Help, ik zit tussen de heidenen
2011-12-09
Het is maandagochtend. Met enkele collega’s bespreek je de tv-programma’s van dat weekend. Je voelt hem al aankomen.- Jaargang 55
- nummer 24
‘Dat heb jij zeker niet gezien, die 25 meest uitdagende seksscènes op tv? Want het was en zondag en jij mag daar natuurlijk niet naar kijken!?’ Los van de vraag of je hebt gekeken en als het zo is, of je daar eerlijk over zou willen zijn, zou jij liever vertellen over de geweldige kerkdienst, over hoe liefdevol en groot God is en hoe belangrijk voor jou.
Of heb je nog nooit zo’n gesprek over God en geloof gehad? Je hebt vaak gehoord in jouw kerk dat het Evangelie verkondigd moet worden. Erger nog, dat jij dat zou moeten doen, dat jij zou moeten E-van-ge-li-seren! Je zou wel graag willen, maar je durft niet.
Op zondag klinkt het allemaal zo mooi. Maar, wat moet je de volgende dag op je werk en op school.
Weet ik dan wel hoe lastig het is om christen te zijn buiten de kerk? Ik heb makkelijk praten als dominee! Ja, is dat zo? Ik wil je helpen. Niet door pasklare antwoorden te geven op vragen van atheïsten, zoekers en twijfelaars, daar zijn genoeg boekjes voor.
Nee, door samen te kijken naar situaties van alledag en hoe dat kansen kunnen worden om het Evangelie te delen. Ik doe dat o.a. door mijn eigen ervaringen met je te delen.
Niet omdat mijn leven een successtory is. Dat is het overigens bij vrijwel niemand van ons, maar we doen soms graag alsof. Ik heb daar een hekel aan, al doe ik er ook wel eens aan mee.
Maar, ik ben meer Adrian Plass dan moeder Theresa en vergelijk mijzelf eerder met Mike Yaconelli (van het boek Struikelend achter Jezus aan) dan met John Stott. Maar, wanneer voorgangers zeggen dat ze vroeger last hadden van een zonde of vroeger ook moeite hadden om over Jezus te spreken, kun jij je niet meer identificeren met hen. Ten onrechte zou je hen, of in ieder geval mij, daardoor zelfs op een voetstuk plaatsen. Daar hoor ik echter niet op thuis, want ik worstel met dezelfde dingen als jij. Toen ik nog geen predikant was en vandaag ook. Wordt het dan niet beter? Ja hoor, soms wel, soms ook niet.
Maar voordat we nu naar mijn verhaal gaan, wil ik eerst naar jouw verhaal.
Wil je, voordat je verder leest, eerst over deze vragen nadenken?
- Wat was het moment waarop je het meest tevreden was over de manier waarop je het Evangelie met iemand deelde? En hoe was die situatie?
Wat deed je, wat zei je?
- En wat was het moment waarop je het meest tekort schoot in het delen van het Evangelie? En waarom? Wat stond je in de weg?
Goed, mijn verhaal. Voordat ik predikant werd, was ik ‘één van jullie.’ Ik was, zoals het merendeel van de lezers, een loonslaaf. En omdat ik gewoon naar mijn werk moest, kwam ik ook in aanraking met heidenen. Je weet wel, van die onkerkelijke wezens, atheïsten of teleurgestelden in de kerk, of nieuwsgierigen naar het geloof en alles wat daar tussenin zit.
Acht jaar werkte ik voor een internationale handelsfirma, waar een collega en ik op ruim 40 medewerkers, voor zover wij wisten, de enige christenen waren, of er moesten geheime gelovigen zijn geweest.
Regelmatig had ik lastige en soms mooie gesprekken. Werd ik uitgelachen, al dan niet openlijk. Werd er bewonderend over mijn principes gesproken of juist laatdunkend. Werd ik gerespecteerd, maar ook geminacht.
Had ik uitstekende relaties met collega’s, maar ook slechte tot zeer slechte.
Soms sprak ik tijden niet over God en dan weer heel vaak. Ik voelde me soms een dappere getuige, soms een miezerig mannetje, niet waard een volgeling van Jezus genoemd te worden.
Wat zijn heidenen eigenlijk?
Voordat ik meer vertel. Wat zijn heidenen eigenlijk? Je begrijpt, hoop ik, dat ik het woord heiden plagerig gebruik en niet als scheldwoord. Want letterlijk gezien zijn wij het allemaal, tenzij we Jood zijn. Heidenen zijn mensen die lief of onuitstaanbaar zijn.
Ze hebben humor of zijn zuur en verbitterd.
Ze gaan relaties aan, soms succesvol, soms niet. Ze verdienen graag geld en zorgen voor hun gezinnen.
Sommigen zijn eenzaam en zouden best een relatie willen. Wanneer ze op een uitslag van een onderzoek wachten, zijn ze meestal bang en ongerust.
Sommigen van hen zijn homo, de meesten hetero. Er zijn er die samenwerken, er zitten onmogelijken tussen. Ze lezen het AD of de NRC.
Ze houden van lekker eten en van seks. Ze vinden opvoeden lastig en worstelen om tijd voor hun kinderen te maken. Ze vragen zich af, of er meer is in het leven en daarna. Zeker wanneer ze een geliefde begraven. Ze zijn bezorgd over de tegenstellingen in ons land en over hun pensioen. Ze zijn voor Feyenoord of PSV, of hebben niets met voetbal, kijken urenlang Tour de France, Wimbledon of Zomergasten.
Ze staan bloot aan verleidingen van hebzucht, egoïsme, overspel en andere rottigheid. Ze... ze zijn net als wij...
Christenen en niet-christenen, hebben dezelfde vragen, angsten, zorgen, vreugde en hoop. We voelen en verlangen hetzelfde, hopen op en twijfelen aan dezelfde dingen. Met één groot verschil. Veel niet-christenen geloven dat ze alles in dit leven moeten realiseren, omdat ze geloven dat het daarna over is. Christenen hopen en geloven dat het leven niet ophoudt.
Mijn verhaal
Terug naar mijn verhaal. Hoe ging dat in de praktijk? Een man die in functie direct boven mij stond, daagde mij vaak uit over mijn ethische grenzen te gaan. In een handelsfirma sta je vaak voor ethische vragen. Met vallen en opstaan maakte ik keuzes, niet altijd de goede. Nooit had hij een positief woord daarover, totdat ik vertrok en hij zei dat hij me respecteerde! Ik was stomverbaasd en vond het jammer dat hij dat nooit eerder gezegd had.
Maar toch, het geeft aan hoe er naar je gekeken wordt.
Met een paar collega’s van een andere afdeling kreeg ik een steeds slechtere verstandhouding. De hele afdeling, vijf man sterk, kwam niet op mijn afscheidsreceptie.
Dat deed pijn. Bij sommigen van hen had ik meegeleefd als er iets spannends aan de hand was waar ze bezorgd over waren, of als er een familielid overleed. Het is helaas niet gelukt de verstandhouding te verbeteren en dat lag niet alleen aan hen.
Met de meeste collega’s kon ik wel een keer over de Heer spreken. Het vroeg geduld en het juiste moment. Ik tastte af of ze er open voor stonden. Vaak waren ze er wel gevoelig voor op moeilijke en verdrietige momenten in hun leven.
Bij één duurde het zeven jaar. Hij maakte het nodige mee en sindsdien spraken we regelmatig over de Heer.
Ik gaf hem een Bijbel en boeken. Hij volgde een Alpha-cursus. Helaas het is (nog) geen succesverhaal, maar ik geef het gebed voor hem niet op, de vriendschap ook niet.
Evangelisatieobjecten
Spreken met mensen over Jezus is zinloos als je niet met God spreekt over die mensen. God geeft mensen op ons hart om voor te bidden, lief te hebben en te zegenen. Vertrouwelijke omgang met Hem geeft je fijngevoeligheid en echte belangstelling. Gebed is keihard nodig, want vaak heb ik die bewogenheid voor een ander niet en moet er eerst bij mij iets veranderen.
Zonder liefde en bewogenheid vind ik het hypocriet om over de Heer te spreken. Gaat die mens mij echt aan mijn hart? Of breng ik alleen maar mijn boodschap? Mijn vriend gaat me echt aan mijn hart. Hij weet dat en hij weet ook dat mijn vriendschap niet afhangt van zijn bekering.
Trouwens, wij focussen vaak op de boodschap, want het Evangelie moet gebracht worden. Maar hoe communiceren we die boodschap? Relaties zijn veel belangrijker! Want heidenen zijn geen Evangelisatieobjecten, ze bekeren zich meestal traag, als ze het al doen en ze willen niet bepreekt worden. Wat willen ze wel? Je observeren.
Zien of wat jij gelooft ook blijkt uit wat je doet, wat je zegt, wat je niet doet en niet zegt. Zien hoe jij reageert op tegenslag, ziekte, conflicten en op fouten die je zelf gemaakt hebt.
Ik werk dan wel niet meer in het bedrijfsleven, maar ik heb nog steeds niet-christelijke vrienden. Dat is een keuze. Op de voetbalclub waar ik jeugdtrainer ben, bouw ik al negen jaar aan relaties. Als ik train, dan train ik en coach ik en praat ik niet over God. Maar ik kan soms wel iets van een vaderrol vervullen voor jongens die geen vader hebben of hem zelden zien. Ik kan wel tegen stoere, maar o zo onzekere tieners zeggen dat ze waardevol zijn, ze complimenten geven voor alles wat ze goed doen, ze aanmoedigen, belangstelling tonen voor hun schoolwerk en voor hun thuissituatie. Blij met ze zijn als ze overgaan. Ik kan ze leren hoe ze met conflicten om kunnen gaan. En met anderen in het team die hen niet zo goed liggen, want zo’n team is soms net de kerk.Wat geldt voor die tieners, geldt ook voor hun ouders en voor collega-trainers. Ik ben echt net als zij; ik maak fouten.
Mannetjes met gebreken
Ik dacht zo vaak en nog, perfectionist die ik ben, dat ik steeds tekort schiet en de naam van God alleen maar schaad. Maar ik word juist geloofwaardig wanneer ik mijn fouten toegeef en excuses maak. Wanneer ik zeg dat ik wachten op de uitslag van een onderzoek ook doodeng vind, al weet ik waar ik heen ga als ik een ernstig ziekte zou hebben en zou overlijden.
Ik word pas geloofwaardig als ik zeg dat ik mijn vader mis, die in het najaar van 2010 overleed, ook al weet ik waar hij nu is. Door zo in het leven te staan krijg ik vanzelf ruimte om te spreken over mijn Heer. Soms krijg ik zomaar vragen en dan niet vijandig, maar belangstellend, hongerig zelfs.
Soms kan ik zomaar met kerst aan een heleboel jongens een dvd geven over het leven van Jezus.
God kan door mannetjes als ik heen werken, mannetjes met gebreken, angsten, zwakheden en depressies, maar met liefde voor de Heer en mensen. Zijn Geest leert mij en jou kijken met Gods ogen, met Gods bewogenheid, leert ons leven zoals Jezus dat voordeed. Met liefde, midden tussen de mensen. Delend in hun mooie momenten en hun verdriet, hun vragen en angsten.
In kleine groepen
Het boek Total Church van Steve Timmis en Chester is nu in het Nederlands beschikbaar. Ze beschrijven de praktijk van hun gemeenteleven.
Zij hebben herontdekt wat christenen in de eerste eeuwen wisten; dat het Evangelie geleefd moet worden. Wanneer je in groepen met andere mensen je leven deelt, ‘landt het Evangelie’. Het krijgt handen en voeten, een mond en een gezicht. Lagere drempels dan bij een kerkdienst of een cursus. Niet-christenen krijgen de kans om te zien en te ervaren wat het leven als christen inhoudt. Jij hebt misschien niet zo de gave om te spreken, maar je bent wel gastvrij, kunt goed koken, stelt mensen op hun gemak. Een ander in jouw groep praat makkelijker over de Heer met jouw collega of buurman. De gaven van de Geest komen tot hun recht. In de Nederlands Gereformeerde Kerk van Maassluis, waar ik samen met mijn collega dien, experimenteren we hier mee en ervaren zegen! We verlangen naar meer en scheppen de kaders voor zulke groepen, want het Evangelie moet geleefd en gedeeld worden.
Help, ik zit tussen de heidenen, wordt wat mij betreft: Help, er zijn meer christenen nodig die hun leven willen delen.
Ies Maaswinkel is predikant van de NGK Maassluis. Dit artikel is een samenvatting van een toespraak die hij op de New Wine-conferentie dit jaar hield.