Verbond

1982-05-28
  • Jaargang 26
  • nummer 21
Het artikel van ds. De Jong uit het vorige nummer van ons blad over evangelisatie riep enkele herinneringen en vragen wakker. Ik las het met instemming. Ook ik ben voorstander van wederzijdse beïnvloeding van de groepen die bezig zijn met evangelisatie en ons, gereformeerden. In mijn studententijd kwam ik in aanraking met de internationale studentenbeweging. Die noemde zich toen The Intervarstity Fellowship. Op mijn plaats in de Nederlands gereformeerde studentenbeweging was ik toen warm voorstander van een verder contact. Dat was ik niet alleen. Met anderen waren we van mening dat wij wel wat leren konden van de warmte en vrijmoedigheid van de buitenlandse studenten als ze van het Evangelie getuigden. Aan de andere kant waren we ook van mening dat enige gereformeerde invloed op die beweging een goede zaak zou zijn. Het merkwaardige is dat de invloed van de I.F.S. op Nederlands studentenleven wel ontstaan is, maar het omgekeerde niet. Althans niet merkbaar. Want ds. De Jong vergeet enkele zaken als hij dat verbond tussen de groepen en onze kerken voorstelt. Het eerste is dat de groepen dat wel goed vinden, maar er niet door veranderd worden. De onverdraagzaamheid van hen die de kinderdoop loochenen tegenover hen die kinderdoop aanhangen is heel groot. Die onverdraagzaamheid wordt niet zo bedoeld en ook zo niet geuit, maar men vindt het heel vreemd als bijbelgetrouwe christenen waarvoor ze ons dan wel willen aanzien, tóch de kinderdoop aanhangen. Daarin zijn ze "veel verder". Zoals de doorgaande reformatielieden ook altijd" veel verder" waren dan anderen in de Vrijgemaakte kerken. En omdat men vindt dat men veel verder is daarom is er geen invloed van het klassiek reformatorische op de groepen. Laten we ons geen illusies maken. Ik denk dat ds. De Jong verder met zijn bezien van het anti-amerikanisme in christelijke kerken in ons land een rake pijl afschiet. Maar er is ook een amerikanisme in het religieuze dat mij diep ergert, hoewel ik meen geen last te hebben van politiek anti-amerikanisme. Als ik president Reagan in een verkiezingstoespraak hoor verklaren dat hij een wedergeboren mens is en dat je daarom maar op hem moet stemmen en als ik president Carter hetzelfde hoor zeggen en daarbij ook nog hoe vaak hij bad op een dag, dan heb ik de neiging om te denken “wat een leugenaars”. Dat corrigeer ik dan bij mezelf, maar dan komt de vraag wat moet je met zulke mededelingen? Dit is nu een warmte en een vrijmoedigheid die een diepe afkeer bij me opwekt en ik meen daarin gelijk te hebben. Want ik hoor daarin niets van een beven voor de Here, die volgens de Schrift een kenmerk is van echte vroomheid. En: waarom tegenkerken stichten op alle mogelijke plaatsen door de groepen? Wat is dat anders dan verderfelijk en veroordelingswaardig sectarisme? Ik vrees dat drs. De Jong te optimistisch is over dat verbond dat hij wil sluiten. Ik wil dat ook, maar het dient dan wel tweezijdig te zijn.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief