Beproefde trouw (9, slot)
1982-06-04
14. Met het oog op de toekomst- Jaargang 26
- nummer 22
Hierover schrijft ds J. Maasland. Hij begint te stellen, dat "een bond" eigenlijk niet in een kerk thuis hoort. Een kerk is van de HERE, een bond door mensen opgericht.
Maar, zegt hij, het was in 1906 nodig dat dit gebeurde. Een appèl op een verworden kerkgemeenschap, een bijeenhouden van velen rond de gereformeerde beginselen. "In 1981 is de kerk nog steeds in nood, in grote geestelijke nood. Mede daarom heeft de Bond een noodrecht om te blijven bestaan. Als ze maar blijvend beseft dat genoemde nood niet haar deuren voorbij gaat. Samen zijn we immers afgeweken. Samen hebben we nodig wederkeer tot de levende God." (269/9). Ook hier weer alle nadruk op het georganiseerde geheel, "de kerk" en dat is dan de Ned. Herv. Kerk. "De Bond", zo vervolgt hij, "wilde binnen de Hervormde Kerk al die mensen samenbinden die na Afscheiding en Doleantie als Gereformeerden binnen de Hervormde Kerk waren achtergebleven. (... ) En laten we eerlijk zijn: dat isolement heeft ook zegenend gewerkt, Het heeft vele gereformeerde belijders belet de Hervormde Kerk te verwisselen voor een afgescheiden kerk of groep. Het heeft tegelijk velen in de Hervormde Kerk bij die gereformeerde belijdenis bewaard." (270) Bij alles, wat de Bond in die 75 jaar heeft mogen zijn, blijft gelukkig ook zicht op de werkelijkheid.
Wat er nu is, een modaliteitenkerk, samengaan van Waarheid en leugen, mag nimmer het blijvend bestel zijn. Maar zo scherp zegt hij dat niet. De taak is "blijven arbeiden aan het herstel van de Hervormde Kerk. Blijven hopen op genezing van de zieke kerk. Trouw blijven aan de kerk waaraan ook God nog Zijn trouw bewijst. Nog steeds is aan de Hervormde Kerk haar belijdenis niet ontnomen." (276). Toch een zeker optimisme. Verantwoord?
Het lijkt meer op een "vrome wens" dan op het scherp zien van de werkelijkheid vanuit de Schriften. Heeft de Here Jezus niet eens, na vele waarschuwingen, tegen kerkmensen die zich niet wilden bekeren gezegd: "Zie, uw huis wordt aan u overgelaten?" (Matth. 38:38) Zou dat hier ook zo kunnen worden gezegd of kunnen gaan gelden?
Reorganisatie en reformatie bewegen die kerkgemeenschap nu al bijkans 150 jaar en er is vrijwel geen vordering. Nog minder is er zicht op bekering. Wel klinkt in die gemeenschap op vele plaatsen (nog) Gods Woord. Er is momenteel "een toenemende vraag binnen confessionele en andere niet Gereformeerde Bondsgemeenten naar kandidaten en predikanten uit de kring van de Gereformeerde Bond" en dat is verheugend, zegt de schrijver. Het geeft echter ook weer moeilijkheden, omdat die Bondsmensen zich dan toch dikwijls moeten aanpassen aan wat zo’n niet-specifieke Bondsgemeente wil: gezangen zingen, vrouwen in het ambt bijv. Spanningen. Eveneens zijn die er, waar druk gewerkt wordt aan "samen op weg", Hervormden en Gereformeerden. Wat dan met de Kerk der vaderen? Verdwijnt die om plaats te maken voor een nieuwe kerkformatie? "Door de geslachten heen is dat verbond Gods bestendig gebleven" (281 en daarom moeten we niet zo gauw onze positie opgeven.
De Gereformeerde Bond zal zich, zo is het advies van ds Maasland, afzijdig houden en geen stap doen op deze bij voorbaat onbegaanbare weg. Maar stel, dat we tot samengaan móeten komen (beslissing van synodes) dan zal de taak van de Bond dezelfde blijven. "De schaal wordt alleen maar vergroot. De komende kerk wordt niet slechter of beter, alleen maar groter:" (282). Datzelfde geldt bij alle streven in modern oecumenische zin. Er is een kloof binnen de kerkgemeenschap, die onoverbrugbaar lijkt. "Er dreigt een toenemende vervreemding te ontstaan (... ) tussen hen, die aan de Schrift en de belijdenis van de kerk onverkort willen vasthouden en al diegenen voor wie de Schrift niet normerend haar gezag laat gelden in allerlei ook eigentijdse vragen" (286). Wat dan te doen?
Duidelijker samengaan binnen de Gereformeerde Gezindte is al eens genoemd: de dag waarop de Bonders eindelijk eens gehoorzaam werden aan de Heere van de kerk en de band met dat goddeloze genootschap dat Hervormde Kerk heet zouden doorsnijden. Binnen de Bond voelt men daar niets voor. De weg van Afscheiding en Doleantie is geen weg van oplossing gebleken voor het verval van de kerk in ons land. Men schortte er hooguit het verval enigszins mee op. Want decennia na Afscheiding of Doleantie trad in de nieuw gevormde kerken weer verval op. En dan waren er nieuwe afsplitsingen nodig. Zo is het lichaam van Christus eindeloos gebroken." (287). Die argumentatie spreekt ons niet aan. Is er dan geen weg van de HERE met Zijn volk? Ja, bijzonder met Zijn gemeenten, die plaatselijk onder door Hem gegeven ambtsdragers in eenvoudigheid hun weg door deze wereld gaan en zich niet te veel gelegen laten liggen aan organisaties, die boven-Schriftuurlijke bindingen aanleggen. De toekomst van de Gereformeerde Bond zal wel blijven.
wat ze 75 jaar lang geweest is: een Bond die telkens opnieuw verval aanwijst, die appelleert op gezag van Schrift en belijdenis, die de tradities van Dordt 1618/9 tracht vast te houden en in feite op veel plaatsen een kerk in de kerk is. En zich daarmede tevreden stelt.
15.Er staat nog meer in
We hebben veel samen gelezen en besproken, maar lang niet alles en soms niet uitvoerig genoeg. Dat zal ieder, die het boek "Beproefde trouw" ter hand neemt, direct kunnen constateren. Zo is de bijdrage van ir. J. van der Graaf "De Gereformeerde Bond en de politiek" niet aan bod gekomen, evenmin als die van vier leden "uit andere kerken" die, elk op hun wijze, hun visie gaven op de Bond en zijn optreden. Voor ons doel, bijzonder iets uit de Nederlandse kerkgeschiedenis naar voren te brengen, waren deze bijdragen niet direct nodig. Bovendien dreigde het verhaal toch al lang te worden.
16.Tenslotte
Vanuit de Gereformeerde Bond gezien geeft het boek een duidelijk inzicht in wat er leefde en leeft, in wat men nastreeft en waarom. De positie van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk is goed uit de verf gekomen. Het is nodig, dat ook wij daar weet van hebben. Hoever we ook van elkaar af staan (op sommige punten niet zover, op andere héél ver), het zijn broeders en zusters in de HERE. En we mogen ook samen zoveel doen, ik denk bijv. aan de Reformatorische Bijbelschool in Zeist, de Gereformeerde Sociale Academie "De Vijverberg" in Ede, de Stichting "Woord en Daad".
Toch is er veel van de Bond, dat we niet echt verstaan en het boek heeft ons niet verder gebracht. Een groot aantal vragen blijft. Dat is zo hier en daar reeds naar voren gekomen en het is goed enkele daarvan nog eens te noemen:
- waarom toch zo grote betekenis toegekend aan het instituut Ned. Herv. Kerk, waar telkens opnieuw bleek en blijkt, dat in deze organisatie Waarheid en leugen een gelijke plaats wordt toegekend en waarin onze Heer Jezus Christus het niet alléén voor het zeggen heeft?
- waarom zoveel aandacht voor "de kerk" (landelijke organisatie) ten koste van "de gemeente", die onze Heer plaatselijk verzamelt. beschermt en onderhoudt en waarvan we leden zijn?
- waarom zo (te pas en te onpas zou je bijna zeggen) krampachtig vasthouden aan en terugvallen op (het begrip) "de gereformeerde belijdenis", alsof dáárvan heil te verwachten zou zijn, terwijl daardoor de Schriften op de achtergrond dreigen te geraken?
- waarom zo grote plaats ingeruimd voor de theologie (van de vaders uit de Nadere Reformatie b.v.), terwijl juist die in de vaderlandse kerk (over)heerst?
- waarom niet gestreden met de wapenen van de Geest, zoals de apostel Johannes daarvan spreekt in zijn eerste zendbrief (4: 3): iedere geest, die niet belijdt, dat Jezus Christus in het vlees is gekomen, die is uit God niet; maar dit is de geest van de antichrist?