Wees een zegen
1981-03-06
Het “Friesch Dagblad” van 23 febr. had een verslag van een massale jongerendag, uitgaande van de E.O. Er stond een grote “kop” boven: “Blijf in je kerk en wees daar tot zegen”.- Jaargang 25
- nummer 9
Wat het eerste gedeelte van de oproep betreft, die kon wel eens op gespannen voet staan met artikel 28 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Dit nu daargelaten. Want het gaat mij om dat tweede gedeelte: Wees een zegen.
God heeft dat tegen Abraham gezegd, maar dan ligt het wat anders, dan wanneer wij gaan zeggen, dat we in de kerk zullen blijven, omdat we daar misschien nog tot zegen kunnen zijn. Ik hoor die bewering vaker. Maar ik vrees, dat een bepaalde vorm van hoogmoed hier op de loer ligt.
Er was eens een dominee, die voor een “beroep” bedankt had of hij had een jubileum; daar wil ik af wezen. In ieder geval, er werd aandacht aan besteed. Namens kerkeraad en gemeente sprak een broeder er z’n blijdschap over uit dat “dominee in ons midden tot rijke zegen mag zijn”. Hij antwoordde daarop, die dominee. Omdat ik hem ken, mag ik U verzekeren, dat hij meende wat hij zei. Dit nl., “of hij blijven mocht en of de gemeente, zowel jong als oud, porberen wilde hem te helpen, want ongezegend door de gemeente kon hij niet verder.”
Men keek er vreemd van op, dat dominee om een zegen smeekte. Maar ik geloof, dat iedereen zó in de gemeente verkeren moet. Niet met de gedachte, dat ze zeer gezegend is door jouw aanwezigheid en inzet, maar met de hoop, dat er van haar rijke zegen “drop’len vallen op mij neer”.