Gideon
1982-05-28
In Richteren 6 wordt een merkwaardig verhaal verteld. Daar is een zoon, Gideon, die radicaal afrekent met de eigenwillige godsdienst van zijn vader. Gideon's vader was beslist geen ongelovige, hij was ook niet iemand die God niet als verbondsgod erkende, maar zijn godsdienstige praktijk had iets weg van het 'van twee walletjes eten'. Hij had een altaar van Baäl in Ofra, de plaats waar hij woonde. Die Baälsdienst was niet vreemd in Israël. In het begin van hoofdstuk 6 wordt verteld van een profeet die keihard tegen het volk zegt dat de godin van de Amorieten niet mogen worden gediend en dat het volk naar Gods stem niet heeft geluisterd.- Jaargang 26
- nummer 21
Dit geldt ook van de vader van Gideon, van [oas. Hij heeft niet geluisterd en op het moment van het verhaal uit Richteren 6 luistert hij nog niet. Hij heeft een Baälsaltaar waarop hij offert aan de God van het verbond. Het is tegen deze merkwaardige vermenging dat Gideon grote bezwaren heeft en waarmee hij op Gods bevel radikaal afrekent. Gideon is geen held, hij is bang om gezien te worden en doet zijn werk in het donker. Hij breekt het altaar van zijn vader af en bouwt ervoor in de plaats een altaar voor de HERE. Het mag dan geen heldendaad zijn, het is wel een sterk staaltje. Gideon weet ook wel dat hij risico's loopt. Het komt allemaal uit en het wordt al gauw duidelijk dat Gideon het Baälsaltaar heeft afgebroken.
Dat betekent meteen dat duidelijk wordt dat Gideon duidelijk positie kiest tegen zijn vader Joas.
Het is de moeite waard de geschiedenis verder te volgen. De inwoners van Ofra zijn nogal boos en willen Gideon doden. Ze vragen Joas om zijn zoon naar buiten te sturen. Maar Joas weigert. Hij handelt anders dan veel vaders zouden doen. Hij gaat niet op z'n strepen staan, maar plaatst zich naast zijn zoon en hij zegt tot de mensen: 'Wilt gij voor Baäl strijden? Of wilt gij hem helpen? Wie voor hem strijdt, zal nog deze morgen ter dood gebracht worden. Indien hij een god is, laat hij voor zichzelf strijden, nu iemand zijn altaar neergehaald heeft' (vs.31).
Het antwoord van Joas heeft iets weg van de ironische opmerkingen van Elia, jaren later op de KarmeI. Laat Baäl maar voor zichzelf zorgen als hij dat kan.
Gideon's geschiedenis komt het heil naderbij. We zien in dit verhaal gebeuren waarover later de engel het zou hebben tegen Zacharias: 'hij zal…de harten der vaderen...keren tot de kinderen' (Lukas 1 : 17). Er is een grote tegenstelling tussen Joas en Gideon. Deze tegenstelling heeft niet alleen betrekking op het verschil in generaties, maar vooral ook op wijze van het dienen van God.
De zoon laat de vader zien dat een halve godsdienst geen godsdienst is, voor God geen enkele zin heeft. En Joas luistert naar Gideon, keert zijn hart naar dat van zijn zoon.
Vaders moeten wellicht vaker luisteren naar hun zoons; moeders kunnen wat leren van hun dochters. Kinderen hebben niet altijd gelijk, ouders ook niet. Van Joas wordt gezegd (Richt. 6 : 11) dat hij een Abiëzriet was. Van dit geslacht weten we niet veel, alleen dat deze naam betekent 'mijn vader is helper'. In zijn handelen tegenover Gideon deed Joas zijn naam eer aan. Laten alle vaders onder ons helpers zijn, zoals God de Vader een helper is voor Zijn kinderen.