MARCUS

1981-02-13
  • Jaargang 25
  • nummer 6
Prof. C. Veenhof heeft eens over Marcus geschreven, in het boek “De verborgenheid der Godzaligheid”. Hij besprak toen 2 Tim. 4:10,11. Paulus zit in de gevangenis en vertelt wie er bij hem zijn en op wie hij nog zit te wachten. Hij kijkt naar Marcus uit! en dat, terwijl om Marcus het conflict tussen Paulus en Barnabas zo hoog liep, dat verder samengaan en samenwerken onmogelijk bleek. Paulus achtte Marcus niet langer acceptabel in het werk. Maar nu, in de gevangenis schrijft hij: “Haal Marcus af en breng hem mee, want hij is mij van veel nut voor de dienst”.
Er wordt ons in de Bijbel niet verteld, bij wie de schuld lag, bij Marcus, bij Paulus of bij Barnabas en ook niet, wat nu de eigenlijke achtergrond was. Evenmin komen we te weten, waarom Marcus nu wèl door Paulus geschikt geacht wordt voor het werk. Het is voldoende, dat we weten: Paulus is Marcus toch anders gaan bekijken. In 1979 heeft ds H. de Jong over de Bijbel geschreven en sommigen schrokken van wat hij zei. Zelfs heeft een kerkeraad zijn veroordeling uitgesproken over de opinies van De Jong. Het staat in ons “Informatieboekje 1980”, bladz. 127 en 128. Nu heeft ds De Jong opnieuw geschreven. Om de wijze waarop hij het deed en om de lijn en de kern van wat hij schreef, zou ik aan de critici van toen willen vragen, of ze nú niet openlijk zeggen kunnen, dat wij met z’n allen De Jong vertrouwen kunnen, omdat je aan alles bemerkt dat de Heilige Schrift hem beheerst met haar absoluut gezag. Er moet niets blijven hangen van beschuldiging en wantrouwen, als onze Marcus nog van veel nut kan zijn voor de dienst.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief