeten worden gezien: Hoe zien wij de toekomst van dit werk?
Hoe lang zal de steun vanuit Nederland nog nodig zijn? Voor de meer directe toekomst doet zich de vraag voor of de steun zoals die de laatste jaren gegeven is,niet te kwetsbaar is, doordat hij geheel gebaseerd is op het werk van één man.
Ook lijkt meer duidelijkheid gewenst over verantwoordelijkheden en beslissingsbevoegdheden.
Moet er weer één kerk komen die een centrale rol speelt in het contact tussen Nederland en Soemba, en zo ja, hoe moet de verhouding zijn tussen deze kerk en de steunbiedende kerken?
Hoe behoort de verhouding te zijn tussen de Nederlandse kerken, de Soembanese kerken en ds Goossens (die in dienst van de Soembanese kerken is)?
De vergadering gaf de voorlopige commissie de opdracht mee, om al deze vragen onder ogen te zien en hierover een samenhangend voorstel aan de kerken te doen vóór 1 april 1981.

De kerk van Den Haag zal het werk en de erbij behorende gegevens en gelden per eind 1980 overdragen aan de kerk van Maassluis. Dat werk bestond onder meer uit het uitbetalen van het salaris van ds Goossens en overmaken van steungelden naar Soemba en het onderhouden van het contact met de Soembanese kerken. Ook dat laatste zal dus door de kerk van Maassluis worden overgenomen.
Bijdragen van kerken, collecte-opbrengsten en giften voor het zendingswerk op Soemba kunnen worden overgemaakt op gironummer 1687238 ten name van Penningmeester Zendingscommissie Nederlands Gereformeerde Kerk, Fazantenstraat 45, Maassluis.

Dezer dagen is aan alle kerkeraden en zendingscommissies van de Nederlands Gereformeerde Kerken een brief gezonden, waarin de huidige situatie met betrekking tot de steun aan Soemba wordt uiteengezet en waarin erop wordt aangedrongen de voortzetting van dit werk voorshands nog met financiële bijdragen te blijven mogelijk maken.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief