Geloven als medicijn
2008-08-15
Je koopt een digitale camera. Maandenlang heb je je er op verheugd. Maar op het moment dat je de aankoop in je handen hebt ben je er helemaal niet blij mee. Er is inmiddels alwéér een nieuw model op de markt met nóg meer snufjes. Bovendien was er ook nog een goedkopere aanbieding… Je doet het dus nooit goed… - Jaargang 52
- nummer 16
Manische samenleving
Dát is volgens dr. Sytze Ypma kenmerkend voor onze cultuur. We móéten genieten, we móéten presteren. Het leven moet vooral leuk zijn en onze baan óók. Maar onder deze manische levensstijl ligt een collectief gevoel van onbehagen, dat knaagt aan de wortels van ons bestaan. Achter alle luxe en gedrevenheid schuilt een mens die zich leeg, uitgeput en fragiel voelt. De gevolgen: grote moeite om met frustraties om te gaan, neiging tot verslavingsgedrag, het zoeken van extreme en voortdurende prikkels. Niet vanwege een schuldgevoel, maar als gevolg van een onvatbaar en voortdurend tekort schieten.
Geloof en depressie
Ypma is Nederlands Hervormd predikant. Hij schreef een essay met als titel ‘Geloven als antidepressivum’. Ypma promoveerde in de godsdienstpsychologie op een studie over psychose en geloof. Nu is er dus een boek over geloof en depressie. Dat onderwerp kwam al vaker in de publiciteit. Vanuit evangelische hoek zijn veel boeken (van zeer wisselende kwaliteit) verschenen over de waarde van het geloof bij de behandeling van een depressie. In orthodox-christelijke kring is een boek van dr. Martyn Lloyd-Jones bekend geworden. Een deel van de ‘Opbouw‘-lezers herinnert zich de publicatie van Aleid Schilder (‘Hulpeloos maar schuldig’) over het verband tussen de gereformeerde leer en het ontstaan van een depressie. Hoewel er veel vraagtekens gesteld kunnen worden bij de uitkomsten van haar onderzoek klinkt de echo nog steeds door. Het lijkt dus een hachelijke onderneming als iemand een boek schrijft waarin juist het geloof wordt genoemd als een middel om depressies tegen te gaan.
Ontwikkelingsdynamiek
In zijn visie leunt Ypma sterk op de zgn. ontwikkelingsdynamische manier van kijken. Een mens wordt met heel zijn belevingswereld en persoonlijke geschiedenis ziek, ook als er biologisch bepaalde factoren achter liggen (Cullberg). Een psychische ziekte wordt dus niet alleen vanuit (bijvoorbeeld) een verstoord functioneren van de hersenen verklaard, maar ook (of vooral) vanuit de omstandigheden waarin de ziekte zich voor doet. Daarbij legt Ypma nadrukkelijk accenten bij onze westerse samenleving, die hij ‘depressogeen’ noemt.
In zijn essay beschrijft hij niet de ernstige, pathologische vormen van een depressie. Die diepe depressies vragen om een specialistische behandeling. Hij keert hij zich wel tegen het gemak waarmee depressies eenzijdig verklaard worden als bijvoorbeeld het gevolg van een biochemisch proces in de hersenen. Want er zijn ook in de samenleving factoren die het geestelijk welzijn van de mens aantasten. Je zou dat ‘het depressieve’ kunnen noemen.
Wat is een depressie?
In het eerste hoofdstuk wordt een groot aantal kenmerken van een depressie genoemd. Ypma leunt daarbij op de psychoanalyse (die zijn wortels vindt bij Freud). Een kind moet op jonge leeftijd leren los te komen van zijn moeder. Dat betekent verlatingsangst, die fundamenteel aanwezig is in de gebrokenheid van het menselijk bestaan. Het gevolg is een depressief gevoel.
In zijn uitingsvorm valt de depressie vooral op als een staat van leegheid. Daarnaast overheerst een sterk gevoel van hulpeloosheid op: ‘ik kon niks, ik kan niks en het wordt ook niks’. Het ‘ik’ is niet sterk genoeg om al deze gevoelens effectief te kunnen hanteren.
Voelen in plaats van denken
Maar wat is er met de samenleving aan de hand? Ypma constateert een omslag in de cultuur. Was de neurose in het verleden hét psychologische kenmerk van de samenleving, nu is dat het narcisme geworden. Binnen dit hedendaagse narcisme staat het individu centraal. ‘Vanwege de extreme betrokkenheid van mensen op zichzelf hebben zij het contact met hun spirituele bron verloren. Wanhoop, leegte en gevoelens van verlatenheid zijn het gevolg’ ‘Het “ik voel” heeft de plaats ingenomen van het “ik denk”. Voelen is een nieuw soort denken geworden, een irrationele rationaliteit. Men kan het de redelijkheid van de buik noemen’ (Ypma). Daarmee is - wat ds. W.G. Rietkerk eind jaren ’80 al schreef- een omslag ontstaan van een schuldcultuur naar een schaamtecultuur. Wie niet voldoet aan de normen gaat gebukt onder gevoelens van schaamte.
De rol van het geloof
Er is maar één antwoord op deze collectieve leegte, aldus dr. Ypma: het geloof. En in de kern gaat het dan niet om wat je doet, maar om wie je bént. Het geloof als voedster van de ziel. Denk aan de bekende woorden van Augustinus: ‘Onrustig is ons hart, totdat het rust vindt in u’. Op dit punt is het belangrijk om goed te zoeken naar wat Ypma precies bedoelt. Zijn enthousiasme is niet een uitbundige, extatische vorm van geloven. Dat zou een manische geloofsbeleving zijn: we móéten vrolijk en blij zijn! Het gaat juist om de rust van het vinden van een bestaansgrond in het geloof. Alleen op die manier ontkomt de mens aan de tegenstelling tussen de manie (het overdreven moeten) en de depressie (het nooit goed doen).
Getallensymboliek
Na deze veelbelovende eerste hoofdstukken waren mijn verwachtingen voor de rest van het boek hooggespannen. Maar als Ypma uitlegt hoe het geloof heilzaam kan werken raak ik eerst de weg kwijt. De auteur hecht veel waarde aan allerlei kenmerken van de Hebreeuwse taal en de getallensymboliek. De historiciteit van de geschiedenissen uit het Oude Testament moet het afleggen tegen een andere manier van kijken die ik deels niet kan volgen en waar ik voor een ander deel niet mee kan instemmen. Dit deel riep bij mij vooral vervreemding op.
Liturgie
Daarna staat Ypma weer met beide benen op de grond als hij schrijft over de betekenis van de liturgie (‘een sprong van het duister naar het licht’). Hij hecht grote waarde aan het vieren van de liturgie (die de mens in een ruimte buiten de manische wereld plaatst). Daardoor kan de mens bevrijd worden van zijn depressieve last. De zegen vormt hierop de climax.
Uit en in dankbaarheid knielt hij voor God. En hij ervaart dat uit de hopeloosheid hoop ontstaat.
Het zijn mooie gedachten die tot nadenken stemmen. Toch vraag ik me ook af of Ypma de liturgie niet overvraagt.
Er is oneindig veel meer door de hele week heen waardoor God de mens de mogelijkheid geeft om bij Hem stil te staan en te ontsnappen aan het duivelse dilemma tussen manie of depressie. Om met Prof. Dr. K. Schilder te spreken: Christus is Heer over de hele Schepping.
Samenvattend
Dr. Ypma heeft een opmerkelijk boek geschreven. Het eerste deel (over de manische samenleving) is visionair, profetisch (‘waar zijn we als samenleving nou helemaal mee bezig?'). Het tweede deel stelt helaas toch teleur. Soms was het voor mij vooral raadseltaal. Maar in zijn cultuurkritiek en de wijze waarop onze samenleving ‘het depressieve’ uitlokt zie ik Ypma als een gids die goed helder weet te maken op welke punten onze samenleving bezig is te ontsporen.
Sytze Ypma: Geloven als antidepressivum, Zoetermeer, 2008, 210 pag. € 18,90.
Henk Algra is orthopedagoog en lid van de CGK/NGK in Alkmaar.