VISSCHERIJBORD

1981-02-27
  • Jaargang 25
  • nummer 8
Een van onze trouwste lezers zond me al enkele malen de tekst van het "Visscherijbord van Maassluys" - kennelijk met de bedoeling dat ik ook u dit zou voorleggen. Wellicht kent u het ouderwetse gedicht - het is uit 1649 - en anders kunt u het vinden in "Verbeeld Vertrouwen", dr Regn. Steensma, Baarn 1975, pag. 155. Dat visscherijbord geeft uiting aan gelovige dankbaarheid van de vissers aan de God van hemel, zee en aarde.
Het is opgehangen in de bekende Grote Kerk aldaar en vormt nog altijd een wijs stuk poëzie uit verleden eeuwen. Weelderig ingelijst tussen marmeren kolommen, schilderijen en barokke krullen, is het een kostbaar pronkstuk geworden: de zalmvissers hebben diep in de buidel getast. En nu de tekst, die ik telkens zal onderbreken voor enige opmerkingen; de kanttekeningen vragen er om.

Geluckig Lant en Lien daer Ziel en Lichaems Sege
Van Gode nederdaelt gelijck een Vruchtbaer Rege.
D' een treckt hij Hemels hooch door schatten van het Lant
En d' ander door de Zee met scheepen aen 't strant.

Vandaag zouden we zeggen: gelukkig is het land, gelukkig zijn de mensen, die Gods zegen voor zielen lichaam mogen ondergaan. Verwezen wordt naar Deut. 28 : 2 "de volgende zegeningen zullen alle over u komen en uw deel worden, indien ge luistert naar de stem van de Heere uw God". 1) De een wordt 2) tot de hemel verhoogd vanwege de opbrengst van zijn land - de ander wordt 3) rijk door de kostbaarheden, die zijn vloot aanvoerde.

Van desen Segen Godts heeft onze Plaets genoten
In Menschen Huys en Hoff en Scheep en doe vergroten
Stelt Leyders voor het Volck in Kerck en Polesy
Geeft Neering overvloet Maer hooft de Visscherij,

Deze plaats heeft naar Gods stem geluisterd en heeft de beloofde zegen rijk verkregen: gezinnen, huizen, tuinen en schepen worden steeds groter het ontbreekt niet aan regeerders in kerk en politiek; er is overvloed van nering, wat Maassluis betreft hoofdzakelijk in de visserij.

Die met 't gevleugelt Houdt het bracke Vocht bevaren
Om d' ongesayde vrucht in Houekers te vergaren.
Als kabbeliau, en Lengh, Both, Schellevis en Roch,
Vleet, Bollick, Pieterman, Mackreel en Haring noch.

(De visserij), die met hulp van houten zeilschepen het zilte nat bevaart, teneinde vruchten te oogsen waar niet voor gezaaid hoeft te worden, bestaande in: kabeljauwen andere nog bekende of niet meer bekende vissen.

Heer van dit schubbich vee, wil volle schepen geven
Dat wy en andere Lien daer Matelick af leven
Want sonder uwe gunst en werter niet gevist
Al werck men gans de Nacht 't is smorgens noch gemist.

Hier volgt het gebed: Heere, die eigenaar zijn van alle geschubde zeedieren, wil onze schepen vullen opdat we daar behoorlijk van kunnen bestaan.
Want zonder uw gunst kunnen Wij niet vissen; al zouden wij 4) de hele nacht vissen - we zouden 's morgens met lege handen staan.

Leert ons dan Net of Want ter rechter syd uytschieten.
Wy doende nae U woort, een Rycken vangh genieten.
Leydt ons in dit beroep. Jaecht dreygers van de Boot
Als Roovers, Vyant wreet, en stormen, winde groot,

Leer ons dan aan welke zijde van het schip wij netten en wanten moeren uitzetten 5). Opdat wij de netten vol krijgen. Wij stellen ons werk onder uw leiding. Wil de gevaren van ons weren, zoals zeerovers, boze vijanden en stormen.

Maer wilt ghy om der sond met plagen ons beladen
Heer toont ons in de straff als Jonas u genaden
Ghebiet de Zee en Wint dat sy ons niet en schaen
Gelyck ghy door de Vreed aen Spangien hebt gedaen.

Maar als U onze zonden bezoekt 6) - schenk ons dan ook uw genade, zoals U aan Jona hebt bewezen 7) en gebied de zee en wind dat zij bedaren ais op de zee van Galilea 8). Zoals Ge ook vorig jaar vrede met Spanje, het einde van de tachtigjarige oorlog, hebt geschonken.

Als wy soo uwe Lieid' in voller maeten crygen
Laet ons Danc-offers Reuck uyt hert en ziel opstygen
Waer door u segen ryck noch meer sal daelen neer
Want feylt het niet aen ons soo feylt het nimmermeer

Onze dankoffers stijgen uit hart en ziel (uit de binnenkamer) tot U op; en zullen immer 9) in het openbaar vergolden worden. Aan U zal het niet liggen wanneer we te kort zouden komen. Uw liefde is overvloedig.

Al syu wy slecht en recht ten is niet om te schroomen Godts soon heeft uyt ons Volck Discipels aengenomen De visschers uyt der zee door Woordt en Geest bereyt Dat sy des 's Levens wech, Heer, hebben uytgebreyt.

Al zijn wij eenvoudige, gewone mensen 10) - niettemin heeft de Heiland zijn discipelen uit vissers gekozen. Die hebben, geleid door Woord en Geest, ons op weg gebracht. 11)

Maer heeft se nae haer doot op throonen meer verheven
Want yeder staat syn naem in 's Levens boeck geschreven.
0, heer maeckt ons met haer in Euwicheyt vérblyt
Opdat wy burgers zyn daer ghy de Koninck syt.

De Heiland heeft de vissers van Galilea na hun dood op tronen gezet: op twaalf tronen om de twaalf stammen van Israël te richten. (De dichter gaat er van uit, dat die troonsbestijging al gebeurd is; de Heiland zei echter: "in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen op de troon van zijn heerlijkheid zal zitten", Matt. 19 : 28). Want hun namen zijn geschreven in het boek des levens, in de hemel 12) Wij zullen dus niet vrezen, al zijn we gewone vissers, want het heeft onze Vader behaagd ons zijn koninkrijk te geven 13). Heer, geef ons die vreugde dat wij onder Uw regering mogen staan, als uw discipelen.

Dit Visscherijbord van Maassluys hangt er al 330 jaar en langer. Het spreekt van verre generaties van gelovigen, die in voor- en tegenspoed Gods hand zagen. Het illustreert Gods beloften: dat het de rechtvaardige goed gaat. Het is een soort particuliere geloofsbelijdenis - al zit de burgerlijke welgedaanheid er mede ingebakken.
Een extra couplet op een lager geplaatst paneel meldt, dat

D'Visschery van Maassluys
Hier dees vereeringh geeft
Ter Eeren van Gods huys
Die 't all gegeven heeft.

Het is dus een zogenaamd votief: een wijgeschenk uit dankbaarheid aan God, geplaatst in zijn huis en behorende tot de "tempelschatten". Men geeft aan de Gever. Om Hem te eren. En de dichter, die namens de visserij deze regelen vervaardigde, was Barholomeus Brasser. Zo heeft, in tegenstelling tot Alexander 14), deze kopersmid iets goeds gedaan aan het "huis des Heeren". Was gedateerd 1649.

1) volgen de vruchten van schoot, bodem en vee - 2) als Kapernaum, zie Matt. 11 : 23 - 3) zie Openb. 18: 19 - 4) met verwijzing naar Marc. 5: 5 - 5) verwezen wordt naar Joh. 2: 9. Dit slaat op Kana. Bedoeld zal zijn Joh. 21: 6 - 6) verwezen wordt naar Jer. 5: 5; beter 5: 6. Of Klaagl. 5: 5? - 7) verwezen wordt naar Jona 2: 9; beter 2: 10 - B) Matt. 8: 26 - 9) id. 6: 6 - 10) verwezen naar Job 1: 1, niet te plaatsen - 11) Matt. 4: 18; Joh. 20: 22; Marc. 16: 5 (moet zijn 16: 15) - 12) Luc. 10 : 20 - 13) Luc. 12 : 32 - 14) 2 Tim. 4 : 14.



Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief