Pinksteren

1982-05-28
  • Jaargang 26
  • nummer 21
Sprinkhanen, sprinkhanen, sprinkhanen ...
die oogstvelden maken tot dorre vlakten, bomen ontbladeren, weiden ontgroenen, de zon verduisteren, dood en verderf zaaien. Profetisch visioen van Joël. Gods naderende oordeel. Aangetrokken door hemeltergende zonden. Wat doen we er tegen? Of is het even onafwendbaar als een sprinkhanenplaag? Een natuurramp keer je niet, maar Gods gericht komt niet als een natuurramp.
Je kunt het wel degelijk keren, door je te be-keren. Tot Gods liefde en gebod, want daar is het leven in, dat bloeit en vrucht draagt.
Voor Hem!

Sprinkhanen, sprinkhanen ... Weg oogst. De economie zwaar getroffen. De welvaart krijgt een harde klap. Inkrimping. Bezuiniging. Inleveren. Wat klaagt een nietig mens ... ? Dit is het ergste nog niet. Lees Joël 1 : 13: klagende priesters in het heiligdom, omdat Gods altaren leeg blijven van offers. Geen spijs- en plengoffers meer. Waar niet is verliest de koning zijn recht.
Maar God ook? Als Gods oordelen over ons leven komen komt in dit gevolg de oorzaak uit: God krijgt uit ons leven allang niet meer wat Hem toekomt: de vrucht der lippen, die zijn Naam belijden (Hebr. 13 : 15). En dat kan maar op één manier verholpen worden: bekering. Dat woord klinkt als een klaroenstoot in de profetie van Joël en in de Pinksterpreek van Petrus (Joël 2 : 12, 13, Hand. 2 : 38).

Spreekt ons dat aan? Schrikt het ons op?
Hoe kijkt God tegen ons leven aan? Een leven kaalgevreten door... Ja waardoor eigenlijk? Door de hoge belastingen, door de economische crisis, door de sprinkhanen van werkloosheid en inkrimping... of door de oorzaak van dat alles: wat we onze God al zo lang onthielden? Schepen we Hem af met het restantje van ons leven, na aftrek van alles wat we voor onszelf zo nodig dachten te hebben?
Komt de boodschap van Joël niet met volle Geesteskracht op ons af op Pinksteren: van ons leven komt niets (bij God) terecht, dan door de Heilige Geest?

Als de HERE God ons leven ondersteboven keert roept Hij ons toe: bekeert u! D.w.z. dat we 't nog goed moeten vinden ook, omdat dat onze redding is! Want als ons leven ondersteboven gaat komt wat bij ons bovenop lag helemaal onderaan en wat bij God prioriteit heeft komt helemaal bovenaan onze ranglijst van waarden. Zolang wij nog voor onszèlf de zoete winst proberen binnen te halen blijven Gods altaren leeg. En onze harten ook. Dan is ons leven niets dan "vlees".
Loof de Heer, die zijn Geest heeft uitgestort over alle vlees! In plaats van een uitstorting van verdervende sprinkhanen, uitstorting van Gods levenwekkende Geest! De oogstvelden blijven niet langer leeg en de altaren ook niet... voor God! De Geest van Pinksteren maakt een eind aan het profiteren en leert ons profeteren. Dat scheelt maar één letter, maar daar zit een hele bekering in. Gaan de jongeren ons daarin voor? Die niet meer meedoen met de jacht naar de beste banen en de hoogste inkomens?
Jongeren, bij wie het profeteren soms de vorm aanneemt van het protest? Tegen onrecht, niet zozeer henzelf maar anderen aangedaan? Ook tegen het onrecht God aangedaan? En de "knechten en maagden", de z.g. lagere standen, als de Geest op hen komt, slaat ook bij hen het profiteren om in profeteren, want het gaat niet meer om winst voor jezelf maar voor de HERE. Hij noemt ze dan ook: mijn dienstknechten en dienstmaagden. Tot Zijn dienst en lof bereid! Het Pinksterevangelie is geen evangelie voor sociaal verdrukten en onderliggenden zonder meer, maar voor wie uit welke "stand en staat" ook Zijn dienstknecht en dienstmaagd mag en wil zijn. We hebben allen bekering van node.

Maar profeteren kun je alleen als God openbaring gaf; in visioenen even het gordijn wegschoof dat voor de toekomst hangt. De jongen zullen visioenen zien en de ouden dromen dromen. Visioenen zijn wat anders dan idealen. Die maken we onszelf en proberen we zelf te realiseren.
Maar visioenen krijg je van God. Met de garantie erbij dat Hij zal zorgen voor de realisering. Maar zo'n visioen zet wel wat in beweging! En de ouden zullen dromen dromen. God opent in de droom het oor der mensen, lezen we in Job 33 : 15, 16 voor dingen waar we in de drukte van het dagelijks leven doof voor bleven. Zoals in het visioen het oog geopend wordt wordt door de droom het oor geopend. Misschien moet je daar oud voor worden. Niet meer zo in beslag genomen door het dagelijks gedoe. Krijgen we oor voor wat God te zeggen heeft voor onszelf, onze tijd, onze omgeving ... ? De ouden zijn nog niet uitgeschakeld, de Geest kan ze nog best gebruiken, als ze maar niet achteruit-
dromen, maar vooruit dromen! Naar de toekomst en niet naar het verleden. De toekomst van Gods Koninkrijk.

Jongeren. Ouden. Mist u niet een groepering er tussen in? De middengeneratie, tussen jong en oud in? De 40-ers en de 50-ers. Gevaarlijke leeftijd. Op de top van promotie. Vallen ze tussen wal en schip? Zijn er uit die categorie niet heel moeilijk ambtsdragers te krijgen? Zijn de mensen van 't maatschappelijk establishment niet meer warm te krijgen voor de zaak van de HERE? Zijn ze ontgroeid (maar dat is geen groei!) aan de visioenen van hun jonge jaren en nog lang niet toe aan de dromen der ouden? Laten we het uitgangspunt van Joël niet vergeten: het gaat om de oogst van heel ons leven op Gods altaren! Ons leven in alle fasen en stadiën. Zou de oproep van Pinksteren voor ons zo overbodig zijn: bekeert u? Want zo niet, dan komt onafwendbaar al dat andere wat Joël óók zag aankomen: bloed, vuur, rook, zonsverduistering, de grote en doorluchte Dag des HEREN. En waar blijft dan alle vlees, dat aan de genezende en heiligende werking van de Geest zich tot het laatste toe blijft onttrekken? Wie nu de Naam des HEREN aanroept zal voor eeuwig behouden zijn!
Behouden voor de altaardienst in Gods heiligdom!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief