"Wat mogen wij hopen?"

1981-03-13
  • Jaargang 25
  • nummer 10
Daarna werd mij als meetstok een rietstengel gegeven, met de woorden: Sta op en meet de tempel van God en het altaar en hen die daar aanbidden. Maar blijf af van de voorhof die buiten de tempel is en meet hem niet, want hij is aan de heidenen gegeven, en zij zullen de stad vertreden, tweeënveertig maanden lang. En ik zal mijn twee getuigen bevelen om te profeteren, in zakken gekleed, twaalfhonderdzestig dagen lang. Dit zijn de twee olijfbomen en de luchters, die voor de heer der aarde staan. Als iemand hun kwaad wil doen, komt er vuur uit hun mond om hun vijanden te verteren: ja, wie hun kwaad wil -doen, moet aldus sterven. Zij hebben de maoht de hemel te sluiten, zodat er geen regen valt in de tijd dat ze profeteren en ze hebben macht over de wateren om ze in bloed te veranderen, en macht om de aarde te slaan met allerlei plagen, zo dikwijls zij willen.
Maar als ze hun getuigenis hebben voleindigd, zal het beest dat uit de afgrond opstijgt, oorlog met hen voeren en hen overwinnen .en doden. En op het plein van de grote stad, die zinnebeeldig heet Sodom en Egypte, alwaar ook hun Heer werd gekruisigd, zullen hun lijken liggen, voor de ogen van de volken en stammen en talen en naties, drieeneenhalve dag lang: en men duIt niet dat ze begraven worden.
En de bewoners der aarde maken zich vrolijk over hen en vieren feesten zij sturen elkaar geschenken, want deze twee profeten waren voor hen een kwelling.
Maar na drieëneenhalve dag voer in hen een levensgeest uit God en zij kwamen overeind, en grote vreze overviel allen die hen zagen.
En zij hoorden een stem uit de hemel tot hen zeggen: Stijgt op hierheen, en ten aanschouwe van hun vijanden stegen zij in 'n wolk ten hemel. En op het zelfde ogenblik ontstond er een hevige aardbeving, en een tiende deel stad stortte in, en zevenduizend mensen kwamen om bij die aardbeving, terwijl de overlevenden, door vrees bevangen, eer brachten aan de God des hemels.

Ook hierbij een paar opmerkingen.
Voor zo ver ik weet is Openbaringen 11 de enige plaats in dit boek waar voortdurend gesproken wordt over de oordelen die over de wereld gaan en waarin gesproken wordt over het getuigen tegen die wereld, het profeteren.
Er wordt wel herhaaldelijk gesproken over de gelovigen en hun situatie daarin en dat zij door de oordelen heen bewaard blijven, maar voor zover ik weet is dat het enige hoofdstuk waarin gesproken wordt van een opdracht die ze hebben om te profeteren, om te getuigen. Vandaar dat ik dit hoofdstuk uitgekozen heb in verband met de vraag hoe moeten wij, de kerk, spreken in deze tijd. En dan zijn een paar dingen opmerkelijk: de twee getuigen worden getekend met uitdrukkingen die duidelijk verwijzen naar Mozes en Elia, als de groten uit het Oude Testament. En wat ze te zeggen hebben, is opnieuw hard. Vers 15, als iemand hun kwaad wij doen komt er een vuur uit hun mond om hun vijanden te verteren, ja wie hun kwaad wil doen moet aldus sterven.
Dit verwijst heel duidelijk naar het 1e hoofdstuk van 2 Koningen, daar wordt verteld dat Elia op een heuvel zit en dat de koning van Israël een groep soldaten naar hem stuurt om hem te halen en de officier die de leiding heeft over deze groep soldaten zegt tegen Elia: "Man Gods kom naar beneden en ga met me mee". Dan zegt Elia: "als ik een man Gods ben dan moge er vuur uit de hemel komen en U en uw vijftig mannen verteren", en dat gebeurt. Er gebeurt letterlijk wat hier staat, er moet vuur uit de hemel komen omdat ze hen kwaad willen doen,en dit gebeurt twee keer. De derde officier heeft er van geleerd en buigt zich voor Elia ter aarde en smeekt hem mee te gaan. Elia krijgt bij monde van de engel van Jahwe de opdracht om mee te gaan en hij gaat.
Zij hebben macht de hemel te sluiten zodat er geen regen valt. Ook dat verwijst duidelijk naar Elia.
Elia sprak dat het niet zou regenen in 31/2 jaar en het gebeurde en daarna sprak hij weer en het gaat regenen.
Ook op Mozes wordt gewezen in het vervolg van vers 6: ze hebben macht om de wateren in bloed te veranderen en macht om de aarde met allerlei plagen te slaan, dat is Mozes in Egypte. Zo spreken en handelen de twee getuigen en je kunt je voorstellen, dat als je dat doet, de mensen niet aangenaam getroffen zijn, dat dat reacties oproept en verzet, na enige tijd worden ze ook gedood. Ook daar dus geen aangename boodschap.
Ik kan me nauwelijks uit wat je hoort en leest voorstellen, dat er vandaag christenen zijn van de statuur van Mozes en Elia, die zo zouden kunnen optreden en met zo'n kracht en gezag zouden kunnen spreken als Elia in Israël en Mozes in Egypte. Ik denk dat we nog een weg te gaan hebben voordat we daaraan 'toe zullen zijn.
Het is natuurlijk met zo, dat je kunt zeggen dat staat in de Bijbel en nu moet ik dat zeggen en dan ga ik morgen b.v. maar op een plein staan met de boodschap dat dat gaat gebeuren. Zo gaat dat dunkt me niet. Daar is de statuur van Mozes en Elia voor nodig.
Maar er is nog een tweede opmerkelijk ding: ik denk dat wat hier staat, ons tegen de haren instrijkt en niet in de eerste plaats omdat we er ons niet toe in staat voelen, maar omdat wij er niet 'aan willen, dat deze dingen over de mensen van vandaag uitgeroepen zouden moeten worden. Dat ze zullen gebeuren en dat dit de manier is waarop van God gesproken moet worden - in deze tijd. Dit is het tweede opmerkelijke, dit is zover ik weet het enige gedeelte in Openbaring waar je leest dat als de rampen plaats vinden de reactie van de overlevenden is, dat ze eer brengen aan de God des hemels. Ineen ander hoofdstuk, in hoofdstuk 16, lasteren ze Goden bekeren zich niet.
Als je weet wat er op het spel staat in deze tijd zou dit toch wel een aanwijzing kunnen zijn, dat dit de enige weg is waardoor dingen zouden kunnen veranderen. Ook bij Elia, als hij die droogte uitroept, gaat het er niet om om Israël te verwoesten, te vernietigen, maar om het weer terug te roepen naar God, zodat het weer kan leven!
Denk ook aan het gesprek dat Elia met Achab heeft als hij hem ontmoet, waarbij Achab dan tegen hem zegt: "Jij bent de beroerder van Israël". "Dat ben je zelf", is daarop het antwoord van Elia.
Tot zover over het oordeel.

Het tweede waar ik wat aandacht aan wil geven is dit: Je vindt het bij alle profeten, dat het oordeel niet het laatste is, er is ook een voorbij aan het oordeel, een nieuw , perspectief, dat bij de profeten een nieuw perspectief voor Israël vormt en in Openbaring is dit de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Ook daar hebben we moeite mee en ik denk dat dat ook algemeen menselijk is, dat we er moeite mee hebben om voorbij het oordeel te zien, door het oordeel heen naar wat daarna komt en om daarin een stuk bemoediging te vinden. Ik denk dat die moeite nog versterkt wordt in onze tijd omdat het in de aard van onze tijd ligt te denken dat de mens hier tot vervulling en ontplooiing moet komen.
Dit is zo verweven met het denken van deze tijd, een gericht zijn op deze aarde, dat je je haast schuldig voelt om te durven verwijzen naar wat daarna komt, althans als je gevoelig bent voor wat er onder de mensen en bij jezelf leeft. Nu kun je wijzen naar het denken van de Renaissance, je kunt verwijzen naar Marx en Feuerbach. En heel bekend is de godsdienstkritiek, die bij Marx niet eens zo zeer speelt, maar bij anderen wet, waar gezegd wordt dat christenen het bestaande onrecht bevestigen door te troosten met wat later komt. Vandaar dat velen niet meer durven spreken van een troost van het leven hierna vanwege de vrees te zulten worden beschuldigd het onrecht dat er vandaag is daarmee te rechtvaardigen. Ik zal ook niet ontkennen dat dat ook wel gebeurd is, maar er rust haast een taboe op het spreken van de kerk over de troost van hierna. Dat is duidelijk niet bijbels en je vindt deze wijze van denken ook heel concreet terug in de manier waarop gesproken wordt over een nucleaire oorlog.
Je vindt die tendens zowe1 in de vredeskrant van het LK.V. als in de vredeskrant Sjaloom, alsof we me ons denken niet voorbij kunnen aan een nucleaire oorlog. In de vredeskrant van het I.K.V. wordt over een nucleaire oorlog gesproken enkel vanuit het besef van het onvoorstelbare lijden dat met zo'n oorlog mee zou komen en dat je je daarom eigenlijk alleen maar kunt inspannen om dat te voorkomen. Maar je kunt het ook terug vinden aan de andere kant, dat het hebben van nucleaire wapenen wordt verdedigd met het argument zo'n oorlog te voorkomen.
Ik denk dat dit heel begrijpelijk is, want het is haast onvoorstelbaar om daar doorheen te denken, er aan voorbij te denken en toch meen ik dat dat nodig is en dat dit wezenlijk is voor ons christelijk leven en verstaan en spreken. Ook wanneer een nucleaire oorlog plaats vindt, is dat niet het laatste. Maar dat kunnen we niet zeggen om ons daarmee af te maken van de verschrikkingen die er mee gepaard zullen gaan. Ik denk dat we de vragen die dat oproept, moeten laten opkomen, vragen zoals ze opkwamen vooral na' de 2e wereldoorlog, van hoe is het mogelijk dat deze dingen gebeuren; zes miljoen joden, als God bestaat, hoe kan dat?
Het christelijk geloof en de theologie hebben zich daar terecht mee bezig gehouden, ook al zal daar niet makkelijk een antwoord op te geven zijn. Ik denk dat we het nodig hebben te horen hoe deze dingen te maken hebben met het oordeel van God (terwijl er ook andere kanten aan zitten) dat zijn oordeel niet losstaat van zijn liefde, zijn hart, zoals ik dat getracht heb te laten zien bij Jeremia en dit spreekt nog sterker in verband met Christus als God mens wordt en het oordeel op zich neemt en daaraan kapot gaat.
Ik denk dat ook daarin het boek Openbaring ons verder helpt, m.n. Openb. 5. Wat is de betekenis van de boekrol?
Velen zien daarin: de geschiedenis.
Ik denk dat de uitleg die ik een keer gehoord heb, sterker staat: dat deze boekrol het boek des levens is, waarin de namen staan van degenen die het leven zullen beërven, je kunt zeggen de bestemming, het doel van de geschiedenis. Maar wil dat doel bereikt worden dan moeten die zeven zegels er vanaf genomen worden, en die zegels brengen met zich mee de oordelen, de plagen die verder worden beschreven, met andere woorden: dat doel van God, de nieuwe schepping, wordt niet bereikt dan dóór die oordelen heen. En we kunnen ons voorstellen als dat het geval is dat er dan niemand op aarde is, geen schepsel dat de verantwoordelijkheid daarvoor op zich durft nemen.
Ik denk dat er geen mens zou zijn, of hij zou zichzelf verre moeten overschatten, die de verantwoordelijkheid op zich zou durven nemen vaneen nucleaire vernietiging, als dat de weg is waarop het eeuwige leven zou worden bereid.
Ik denk dat wij daar terecht voor zouden terugschrikken. Dat staat hier ook, niemand in de hemel of op de aarde was bij machte het boek te openen. Vandaar dat het zo wezenlijk is dat degene die het boek , opent Jezus Christus is en Hij wordt beschreven als de leeuw uit Juda's stam, de wortel van David, maar als een lam geslacht. Hij kent het oordeel van God, het is over hem heengegaan en op een wijze die wij niet met hem kunnen meevoelen, dat is een geheim waarvan we de diepte niet kunnen beseffen. Het is wel belangrijk om ons dat te realiseren dat de zoon van God mens geworden is en door dat oordeel is heen gegaan, Hij !rent de volle scherpte en hardheid daarvan.
En Hij is dan ook waardig, in staat, Hij heeft de statuur, zou je kunnen zeggen, om de zegels te verbreken.
Ik meen dat dat besef een basis kan zijn van waaruit we als christenen zullen kunnen en blijven spreken, echter met een groot besef van onze kleinheid. Er klinkt in mee, dat in het lijden van de wereld God meelijdt en dat Hij daarin niet ongevoelig is. .
Ik hoop dat het allemaal wat duidelijker is geworden, dat het oordee1 niet het laatste is, en dat wij ook aan een nucleaire oorlog voorbij moeten kunnen denken: dat er een nieuwe schepping komt.

Tot slot lezen we Mattheüs 24.
Daarin staan soortgelijke dingen, 'als je deze dingen hoort, wees dan niet verontrust, dat is het begin van de weeën'. Dit beeld is zeer sprekend, helt is als een vrouw in verwachting die de eerste weeën krijgt en dan uitziet naar de geboorte van het kind. Dit betekent niet dat zij dan niet meer gevoelig voor die weeën zou zijn. Door die weeën heen ziet ze uit naar wat komt. Dit is een heel wezenlijk beeld voor ons christenen in deze tijd.
Je zou je n.l. kunnen afvragen als dit bijbels gezien, ons spreken zal moeten bepalen, waarbij een realiteit van een nucleaire oorlog eigenlijk wordt geaccepteerd, betekent dat dan niet dat je het gebeuren ervan dan bevordert? Dat heeft men Jeremia ook verweten toen hij over de verwoesting van Jeruzalem sprak.
Leidt dat er dan niet gemakkelijk toe dat we in het heden niet meer een verantwoordelijkheid zien, dat het blijft bij het getuigen en het spreken van het oordeel en dat we anders niets meer doen. Ik denk dat het getuigen heel wezenlijk is en ik denk ook dat de christenen weer moeten leren bidden en vasten. Om misverstand te voorkomen wil ik stellen dat je alleen kunt vasten als je van het leven kunt genieten. Ik denk dat dat wezenlijk is, dat vasten en bidden om te getuigen, maar dat is niet het enige. Zie daarvoor het slot van Matth. 24 : 43:

Begrijpt dit wel: als de eigenaar van het huis wist op welk uur van de nacht de dief zou komen, zou hij blijven waken en in zijn huis niet laten inbreken. Weest ook gij dus bereid omdat de Zoon des mensen komt op het uur waarop gij het niet verwacht.
Wie is dus de trouwe en verstandige knecht, die de heer over zijn dienstvolk heeft aangesteld om op hun tijd het eten te geven?
Gelukkig die knecht die de heer bij zijn komst daarmee bezig vindt. Voorwaar ik zeg U: hij zal hem aanstellen overal wat hij bezit. Maar is die knecht . slecht en zegt hij bij zichzelf: mijn heer blijft nog wel een poosje weg, en begint hij de andere knechten te slaan en eet en drinkt met dronkaards, dan zal de heer van die knecht komen op een dag waarop hij het niet verwacht en op een uur dat hij niet kent; en hij zat!hem vierendelen en hem het lot doen delen van de huichelaars. Daar za:l geween zijn en tandengeknars.

Dat wijst er op dat er een verantwoordelijkheid blijkt ook in de verwachting van de laatste dagen voor de naaste, de verantwoordelijkheid om voor hem te zorgen. Je zou haast kunnen zeggen dit krijgt hier bij Jezus alle accent, de zorg voor de naaste, ook met het ook op de wederkomst. In Matth. 24 staan soortgelijke dingen als in het boek Openbaring. Ik denk dat dit alles heel wezenlijk is ook voor ons streven.
En de laatste tekst waarmede ik zou willen eindigen, zijn de laatste verzen van de Bergrede die dikwijls onnauwkeurig worden gelezen.

Mattheüs 7 : 24-27

Ieder die nu deze woorden van mij hoort en er naar handelt, kan men vergelijken met een verstandig man die zijn huis op rotsgrond bouwde, De regen viel neer, de bergstromen kwamen omlaag, de storm stak op en zij stortte zich op dat huis, maar het viel niet in, want het stond gegrondvest op de rots. Maar ieder die deze woorden van Mij hoort, doch er niet naar handelt kan men vergelijken met een dwaas, die zijn huis bouwde op het zand. De regen viel neer, de bergstromen kwamen omlaag, de storm stak op en zij beukten dat huis zodat het volledig verwoest werd. Toen Jezus deze toespraak geëindigd had, was het volk buiten zichzelf van verbazing over zijn leer. Want Hij onderrichtte niet zoals hun schriftgeleerden, maar als iemand die gezag bezit.
Deze woorden worden vaak op de klank af gebruikten dan wordt gezegd: wie gelooft, die heeft de vaste grond, die heeft zijn huis op de rots gebouwd en dat blijft staan ook als het gaat stormen. Wie niet gelooft heeft het huis op het zand gebouwd.
Ik wil niet zeggen dat dit niet waar is, maar dat staat hier niet, tenminste niet op deze manier.
Hier staat: wie mijn woorden hoort en doet die heeft zijn huis op de rots gebouwd maar wie Mijn woord hoort en het niet doet die heeft het huis op het zand gebouwd.
En zijn mensen die wel in zijn naam gesproken hebben, ja zelfs duivelen hebben uitgeworpen. Zij zuilen ontdekken dat het criterium anders lag. Die Mijn woord hoort en ze doet, die passeert het oordeel en dat gaat niet buiten het geloof om, dat behoort tot het geloof. En daarbij behoort ook het zorgen voor de naaste zoals Jezus daarover spreekt in Matth. 24. Juist in het laatste der dagen.

25 oktober 1980

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief