Ons nieuwe kerklied (2)

1981-01-30
  • Jaargang 25
  • nummer 4
We eindigden de vorige week met de conclusie: de commissie stelde een aantal normen voor kerkliederen op, maar deze normen moeten nader worden bezien; ook voor hun toepassing. Daar gaan we dus nu mee verder. Daarbij herhalen we dat, indien onze inzichten soms niet volledig met die van de commissie samenvallen, dit allerminst een gebrek aan waardering voor haar monnikenwerk betekent. Eerder moge de commissie onze opmerkingen zien als erkenning van haar arbeid.

Bij L 61 wordt gesteld, dat de pericoop niet getrouw is gevolgd, waar het beeld van de wijngaard (Matth. 21 : 33-41) ten onrechte op de natuur - en niet op Gods volk is betrokken.
Indien de commissie gelijk had was het erg genoeg. Maar laten we hier beginnen: er is geen pericoop berijmd, doch een wisselzang gecreëerd (tussen de evangelist en verkeerde arbeiders), niet eens "naar aanleiding van" een Schriftplaats, maar "bij" die Schriftplaats. Een lied dus om na een preek over deze tekst te zingen, zodat de preek ook aan kinderen duidelijk wordt.

En zo weinig heeft dit lied met natuurbehoud te maken, dat de verkeerde arbeiders aan het slot berouw tonen en huiverend vragen: maar zullen wij tot straf met de kwaden een kwade dood sterven?! Dat ringen ze, die bekeerde-verkeerde arbeiders, nadat hun gebleken is: dat de gezonden boodschapper Gods eigen Zoon is, die de vruchten van zijn Geest komt zoeken. Het kyrië, waarmee de arbeiders eindigen, gaat veel verder dan Matth. 21 - want daar waren het onbekeerlijke overpriesters, oudsten en farizeeërs (21 : 23, 45), die geen bekering nodig dachten te hebben. In het voorbijgaan is de Drie-eenheid genoemd. En zouden gereformeerde zangers niet de rol van kwade arbeiders kunnen inleven? Zeker wel wanneer daar bekering op volgt.

Lied 19 heet een "bewerking" van psalm 130, ten onrechte. Het is Luther's Aus tiefer Not en dat is nooit een berijming of bewerking, maar een vrij lied naar aanleiding van een Schriftplaats. En als de commissie vindt dat het hart van 'de psalm (: 3) is weggelaten, achten wij .,wanneer Gij op ons falen let zijn wij, 0 God, verloren" een redelijke vertolking van "zo Gij Heere onze ongerechtigheden gadeslaat, Heere wie zal bestaan?". Want falen is ten diepste niets minder dan zonde. Het oude woord sundia zegt niet anders dan: tekortschieten, niet aan de verwachtingen voldoen, falen.

Is er in L 110 niet teveel bijgemaakt? Alleen het eerste couplet acht de commissie een weergave van het Bijbelgedeelte. Dat gaat over Openb. 5 : 12, een lofzang op het geslachte Lam. Inderdaad zijn daar de drie andere coupletten "bijgemaakt". Het lied heet dan ook geen berijming, al komt er een mooi stuk Schrifttekst in voor, maar het is aangeduid "bij" Op. 5 : 12. Dat moet ons niet ontgaan. Zelfs de Drie-eenheid wordt er in genoemd.
En lees vers 3 eens, niet als een overbodigheid:

Die in ons oog de moeite leest,
toont ons zijn medelijden;
Hij is, als wij, verzocht geweest
en sterkt ons, als wij strijden.

Dat is, dunkt ons, toch niets teveel gezegd.

De commissie acht L 33 - dat "naar" Jes. 55 : 1-7 gedicht is - "omgebogen" tot een avondmaalslied. Dat is juist gezegd. Maar deed de dichter er verkeerd aan? De tekst is een oproep aan alle dorstigen, om gratis gevoed en gelaafd te worden. Wij menen dat het een goede vondst van ds J. Wit is geweest, dit lied voor het avondmaal te bestemmen. Een vondst die heel wat gezonder is dan ons gebruik om psalm 116 te zingen aan tafel, met zijn "och Heer, och werd mijn ziel door U gered". Welke psalm immers slaat op genezing van een dodelijke ziekte - en niet op redding van eeuwige ondergang. Maar wij hebben eeuwenlang deze psalm als avondmaalspsalm aanvaard, omdat de kelk des heiIs voor de avondmaalsbeker werd aangezien.
We zouden willen vragen: is dit geen misbruik van de Schrift?

En dan maken teksten als "Hier weet gij met harten, met handen en monden, dat God met zijn volk zich voorgoed heeft verbonden"; en: "De vallende mensen die nu zich bekeren zijn heiligen Gods aan de tafel des Heeren" , Lied 33 tot een pracht van een avondmaalslied, kunnen we zeggen.

Ook L 51 is "omgebogen" in de richting van het avondmaal. Maar het is "bij" Matth. 8 : 5-13 gedicht; is niet een berijming van, zelfs niet naar aanleiding van. De tekst (over de hoofdman, in zijn verhouding tot meerderen en minderen) is overbekend. Het gebruik als avondmaalslied komt hier op neer: de Heere roept ons aan tafel en dan kómen wij. Gehoorzaam gelovend. Zendt Hij ons heen met een opdracht dan gáán wij, in zijn kracht. Gehoorzaam gelovend. Maar roepen wij Hem aan dan kómt Hij, met brood en wijn, ons sterken. "En uw naam wordt een lied in mijn mond".

Wij zouden willen zeggen: .gebruikt uw gezonde verbeelding, lieve mensen, en prijst de Heere met dit nieuwe lied, naar de Schrift!

"Sommige liederen suggereren, dat de vroegere heilsfeiten opnieuw plaats vinden", zegt de commissie. Inderdaad. De ijzeren orde van het herlevend kerkelijk jaar werkt dit in de hand: dat heilsfeiten door hun jaarlijkse herhaling meer de betekenis van subjectivistische symboliek krijgen dan van
historische eenmaligheid. Daarmee wordt hun uniek karakter geweld aangedaan,
zonder twijfel met de beste bedoelingen. De commissie ziet echter in, dat er verschil moet worden gemaakt tussen dichterlijke levendigheid en theologische herbeleving. Zeer wijs. En terecht wijst zij in L 180 "altijd zal Jezus weer in doodsstrijd wezen" af! Maar blijkbaar heeft de commissie ook gezien, dat in de grondtaal verleden en toekomende tijd en aanvoegende wijs niet altijd helder leesbaar zijn. U denke aan psalm 126, waar vertaald kan worden: "toen de Heere de gevangenen van Sion terug deed keren" - maar evenzeer "als de Heere de gevangenen van Sion zal terugbrengen". En vele andere plaatsen.

Ook L 236, het voormiddeleeuwse Beata nobis gaudia, stelt een herhaling van de uitstorting van de Heilige Geest hoger dan het unieke historische gebeuren. Terecht wordt hier dus gewaarschuwd.

Lied 155 is een kerstlied, waarin de vreugde om het geboren Kindeke overvleugeld wordt door de voorziene vernedering. Een bespiegeling, maar geen verkondiging van grote blijdschap. De commissie heeft geen bezwaren, hoewel de engelen in de kerstnacht bepaald anders zongen.

L 124 (Nu daagt het in het oosten) aanvaardt de commissie, als een op dichterlijke wijze in de tegenwoordige tijd bezongen geschiedenis. Dat is prachtig. Ook een commissie kan gezonde fantasie tonen en zich ontworstelen aan platgetreden paden.

Lied 11 valt onder het oordeel van vergeestelijking en/of allegorisch verklaren.
Het lied is een dichterlijke illustratie bij 1 Kon. 19 : 3-18 over Elia, die naar de Karmel vluchtte, maar gesterkt werd om Gods opdrachten uit te voeren. Het rapport heeft gelijk: deze Schriftplaats bevat geen opdracht aan allen om te eten en te drinken met het oog op onze lange levensreis (laatste couplet) - maar onze spijs moet zijn: het doen van de wil van onze Vader, ter plaatse waar Hij ons stelt.

Lied 12 treft eenzelfde oordeel. Het is een lied "bij" 1 Kon. 19 : 11-13 de verschijning van de Heere aan Elia op de Kannel. De vraag komt echter op: wat moeten wij met preken over d.e Heere, die niet in storm, niet in aardbeving, niet in onweer tot ons komt - maar in de stilte? Is het hier gebruikte beeld alleen voor Elia bedoeld? Slaat het niet op ónze ervaringen met de Heere?

Wij twijfelen daar aan en zijn daarom huiverig voor het oordeel der commissie, die het lied afwijst. Maar het lied eindigt als Elia: "En wij omwinden het gelaat". "Spreek Heere, uw knecht hoort", zei Samuël.

Ook voor L 80, gedicht "bij" Joh. 20: 1-9, zouden wij een lans willen breken. Het is geen Schriftberijming, geen gezongen Woord. Het is wel een schoon vers, dat toch eens gezongen moet kunnen worden. "Leggen we onze twijfel af?", vraagt ds Wit. Er staat: Johannes zag (de opgevouwen doeken) en geloofde. Het lied is een allegorie, zeker. En "wij zijn in onszelf verward", zeker. Maar de vraag is: "doe ons de Schriften open, dan zullen wij als gedoopten voorgoed met de uwen lopen". Dat is geen vergeestelijking, wel?

Aandacht wordt besteed aan formuleringen, die sterk een vorm van natuurgodsdienst suggereren; men wijst die af. De norm is goed, over de toepassing valt te praten. Want ook bij L 54 over de zaaier uit Luc. 8 : 4-15 moeten we weer in rekening brengen, dat het gedicht een illustratie "bij" de gelijkenis wil zijn. Geen berijming van. De preek gaat voorop dit lied zou kunnen volgen als een toegift. En van natuurgodsdienst blijkt niet veel.
Er is wel wat anders gebeurd, dat niet gerapporteerd werd. De dichter heeft de gelijkenis van het verloren zaad gecombineerd met het "stervend graan" uit 1 Cor. 15: 36, welk graan allerminst verloren gaat als het eerste. Aan het slot maakt hij de kring rond, door de kerk tot "moedergrond" te verklaren. (Van moederkoren misschien?) Als wij toch dit gedicht niet verdedigen is het vanwege de overbelading en omdat het suggereert dat verloren graan toch nog vruchten oplevert.

Zoetelijke en romantische liederen worden evenzeer geweerd. Waarschijnlijk terecht, al moeten we onderscheiden tussen gevoel en gevoeligheid.
We mogen ons gevoel nimmer uitschakelen, wanneer wij de Heere willen dienen met geheel ons verstand en met geheel ons hart. Maar L 131 ,,0 zalig heilig Bethlehem" staat ver van de Schrift, is dan ook van Brugge, uit het jaar 1609.

Iets anders staat het met L 391 "De maan is opgekomen" van Schulz, 1790.
De vertaling van Muus Jacobse is wijdlopig en veel slapper dan Der Mond ist aufgegangen. Toch is het oorspronkelijke wel goed, niet zoetelijk. Een avondzang.
Misschien wat romantisch? Wij herinneren ons, dat wijlen ds G. Visee een grammofoonplaat van Erica Köth liet horen. Daarop dit Lutherse lied. Hij zei toen ongeveer dit: "dan moet je zo'n Duits boerengezin (hij dacht aan Emlichheim) van het land zien terugkomen, op de paardewagen, tegen de avond. En bij een bocht van de weg zien ze ineens ... de prachtige volle maan boven de horizon komen. Dan gaat zo'n gezin eensklaps zingen ...
dit lied. Man, dat is puur Lutherse vroomheid. En dan het slot van het lied: een gebed voor de zieke buurman, de naaste, de állernaaste!"

(slot volgt)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief