Nakomelingen van Hem

1981-03-06
  • Jaargang 25
  • nummer 9
In het bekende hoofdstuk Jesaja 53 wordt in vers 10 van de Messias gezegd dat Hij, nadat Hij Zichzelf als schuldoffer heeft gegeven, nakomelingen zal zien.
Deze woorden zijn niet de meest bekende uit dit hoofdstuk. Om ze te begrijpen moeten we denken aan Mattheüs 12 : 46-50. Hier lezen we dat de Heiland spreekt tot de schare en dat dan Zijn moeder en broers Hem komen opzoeken. Ze willen Hem graag spreken en dan zegt iemand tot Jezus dat Zijn moeder en broers er zijn. Het antwoord van de Heiland lijkt wat vreemd. Hij vraagt wie Zijn moeder en broers zijn en Hij voegt er meteen aan toe dat ieder die de wil van Zijn Vader doet Zijn broer en zuster en moeder is.
Iedereen zal wel even vreemd opgekeken hebben. Zó doe je toch niet als je familie je opzoekt.
Achteraf is het voor ons niet zo moeilijk om te zeggen dat Jezus hier wil laten zien dat Hij niet van deze wereld is en dat Zijn familie niet beperkt is tot enkele mensen maar dat Hij in de wereld is gekomen om één grote familie te krijgen.
Daarvoor wil Hij zich geven in de dood. Op die manier zal Hij nakomelingen zien, zal Hij veel kinderen krijgen die in Hem willen geloven.
Jezus zal nakomelingen zien.
Hierover wordt ook iets gezegd in Hebreeën 2. De schrijver heeft het daar over Christus Die door Zijn dood voor allen wilde voldoen. En dan haalt hij enkele woorden van Hem zelf aan om te bewijzen dat Hij nu ook onze broer wil zijn. Zie maar vers 12: "Uw naam zal Ik aan mijn broeders verkondigen ... " en "Ziehier Ik en de kinderen die God Mij gegeven heeft ... "
Allen die in Hem geloven mogen familie van Hem zijn.
Daar gaat het ook in Jesaja om.
Het geloof in de Heiland is de enige voorwaarde. Andere voorwaarden zijn er niet. Óver kerkgrenzen héén profeteert Jesaja hier van die wonderlijke familieband die Jezus bewerken zal. Óver onze vooroordelen ten opzichte van bepaalde mensen heen noemt Jesaja kinderen van Jezus allen voor wie Hij sterven zal, Maar in families is vaak ruzie, ook onder de nakomelingen van Jezus.
Toch zal er niemand uit Zijn hand worden weggerukt (Joh. 10: 28).
Niemand zal verloren gaan ondanks onze menselijke maatstaven. Jezus geeft al Zijn schapen eeuwig leven.
We zullen uit de bijbel moeten' leren zuinig met onze familieleden om te gaan, we hebben te maken met broers en zussen van Jezus. En dan is voorzichtigheid geboden.
Daar hoort die politieman bij die net iets te vlug schoot.
Daar hoort die jongen bij die in Amsterdam in een gekraakt huis zit.
Daar hoort die homofiel bij die niet voor de dag durft te komen.
Daar hoort ...
Kijk maar om je heen en vul dan in.
Familie van elkaar zijn betekent iets gemeenschappelijks hebben.
We hebben Jezus samen en wat was Hij vaak met ontferming bewogen.
Hij heeft er moeite mee de kudde bij elkaar te houden, de schapen doen soms wel raar.
Hij zal nakomelingen zien.
Jij en ik, zij en hij.
Zullen we Jezus wat helpen om ons allemaal vast te houden?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief