Wat is te dichterlijk?

1981-02-20
  • Jaargang 25
  • nummer 7
Bij de bespreking van het rapport van onze Gezangencommissie beloofden wij op Lied 22 terug te komen. Want uitgaande van de term "nietverouderd taalgebruik" breidde deze commissie haar taak uit tot liedel'en, die" wegens al te dichterlijk woord- of taalgebruik ondoorzichtig voor de gemeente" zijn (rapp. pag. 7), En als zodanig werd Lied 22 genoemd.
; Nu zouden wij niet graag deze commissie voor de voeten lopen. Integendeel, deze commissie kan onze kerken veel verder brengen. Maar wanneer wij trachten Lied 22 duidelijk te maken bedoelen wij aan te tonen, dat wie in de kerk niet werken wil ook niet kan eten; sterker: wie bij het lezen van de Bijbel niet geheel zijn verstand en geheel zijn hart aan het werk zet, wordt gevoed noch gelaafd. Zo heeft onder meer K.S. het ons geleerd.
Nu wil het geval dat wij op de lagere school een meester hadden, die ons de moeilijke hoofdstukken van Spreuken 8 en 9 uit het hoofd liet leren.
Barbaars? Nee, christelijk. Want al begrepen wij als kinderen die dichterlijke tekst allerminst - we hadden er eerbied voor en dachten het na dezen wel te zullen verstaan. En wat je als kind eenmaal in het hoofd hebt meegekregen neemt niemand je meer af.

Het woord is gevallen: Spreuken 8 en 9 zijn moeilijke hoofdstukken. Ais gegeven moeten we daar aan wil1en. Ze staan nu eenmaal in de "dichterlijke boeken" - en we vragen: wat is eigenlijk "al te dichterlijk" voor een dichter? Mág een dichter sterke taal in verheven bewoordingen vatten?
Mág hij, al ware het om te voorkomen dat zijn boodschap te grabbel wordt gevonden, zijn wijsheid in een zekere geheimtaal doorgeven? Opdat de ontvanger de inhoud voorzichtig zal uitpakken, ontcijferen, opnemen en begrijpen? Natuurlijk mag hij dat. Daar is hij dichter voor. Die geeft zijn profetie in een vorm, die je niet meer kwijt raakt.
Wel, de Wijsheid met een hoofdletter spreekt ons mensen aan. Zegt, als ware zij verpersoonlijkt in een vrouw: dat zij bestond vóór de schepping.
Dat betekent met, dat de wijsheid op de eerste dag is geschapen; dat betekent dat zij God-zelve is; dat zij een der wezenskenmerken van onze Vader is. En als zij zegt dat de Heere haar tot aanzien riep voor Hij aan de schepping begon - dan zouden wij dat eerbiedig willen vertalen met: God gebruikte zijn Wijsheid om een plan te beramen.
Die Wijsheid had niet alleen een stem in de schepping. Die Wijsheid spreekt tot de gevallen mens ook van herschepping. Die belooft het eeuwige leven voor wie zijn oren gebruikt. Die waarschuwt voor ondergang allen, die niet wensen te luisteren naar de Goddelijke Wijsheid.
Zie daar het thema. En de beelden? Die zijn alle uit de Schrift geput en te verklaren - hetgeen wij hierna in de tweede kolom doen. Toe, neem eens de moeite om Lied 22 langzaam te lezen en daarna zin voor zin te bezien. Dan zult u zien dat elke zin van wijlen ds Jan Wit aan de Schrift refereert - en dat hij de Bijbel kende! De enige uitdrukking die moeilijk mag heten luidt: "ik schreed de zon en de sterren vooraan". Nu, dat is oude taal en betekent: ik wandelde voor ze uit. Verder is alles verstaanbaar.
Die zeven pilaren. We moeten niet aan een ionische tuintempel denken, maar aan een stevige bouwconstructie. Wie "een dak boven zijn hoofd"
wil hebben moet zorgen, dat hij dat dak niet een keer óp zijn hoofd krijgt.
Het dak moet dus stevig gestut zijn: zeven is de volmaaktheid, Als de Wijsheid bij ons komt wonen, komt zij voorgoed; als de Heere wil wonen bij zijn volk dan staat zijn troon hecht en voor eeuwig, zie psalmen 46 en 93.
En nu het lied zelf.

LIED 22 (naar Spreuken 8 en 9)

De wijsheid van vóór alle tijden
spreekt luid en dringend haar woord.

Verwijst naar:

8:1 Roept de Wijsheid niet? 8:3 Roept zij luide 8:22 zij bestond voor de schepping een begin nam

Zij wacht waar de wegen zich scheiden,
zij klopt en komt aan de poort.

Verwijst naar:

8:2 zij staat waar de paden samenkomen - 8:3 aan de stadspoorten

Zij is op de hoogten getreden,
zij roept op de pleinen der steden
en al wie oren heeft hoort,

verwijst naar:

8:2 op de hoogten aan de weg Neh. 8:4 een plein lag aan de poort Op. 2:29 wie oren heeft hore

2
Ik wil aan de mensen onthullen wat waar is,
edel en goed,

verwijst naar:

8:4 tot u mannen, mensenkinderen!
8:6 verheven dingen, wat recht is

En allen die luisteren, zullen mij volgen,
't licht tegemoet,

Verwijst naar:

8:8 alle woorden in gerechtigheid 8:18 rijkdom, eer, duurzaam goed en gerechtigheid = (stralende toekomst)

Het recht zal op aarde geschieden
en vrees en geweld zullen vlieden
waar ik het leven behoed.

Verwijst naar:
8:15, 16 door mij regeren koningen, machthebbers, edelen, rechters (ze behoeden ons tegen geweld) 9: 11 en voegen jaren aan ons toe

3
Met mij ging de Vader te rade nog eer Hij iets deed ontstaan.

Verwijst naar:

8:22 tot aanzijn vóór zijn werken, van ouds af, van den beginne

Ik schreed langs de hemelse paden
de zon, de sterren vooraan.

Verwijst naar:

8:27 voor Hij de hemel bereidde was ik daar

Eer God nog hun weg had beschreven,
heeft Hij tot prinses mij verheven.
De eeuwen kennen mijn naam.

Verwijst naar:

8:23-29 aarde, oceanen, bergen, heuvelen, stof, hemel, wolken, zee 8:23 van eeuwigheid aan (was ik)

4
In mij had de Koning behagen
die alles schoon heeft gesticht.

Verwijst naar:

8:30 troetelkind was ik Gen. 1:31 het was zeer goed = schoon

Ik was het vermaak van zijn dagen,
terwijl ik speelde in 't licht.

Verwijst naar:

wonen 8:30 ik was een troetelkind bij Hem, mij verheugend voor zijn aangezicht

Ik daal tot de mens uit den hoge,
opdat ik zijn hart en zijn ogen
op 's Heren koninkrijk richt'.

Verwijst naar:

8:31 mijn vreugde was met de mensen 8:32 zalig, die mijn wegen bewaren 8:35 die heeft het leven gevonden, welgevallen van de Heere.

5
De opperste wijsheid, de vrouwe
die hoog is, edel en rein

verwijst naar:

9:1 en 8:1 de Wijsheid (hoofdletter) 8:6 die verheven dingen zegt en wat recht is

heeft hier haar paleis laten bouwen
en open hof zal het zijn.

Verwijst naar:

9:1 huis bouwen = wonen 9:5 komt, eet van mijn brood, drinkt

O komt tot de zeven pilaren
eenvoudigen, dolende scharen,
breekt brood, drinkt bloedrode wijn.

Verwijst naar:

9:1 zij heeft 7 pilaren uitgehouwen 9:4 onverstandigen, verstandeloze 9:5 eet brood, drinkt mijn wijn

6
Ja, hier is het leven te winnen
dat opweegt tegen de dood,

verwijst naar:

9:6 dan zult gij leven 8:36 wie mij haten hebbe de dood lief

de dienst van de hemelse minne
die God van oudsher gebood,

verwijst naar:

8:17 ik heb lief wie mij liefhebben wie zoeken zullen mij vrinden Matt. 22:37 God liefhebben boven alles en uw naaste als uzelf

de stralende vrouwe, de schone,
de wijsheid die bij u wil wonen

verwijst naar:

8:19 meer waard dan goud en zilver 9: 1 haar huis gebouwd = wonen

en zelf aan tafel u noodt.

Verwijst naar:

9:5 brood en wijn, leven en vreugde.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief