Het verstoorde leven
1982-05-28
Door mijn naam hier boven te plaatsen wil ik niet stellen, dat ik het leven verstoord heb. Ook niet dat Etty Hillesum met haar gelijknamige boek dit zou hebben gedaan. Alleen vraag ik uw aandacht voor het feit, dat sommigen hun leven verstoord achten, door het verschijnen en bespreken van genoemd boek.- Jaargang 26
- nummer 21
Een van onze oudste lezers zond ons de onderstaande brief, die we te goeder trouw zoveel mogelijk leesbaar maakten. Deze broeder drong sterk aan op een publicatie van zijn gedachten, waarvoor hij de verantwoordelijkheid wil aanvaarden. Ik ga daar op in. Eerst om de ernst, die dit ingezonden schrijven aan de dag legt. Voorts ook omdat ik vrees, dat dit niet-begrijpen meer onder ons kan voorkomen. Tenslotte ook omdat ik een mogelijkheid zie, de winst van het genoemde boek beter te effectueren.
Onze lezer gaf zijn naam en adres op, zelfs zijn geboortedatum. Dat ik die gegevens weglaat is om hem te sparen vanwege zijn leeftijd. De brief blijft er dezelfde om. Hij schreef als volgt:
betreft: (de) aanbeveling in ons blad van het dagboek "Het verstoorde leven" door Etty Hillesum
Waarde Medestrijders,
Ook via het blad Opbouw (wil ik opkomen) voor de eer van Gods naam. (Want) de ondergetekende (heeft zich) niet alleen als lezerabonnee verantwoordelijk gevoeld - maar ook tegenover onze Opdrachtgever.
(Daarom) deze moeilijke, doch zeer gewichtige vraag. Een vraag, welke ik allereerst onder biddend, ja smekend opzien (aan) onze God en Vader in onze Heer Jezus Christus (heb voorgelegd). (De vraag) om mij zo door zijn Geest te leiden, (dat ik) deze vragen (meen) te mogen en te moeten stellen. Men maakt (immers) zo gemakkelijk brokkendoch onder Zijn leiding niet. (En) nu wordt het een moeten.
Nu is het mijn bedoeling niet, het boek te weerleggen. Dat doet het zichzelf wel: (zich) als antichristelijk aan(dienend). (Immers een) duivelskunstenaar, gescheiden, (met een) bijzit in London. De medehoofdpersoon (is) een geestelijk verleider: S.
Dus de ondergetekende naar de boekwinkel. (En) het boek gekocht.
Eerst zie je jezelf in vele dingen (terug), als nog onwedergeboren. En (je) denkt, gedachtig aan boeken als "Te mogen leven" en andere: ook Etty en S. komen wel waar zij komen moeten.
Maar niets van dit alles. Zij leven in ontucht voort, tot het bittere einde.
In Westerbork: geen woord over het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt. Of (over de) enige troost in leven en sterven. Of (over het) zien op Hem, (Die) de weg, de waarheid en het leven (is), ook door de vernietiging heen. Doch bij het naderen van de dood - is (dan) de verlossing door Jezus' bloed (nog) mogelijk? ...
Ik heb na lezing, onder veel afkeurende woorden en (ziende) het gevaar van hersenspoeling door (mensen als) S. en trawanten, het boek vernietigd. (En zo) voor God en mijn geweten weer vrede (gekregen), die alle verstand te boven gaat.
Welk een teer punt voor het vlees, om hier (zo) over te schrijven.
Maar (nog) gevaarlijker is het, hier de waarschuwende hand niet op te steken. Wij zijn toch allen aan Gode verantwoording schuldig (?) Maar met zulk een geschrijf wekt men de indruk, dat men het alleen weet en dat heeft al zo veel stuk gemaakt.
Hopend en biddend dat het hier niet zo zal zijn, vraag ik u of u dit (schrijven) als ingezonden wilt plaatsen. (Met mijn) volle verantwoordelijkheid voor de inzending.
En uw antwoord tegemoet ziende, met broedergroeten,
uw N.N.
Artikelen in ons blad zijn geen preken en Opbouw is niet met de Bijbel gelijk te stellen. Dat moeten redacteuren zich wel realiseren, ook al hebben ze onze hemelse Vader op het oog wanneer ze de pen in de inkt dopen.
En dat mogen ook onze lezers zich realiseren, die niet gelijkgeschakeld maar aan het denken worden gezet. Op dit punt is de ernst van onze redacteuren, die gedecoreerd kan worden door een grapje of een speelse vondst, niet minder dan van de briefschrijver. En de vraag om de leiding van de Geest is geen toverformule: garandeert nog niet dat er geen . brokken gemaakt kunnen worden. Dit moet me vooraf van het hart.
Onze briefschrijver weerlegt het boek niet, naar hij zegt. Maar hij veroordeelt het wel, als antichristelijk. En zegt dan, dat het boek zichzelf veroordeelt. Bewijs: er komt een duivelskunstenaar in voor, die gescheiden is en een bijzit in Londen zou hebben. Punt. Nu heet hij een geestelijk verleider. En zijn naam, door Etty en mij verzwegen, zou bijna gepubliceerd worden.
Ik heb daar bezwaren tegen. Ik ben die duivelskunstenaar in het gewraakte boek. bepaald niet tegengekomen. De psycholoog S., leerling van Jung, praktiseerde de chrirologie of handlijnkunde. Of onze briefschrijver nu aan een kermistent of dergelijke bedrog heeft gedacht, weet ik niet; wel dat de handlijnkunde een tak van wetenschap is, die niets met de duivel maar alles met aangeboren handlijnen te maken heeft; vergelijkbaar met handschriftkunde, iriscopie e.d.
Dat S. gescheiden was, maakt hem dat meteen slecht? Acht de briefschrijver elke gescheiden man een antichristelijk mens? Kon S. ook op goede gronden gescheiden zijn? Heeft de briefschrijver opgemerkt, dat S. goede contacten met zijn dochter onderhield?
En wat moet die bijzit nu? De verloofde in Londen, door de oorlog wreed van S. gescheiden, heeft in het hele boek geen woord kwaad gedaan. Waarom haar dan als bijzit gescholden? Ik heb daar bezwaar tegen.
En dan. Waarom mensen, die door wrede menselijke dwaling de dood zijn ingejaagd, achteraf te schelden? Mensen, die zich niet meer kunnen verdedigen?
Mensen, die naar menselijke wetten de dood zeker niet hadden verdiend? Mensen, die zich vol liefde gaven ten nutte van hun medemens, omdat zij zich door Gods liefde gedragen en geroepen voelden?
Ik heb ook daar bezwaren tegen, zeer ernstige. Zo iets moest onder ons niet voorkomen. Want waarom worden wij christenen genoemd? Toch omdat we Christus, onze Heiland, willen navolgen in zijn liefde tot zijn Vader en zijn liefde tot de dwalende medemens? Christus kwam niet voor wedergeborenen maar voor zondaren, om ze te bekeren.
Nu dan. Waarschuwende handen zijn best op zijn tijd. Maar een boek, dat sprankelt van Gods overwinnende Geest, als antichristelijk te verbranden; alleen omdat er zonden, menselijke zonden, in worden begaan; zonden, die door de zondares eerlijk worden gezien en waarvan ze een afkeer heeft gekregen... Laten wij elkander liefhebben, zei Johannes. Wie liefheeft is uit God geboren en kent God. Als wij elkaar liefhebben blijft God in ons. Hoe zien we dat? Aan de werking van zijn Geest, zegt Johannes: liefde, zoals Etty, die totterdood God en de mensen liefhad; blijdschap, in onze hemelse Vader, die alle dingen zeer schoon heeft gemaakt en herstellen wil; vrede: verzoend zijn met God en vredebrengend voor lotgenoten; geduld, door gewillig je lijden te aanvaarden; vriendelijkheid: door zelfs in je beulen Gods evenbeeld te zien; goedheid, als Etty ,die de haat overwon Je beulen Gods evenbeeld te zien; goedheid, als Etty, die de haat overwon onderdook maar het lot van de armste Joden wenste mee te dragen; zachtmoedigheid, een vrucht die Etty zowel als haar leermeester in ongekende mate vertoonde, tot beschaming van alle rechtvaardigen die geen bekering nodig hebben; en zelfbeheersing, waarin Etty al weer een kostelijk voorbeeld gaf.
Ik heb dankbaar over het boek van Etty Hillesum geschreven. Niet alleen dankbaar dat een jonge vrouw haar leven uit de Geest ons zo duidelijk maakte, maar vooral met dank aan onze God, die wonderen doet. Op die dankbaarheid kom ik niet terug, al zou een complete herdruk van haar boek verbrand worden.
Liever wilde ik, dat wij allen het werk van Gods Geest verstonden: die zondige mensen tot zijn dients roept en bekwaamt en verandert en wederbaart en "hersenspoelt" en zelfs het hart vernieuwt. En die zo ons verstoorde leven vernieuwt en klaarmaakt voor het eeuwige leven.