Paulus te Rome

1982-06-04
  • Jaargang 26
  • nummer 22
Inleidende opmerkingen
Er zijn nogal wat mensen die het slot van het boek van de Handelingen der apostelen onbevredigend vinden. Je moet toch weten hoe het proces-Paulus is afgelopen. Is de apostel na de termijn van twee jaar vrijgelaten of is er een veroordelend vonnis uitgesproken? In verband met zulke vragen zijn weer andere vragen gerezen: Had Lukas soms over deze uitspraak en hetgeen daarop gevolgd is willen schrijven in een derde boek? Waarom is ons dat dan niet overgeleverd? Werd het niet afgemaakt of is het soms verloren gegaan? In plaats van ons over te geven aan allerlei speculatieve beschouwingen kunnen we maar beter dit slot van het boek Handelingen heel gewoon in verband brengen met wat Lukas wel geschreven heeft. En op de vraag of in dat licht de mededeling over Paulus' verblijf te Rome een goed besluit vormt van de beide boeken, die Lukas geschreven heeft, moeten we allereerst antwoorden dat in dit slot toch sprake is van de vervulling van de wens van de apostel Paulus zelf: Hij heeft toch lang rond gelopen met de gedachte om naar Rome te gaan en hij heeft die gedachte ook uitgesproken (vgl. b.v. Hand. 19: 21) en Paulus wist ook dat dit voornemen met de bedoeling van de Here overeenstemde (vgl. Hand. 23 : 11). Nu gaat deze wens in vervulling.
Paulus zal aanvankelijk bij zijn plannenmakerij wel zijn uitgegaan van de gedachte om daar zijn zendingsarbeid te kunnen verrichten. Maar nu hij als een gevangene Rome wordt binnengevoerd, hoeft hij toch ook weer niet ontmoedigd te zijn. Want, hoe dan ook, in ieder geval wordt er bereikt, dat de officiële instanties van meet af aan zich met Paulus en zijn verkondiging zullen moeten bezig houden. En het gevolg daarvan is dat, tot in de hoogste kringen toe, over het evangelie gesproken wordt, dat keizerlijke ambtenaren met de boodschap der genade in aanraking komen.

Vergelijking
Als we het slot van het boek Handelingen zetten tegenover de aanhef ervan, zien we wat in het begin voorzegd wordt, aan het einde vervuld wordt: In het begin (1 : 8) worden de drie kringen getekend, waarin het evangelie achtereenvolgens gepredikt zal worden: in Jeruzalem eerst, vervolgens in Judea en Samaria, en tenslotte tot aan het einde der aarde.
Het duurt echter lang voordat het evangelie overal in die derde en verreweg grootste kring is doorgedrongen. Maar in principe is de voorste begrenzing van deze kring bereikt als het evangelie eenmaal in de hoofdstad van het Romeinse rijk gepredikt wordt.
Immers vanuit Rome gaan wegen in alle richtingen. Als we nu het slot van Lukas' tweede boek leggen naast het begin van het eerste, valt op dat in beide stukken de macht van de keizer van Rome een rol speelt: Lukas 2 noemt de naam van keizer Augustus. Als zijn macht al zo groot IS, zal er dan ooit iets van de heerschappij van Jezus Christus terecht komen? Hoewel in Hand. 28 de naam van de keizer niet wordt genoemd, is zijn macht, die antichristelijke trekken vertoont, duidelijk aanwezig. Paulus mag, na reeds jarenlang het evangelie te hebben mogen prediken, ook in Rome getuigen van de verlossing in Christus, in de buurt van de man wiens macht haast model staat voor de macht van de antichrist, keizer Nero.

Geen belemmering
Paulus mag, hoewel hij in voorarrest zit, zijn werk gewoon doen; onder buitengewone omstandigheden vindt het gewone werk voortgang. Er komen leden van de gemeenten, in wier midden hij vroeger gewerkt heeft, bij hem op bezoek; er worden brieven geschreven; er wordt tegenover Joden en heidenen getuigd van de rijkdom van de verlossing; kerk, zending en evangelisatie worden gediend. Er is zelfs, zo schrijft Lukas, geen enkele belemmering. En gezien de levensgang vPaulus mag dat een wonder genoemd worden: want telkens heeft Paulus bij zijn verkondigingswerk moeilijkheden en tegenstand ondervonden. Het boek van de Handelingen der apostelen geeft daar de bewijzen van.
Maar uitgerekend in Rome valt deze belemmering weg. Dat dit toen in Rome gebeurde is geen garantie dat dat altijd zo zal zijn, dat altijd overal onbelemmerd het evangelie verkondigd zal worden. Paulus heeft dat zelf ook ondervonden: blijkens 2 Tim. 4 is het bij zijn proces, op z'n zachtst gezegd, niet allemaal van een leien dakje gegaan. En ook uit de kerkgeschiedenis weten we van veel tegenstand en nog, heden ten dage, is niet iedereen ter wereld vrij om zijn geloof te belijden en dat brengt de vraag naar voren: Zijn wij, die vrij zijn, die vrijheid ook waard en onderkennen wij ook wat er van ons verwacht wordt: Is alles, wat ons als genadegeschenk uit Gods hand toeviel, wel gericht op de komst van Gods Koninkrijk? En denken wij ook voortdurend aan hen die onder moeilijke omstandigheden tot het leven bij Woord en sacramenten geroepen worden. Vergeten we de voorbede niet, voor hen die niet vrij zijn? Tenslotte: het koninkrijk komt; Jezus Christus, die eenmaal als kind lag in de kribbe te Bethlehem, is als overwinnaar van dood en graf naar de hemel gegaan, en Hij draagt zijn werk verder tot het einde der tijdenen tot de uitersten der aarde.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief