De boodschap moet je bréngen!
2008-08-15
Kees de Groot was één van de eersten, die aan een driedaagse cursus van ‘Passie voor preken’ meedeed. Dat was in 2002 en die paar dagen veranderden zijn preekaanpak aanzienlijk. Niks geen compleet uitgeschreven preken meer, maar alleen nog een overzichtelijk en creatief opgezet A4-tje met kernpunten. De mindmap, dat was alles.- Jaargang 52
- nummer 16
Het bevordert de interactie met de kerkganger, zo is zijn ervaring: ‘Ik zie mensen reageren en kan daarop inspelen. Een voorbeeld. Aan het begin van een preek vertelde ik dat mijn vrouw eens tegen me zei: ‘Ik voel me soms net een onderdeel van jouw agenda’. Terwijl ik dat zei, zag ik iemand meteen opzij kijken. Ik reageer: ‘Ik zie dat ik gelukkig niet de enige ben...’. Meteen is er een ontspannen sfeer in de zaal en zijn de mensen vol aandacht.’
Landingsproblemen?
In dit derde artikel naar aanleiding van ‘Preken is prachtig’ gaat het over deze praktisch-communicatieve kant van het preken. Want je kunt nog zulke goede dingen te zeggen hebben, als de doordachte opzet mist en de presentatie te wensen overlaat krijgt de boodschap landingsproblemen.
Ron van der Spoel komt in zijn cursus (en het boekje) met veel waardevolle suggesties over deze laatste fase in de preekvoorbereiding en het uiteindelijke houden van de preek. Iets daaruit in het vervolg.
Contact
Ook prekend is geen predikant gelijk. De één werkt met een uitgeschreven preek, een ander doet het met alleen wat punten en kernzinnen, beamer of mindmap. Dick Westerkamp heeft het op allerlei manieren gedaan, maar wil in ieder geval niet meer terug naar een compleet uitgeschreven preek. Westerkamp: ‘Het contact met de zaal vind ik erg belangrijk. Je zoekt naar gezichten die er speciaal uitspringen (bijvoorbeeld door een open of geïnteresseerde blik), als een soort ankerpunten: zolang die of die erbij is ga ik ervan uit dat anderen het ook wel zullen volgen’.
Mindmap
Contact met de hoorder dus! Om die reden kwam Ron van der Spoel zelf bij de mindmap uit. Het hielp hem in de preekvoorbereiding bij de structurering van wat hij wilde zeggen en tijdens het houden van de preek had hij veel meer contact met de gemeente. Geert van Dijk, die de cursus van ‘Passie voor preken’ in 2005 volgde, schakelde over op de mindmap en herkent dat. Maar soms schrijft hijnet als andere mindmapgebruikersde preek wel helemaal uit: ‘Daarbij gaat het vaak om bijzondere diensten: begrafenissen, trouwdiensten of themadiensten. Bij rouw- en trouwdiensten is het fijn om de familie iets op papier mee te geven. Bovendien luistert het dan vaak nauw hoe je de dingen zegt’.
Niet iedereen
Maar het werken met de mindmap lijkt niet voor iedereen weggelegd. Volgens Henk van der Velde kunnen meer bedachtzame en introverte types de preek maar beter uitschrijven. En Dick Lagewaard houdt het er op dat het werken met een mindmap ‘een zekere natuurlijke welbespraaktheid’ vraagt. Hij herinnert zich een indrukwekkende preek van wijlen ds.
Henk Smit: ‘Achteraf vertelde hij me dat hij slechts een briefje met 5 kernwoorden voor zich had. Dat was en is niet iedereen gegeven.’ Een enkeling gaf aan dat het uitschrijven van de preek helpt bij het ordenen van de gedachten en een creatief woord- en beeldgebruik. Gerard de Lange geeft het de zekerheid, dat er in ieder geval iets goeds ligt in de zondagse dienst.
Ook speelde de vraag of je al schrijvend wel tot spreektaal komt. Jan Willem Ploeg was er op dit punt voor zichzelf nog niet uit.
Klaas Holwerda vindt dat het al of niet uitschrijven van de preek ook van situatie tot situatie verschilt. Hij schrijft zijn preken in de regel uit, maar in vieringen met bewoners van een psychiatrische kliniek of met exgedetineerden werkt hij zonder papier.
‘Je moet als predikant verschillende vormen van presenteren kunnen hanteren’, zo concludeert Kees de Groot.
Preek in vijf stappen
Dan iets over de opzet van de preek, waar Ron van der Spoel tamelijk uitgesproken gedachten over heeft. Van der Spoel begint zijn preek dicht bij (de gevoelens van) de hoorder. Geert van Dijk vond de opening van Ron’s preek over Romeinen 10 (in ‘Preken is prachtig’) een geslaagd voorbeeld. Daar vertelt Van der Spoel hoe hij naar aanleiding van een telefoongesprek ging nadenken over de vraag: hoe ben ik eigenlijk zélf tot geloof gekomen? Dat werd het begin van zijn preek - dicht bij zichzelf en dicht bij de hoorder.
In een tweede stap probeert van der Spoel te laten zien dat het betreffende bijbelgedeelte werkelijk van belang is voor het leven en geloof van de hoorders. Daarbij had Kor van As veel aan het advies van Ron van der Spoel om in het Schriftgedeelte te zoeken naar menselijke ervaringen en emoties, die een brug kunnen zijn naar de hedendaagse hoorder.
In een derde moment komt van der Spoel tot de kern van de boodschap van de tekst, waarna hij vervolgens de twijfels en weerstanden verwoordt, die de hoorders bij deze boodschap zouden kunnen ervaren. Daarop volgt als vijfde de ‘plot’ van de preek met de ‘echte antwoorden’ op ‘echte vragen’ en aanzetten voor het leven met God en mensen.
Geboeid?
Ron van der Spoel volgt zelf altijd deze opzet, die volgens hem ook genoeg ruimte voor variatie geeft. Maar bij dat laatste hadden een aantal NGK-predikanten hun twijfels. Jan Mudde vreest de voorspelbaarheid en gaat zelf het liefste uit van de structuur van de te bepreken tekst. Mudde: ‘Het is de kunst om bij precies déze tekst steeds weer opnieuw te zoeken naar precies die éne vorm die naar jouw overtuiging het meeste recht doet aan de boodschap daarvan.’ Kor van As betwijfelt ook of de vorm zo beslissend is voor de vraag of een preek boeit of niet. Hij luistert zelf graag naar Tim Keller, die vrij klassieke drie-punten-preken houdt. Zou Keller boeiender worden als hij zou preken naar het vijfpunten model, zo vraagt Van As zich af en wijst er fijntjes op dat Ron van der Spoel het toch ook belangrijk vindt dat een prediker dicht bij zichzelf blijft!
Beeldrijk
Er is meer te noemen uit het boekje, maar ik sluit af met het pleidooi van de Vathorster predikant om toch vooral beeldend te preken: ‘Als jij het voor je ziet, dan zien de mensen het ook voor zich’. Prachtig natuurlijk! Maar bij het ophangpunt van dit advies - de visualisering van onze cultuur - kwamen de kritische kanttekeningen. Henk van der Velde verwees naar het woord vooraf, waar je leest dat Van der Spoel zijn boekje aanvankelijk schreef voor Pakistaanse voorgangers. ‘Is het boek nu geschreven voor plattelandspredikers in Pakistan of voor predikers in het geseculariseerde Nederland? Kun je overal dezelfde preekstijl hanteren of wisselen die met de tijd en cultuur’, zo vroeg de Bunschoter predikant zich af. Jan Mudde kon niet veel met de scherpe tegenstelling, die Van der Spoel maakt tussen vroeger en nu als het gaat om beeldrijk preken. Mudde: ‘Heel de kerkgeschiedenis vind je predikers, die helder en beeldrijk communiceren, zoals Origenes, Chrysostomus, Augustinus en vele anderen. Kenmerkend voor al deze predikers is dat ze er op de één of andere manier in slagen hun gehoor op het puntje van de stoel te brengen: dit gaat over mijn tijd, over onze gemeente, over mij persoonlijk!’ Ook de Bijbel zelf blinkt volgens Jan Mudde uit in ‘uiterst creatieve, oorspronkelijke en beeldrijke communicatie’ en hij wijst daarbij op Paulus en Ezechiël. En deze laatste beweging lijkt me een mooi besluit van dit artikelenreeksje.
‘Preken is prachtig’ is te bestellen door € 14,95 over te maken op bankrekeningnummer 35.46.91.228 t.n.v.
Benedicere te Amersfoort, met vermelding van eigen (volledig) adres. Zie verder: www.prekenisprachtig.nl.
Drs. Freddy Gerkema is predikant van de Nederlands Gereformeerde kerk van Amersfoort-noord en lid van de redactie van Opbouw.