Zo was het (47)

1981-01-30
  • Jaargang 25
  • nummer 4
In het verhaal van de vorige maand beweerde ik, dat wat er op de "meerdere" vergaderingen behandeld en besloten wordt aan de meeste gemeenteleden voorbijgaat. Het heeft met het leven van de gemeente van Christus, de gemeenschap der heiligen, weinig te maken. En als een gemeente er wel mee te maken krijgt dan is het vaker tot onheil dan tot heil van haar.
Dat heb ik althans een en andermaal ondervonden. Dat komt straks nog wel aan de orde. Dat vrijwel alles wat meerdere vergaderingen besluiten buiten de gemeente omgaat blijkt bijvoorbeeld uit het feit, dat vrijwel niemand der leden een K.O. ofwel een Kerk-Orde bezit. Daar kan men de regels vinden waaraan de meerdere vergaderingen zich hebben te houden.
Daarin wordt geregeld hoe een classis wordt samengesteld, hoe vaak die moet vergaderen, wat er moet of mag behandeld worden, hoe een P.S. wordt samengesteld en een G.S. Het heeft jaren geduurd eer het tot mij doordrong wat een P.S. en een G.S. voorstelden. Namelijk een Particuliere en een Generale synode. Ik herinner mij niet dat we op een vergadering van de kerkeraad ooit een K.O. hebben geraadpleegd. En als ik het wel heb ging het gemeenteleven er niet beter of slechter om. Een ouderling en ik gingen 4 keer per jaar naar de classis. Daar was wel één of meer deskundigen, die met kerkrecht op de hoogte waren. Ik heb het nooit tot deskundige gebracht. En ik kan niet zeggen, dat dit mij spijt of ooit gespeten heeft.

Aan de Universiteit heb ik mij vanzelf wel met de K.O. moeten bezighouden.
En later heb ik er ook wel eens in geneusd. Naar mijn smaak werd en wordt daarin veel te veel geordend of geregeld. Heel dat georden en geregel wordt verdedigd met beroep op één tekst van het N.T. Namelijk 1 Kor. 14: 40: "Laat alles betamelijk en in goede orde geschieden". Het begon daar in de gemeente van Korinthe wat onordelijk en onstichtelijk toe te gaan. Er was een veelheid van gaven of vermeende gaven. De één gaf een psalm op, de ander drong naar voren om in "tongentaal" te spreken.
Een derde had een profetie. Dat werd wat onstichtelijk. We zouden zeggen het begon wat te lijken op een poolse landdag of een jodenschool.
En met het oog daarop schrijft Paulus dat het zó niet moet. Wat iemand zegt of zingt of profeteert moet tot opbouw van de gemeente gebeuren. Het moet in de samenkomst van de gemeente ordelijk en stichtelijk toegaan.
Maar is daarmee een alles-regelende K.O. te verdedigen? Ik heb mij altijd verwonderd over de vrijmoedigheid waarmee deze tekst wordt uitgebreid tot een regeling van een wel-georganiseerde, geïnstitueerde gemeenschap van kerken in een land. Als het kon over heel de wereld. Daarover gaat het in 1 Kor. 14: 40 helemaal niet. Onder de joodse leraars waren er knappe koppen, die zoveel uit één tekst konden halen, dat van hen gezegd werd: Zij kunnen bergen van verklaringen ophangen aan een haar! Dat zou ik ook willen zeggen van verklaarders, die een K.O. ophangen aan genoemde tekst. Ze halen een complete K.O. uit één tekst. Ze halen het er wel uit, maar het zat en het zit er eenvoudig niet in.

Maar, zo hoor ik iemand zeggen: er moet toch orde, anders gezegd, er moet toch gezag over de gemeente zijn? Gezag moet toch overal zijn? Ik lees ineen (vroeger) bekende verklaring van de K.O.: "Het gezag der K.O. rust op het gebod van onderwerping aan de ambtsdragers. Gelijk de kinderen gehoorzaamheid verschuldigd zijn aan de ouders; en de onderdanen aan de overheid, zo vordert de Here ook gehoorzaamheid aan de kerkelijke machten". Ik bespaar u de bewijsplaatsen uit het N.T. Er deugt niets van. Wat mogelijk geldt in een plaatselijke gemeente wordt zo maar toegepast op het gezag van meerdere vergaderingen en vooral van een synode!
Het heeft lang geduurd eer m'n ogen zijn open gegaan voor de dwaasheid van zulk een verdediging van kerkelijke machten! Zoals een tovenaar van alles en nog wat uit een hoge hoed goochelt zo doet genoemde verklaring.

Het klinkt wel geloofwaardig. In een gezin is toch gezag? Is de gemeente ook niet een gezin? Een familie Gods, zoals Calvijn zei? Nu dan. Dus moet daar toch ook gezag zijn en onderwerping aan zulk een gezag?
Een staat zonder overheid valt toch uiteen en verwordt tot een hopeloze bende? Of niet soms. Nu dan, zo wordt een kerkengemeenschap toch een hopeloze bende, een chaos (zegt men dan) waar ieder doet wat goed is in eigen ogen?
Men heeft mij ook wel eens toegevoegd: Een onderneming moet toch een baas hebben? Nu dan, zo moet er in de Kerk toch een baas zijn? Mijn antwoord was dan: Laten we dan weer Rooms worden, dan hebben we een èchte Paus.

Lang heb ik behoord tot de zwijgende meerderheid, die dit alles maar over z'n kant liet gaan. Wij ondervonden weinig lusten van synoden maar ook weinig lasten. We vonden ze weleens wat duur, maar vooruk het geld kwam er wel weer. En het leven van onze gemeente ging er wel om door. Wij voelden niet de "klauw van het beest", de machten, die willen heersen in plaats van dienen. Maar door wat gedaan is in 1944-46 en zich herhaald heeft in 1968 ben ik wijzer geworden. En heb gezien het unieke van de gemeente van Jezus Christus. Zij is een familie, een gemeenschap, een kleine maatschappij die énig is. Met geen andere gemeenschap te vergelijken.
Eigenlijk in deze wereld, naar wereldse normen onbestaanbaar.

Stelt u zich maar voor: Een gemeenschap onder een onzichtbaar Hoofd.
Niet op aarde maar in de hemel. Die z'n gemeente of z'n lichaam regeert door Zijn genade en Geest. Door Hem regeert onze Vader, die in de hemelen is. Van Wiens Liefde geen schepsel ons kan scheiden. Hij is onze enige Paus, goed verstaan. Want het woord Paus betekent niets anders dan Papa of Vader. En nu denk ik als vanzelf aan Mattheüs 23: "Gij zult u niet rabbi laten noemen; want één is uw Meester (Leraar) en gij zijt allen broeders. En gij zult op aarde niemand Vader noemen, want één is uw Vader, Hij die in de hemelen is. Laat u ook geen leidslieden noemen, want één is uw Leidsman, de Christus. Maar wie de grootste onder u is, zal uw dienaar zijn."
Kerkelijke machten op aarde? Waar haalt men het vandaan. In en over de gemeente van Christus mag alleen de macht der Liefde zijn. En Liefde dient. En nu zeg ik niet, dat meerdere vergaderingen, ook synoden, niet willen dienen. Ze willen het mogelijk wel, maar ze doen het niet. Zonder het te willen of te bedoelen heersen ze. Zo worden er Vaders en Meesters en Leiders gekweekt. Dat heb ik gemerkt.

In 1945 of begin '46 kwam ik in Amsterdam een Hooggeleerde - en door mij geëerde broeder tegen. Ik had veel respekt voor hem. Denk nog met dankbaarheid aan hem terug. Hij vroeg mij of ik nog niet tevreden was, of ik nog bezwaard was. M'n antwoord was bevestigend. Er was immers door de synode niets veranderd? Toen hij weer: "Waar is dan uw bezwaarschrift? Dat hebben wij niet". Ik vroeg: "Wie bedoelt u met wij?" Hij antwoordde: "De synode en wij als adviseurs. Bij ons moet u zijn." Hij was ziedend kwaad. Ik zei, meen ik, nog, dat m'n bezwaren bekend waren bij kerkeraad en classis en dat ik met de synode voorlopig niets te maken had. En dacht: Dat wordt er van een zachtmoedig, vriendelijk man, die zich leent aan een synode om prae-adviseur te zijn. De synode spreekt met "goddelijke autoriteit" onder leiding van prae-adviseurs en dus moeten bezwaren bij die autoriteit worden ingediend.

Men heeft zich beroepen op het zogenaamde Apostelconvent te Jeruzalem van Hand. 15. Daar vergaderden de gemeente van Jeruzalem, de apostelen en enkele afgevaardigden uit Antiochië. Wie dat een synode durft noemen moet wel niet bang zijn. Er was een samenkomst, dat klopt. Maar Toch een heel andere samenkomst dan wij onder een synode verstaan.
Men heeft weleens tegen mij gezegd, dat ik mij toch niet verzetten mocht tegen een besluit of besluiten, die mee namens mij waren genomen! Een synode vertegenwoordigde immers de kerken en ik was lid van één van die kerken en dus ging ik tegen m'n eigen besluit in. Gekker kan het al niet. Maar het is echt gebeurd. Door een fanatieke synode-vereerder. Overigens een goede man.
Het leven van de gemeente in V. ging er even goed of even slecht om dóór, wat meerdere vergaderingen ook besloten. De Acta of verslagen der meerdere vergaderingen werden netjes naast elkaar in een kast gezet. Vermoedelijk door niemand ingezien. Bij mijn weten door mij ook niet. Wij bemoeiden ons met de synode niet en zolang de synode zich maar niet met ons bemoeide was het ons goed.
Wel hebben we eens bij een moeilijke kwestie een vraag gericht aan de hoogleraren-in-het-recht-der-kerk. Wij hadden als kerkeraad een probleem waar we niet uitkwamen. We hielden ons aan de regel, dat we wat belangrijke besluiten éénstemmig namen. Werden we het op een vergadering met eens, dan stelden we een beslissing uit tot een volgende keer. Dan lukte het gewoonlijk wel het eens te worden. In elk geval wel zo, dat tegenstemmers er zich van harte bij neerlegden. Maar die éne keer lukte het niet. Toen werd voorgesteld de vraag voor de leggen aan Prof. H. H. Kuyper. Ik stelde voor ook Prof. H. Bouwman te raadplegen. Dat gebeurde.
En het resultaat? Dat hun adviezen lijnrecht tegen mekaar ingingen.
Ik kan niet zeggen, dat ik het erg vond. Toen moesten wij toch zelfstandig een besluit nemen. Ik weet niet meer waarover het ging. Maar we zijn wel tot een eenstemmig besluit gekomen. In volle zelfstandigheid en vrijheid. En daar houd ik van. Van de zelfstandigheid en vrijheid van de plaatselijke kerk. Liever nog: van de plaatselijke gemeente.

Als we het N.T. nagaan valt het op, dat in verreweg de meeste gevallen als er van een gemeente of gemeenten sprake is bedoeld wordt de gemeenschap der gelovigen in een bepaalde plaats. Ieder, die een concordantie in huis heeft - een boek waarin vrijwel alle woorden en vindplaatsen worden genoemd - kan dit nagaan. Terecht is dàn ook in de dagen der Doleantie de naam gekozen: Geref. kerken. Elke gemeente is een vergadering van gelovigen in Christus. In het N.T. is ook sprake van huis-gemeenten. Kerkgebouwen zoals wij die kennen waren er in het begin niet. Welnu, dan vergaderde de gemeenschap in het huis of de werkplaats van een gemeentelid.
Zoals in tijden van reformatie of na een scheuring weer gebeurd is. Wat mij betreft, ik preekte soms voor een groepje van tien of twintig personen met meer plezier dan voor een schare van honderden. In die over het algemeen kleine groepen in de tijd van het N.T. werd het Evangelie verkondigd en mogelijk besproken. Daar werd overlegd, met al de heiligen, wat de wil van God was voor heel het leven. Daar werd het Heilig Avondmaal gevierd. En gedoopt. Er was waarschijnlijk meer gemeenschap en blijdschap en saamhorigheid dan in menige wel-geordende-kerk of gemeente van tegenwoordig.

Zeker spreekt het N.T. ook van contact van de gemeenten. Voor de gemeente van Jeruzalem werd gecollecteerd. De brieven van Paulus moeten ook door genabuurde kerken worden gelezen. Aan één gemeente wordt geschreven, dat zij niet menen moeten alleen de wijsheid in pacht te hebben.
Ik zeg het nu maar in eigen woorden. Er werd in die dagen niet zoveel gereisd als in onze tijd. Maar er was meer verkeer dan wij wel denken.
We komen sommige broeders in verschillende plaatsen tegen. Er waren dunkt mij vooral persoonlijke contacten. Er zal verscheidenheid geweest zijn zoals die er nu ook is. Maar toch was er éénheid. Wat voor éénheid? Die van Efeze 4 denk ik. Waar Paulus de gemeente vermaant: "beijvert u te bewaren de eenheid des Geestes door de band van vrede: één lichaam en één Geest, gelijk gij ook geroepen zijt in de ene hoop van uw roeping: één Here, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, die is boven allen en door allen en in allen". Als wij, leden van de Ned.
Geref. kerken of gemeenten, die langs verschillende wegen bij elkaar gebracht zijn, in de eerste plaats ons eens bekommerden om genoemde éénheid, zouden we het dan met elkaar niet eens worden over minder belangrijke zaken? Hadden de synoden van '44 en van '68 zich daaraan nu eens gehouden, zou dat niet oneindig veel beter geweest zijn dan wat ze nu hebben gedaan. Een ander woord rit achter de omheining van m'n tanden. Ik houd het maar voor mij.

In het N.T. vinden we m.i. geen schijn of spoor van een organisatie, zoals wij die nu hebben. Ja, zegt men, dat hoefde nog niet, want er was het gezag van de Apostelen. Ik vraag mij af of wij dat gezag vandaag dan niet meer hebben? Daarover bij leven en welzijn een volgende maand.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief