Dit nu zijn de namen (Exodus 2) (7)

1981-03-20
  • Jaargang 25
  • nummer 11
Hemelbreed gemeten
Schijnbaar ligt er een meer dan hemelsbreed verschil tussen het eerste gedeelte van Ex. 2 (Mozes' geboorte en opvoeding) en het tweede: Mozes en zijn volk - vlucht naar Midan. De afstand tussen Egypte en Midan - honderden kilometers - lijkt meer dan hemelsbreed: Mozes lijkt uitgerangeerd.
Het kind, wiens "graf" (de Nijl) zijn redding werd, is als man "vreemdeling geworden in een vreemd land". De aanvankelijk stijgende lijn is abrupt gezakt tot het absolute nulpunt.
Mochten zijn kansen als kind hoog aangeschreven staan, als volwassene is hij tot werkeloosheid gedoemd. God mag dan al sterkte grondvesten uit de mond van zuigelingen en kinderen, zijn tegenstanders ten spijt (Ps. 8) - kinderen zijn in de grond van de zaak ongevaarlijk: zij kunnen niets uitrichten. Pas als zij volwassen zijn, worden ze misschien gevaarlijk, maar als volwassene is Mozes "uit de weg geruimd", smadelijk gevlucht.
Gods plannen lijken op dit ogenblik - voor veertig lange jaren! - getorpedeerd. De verdrukking van Israël gaat onverminderd voort (2 : 11; 3: 7). Heeft satan een overwinning geboekt? Onthult Gods vergrootglas nu niet een - al is het tijdelijk - débacle? Is God toch niet te allen tijde opgewassen tegen alle situaties? Hij plaatst ons bij de geboortewieg van zijn volk - maar is het "kind" wel te redden en levensvatbaar?

Veertig vergeten jaren?
Een en ander bepaalt ons bij de vraag: wat is er nu eigenlijk gebeurd? Wel, Mozes is groot geworden. Uit Hand. 7 : 23 v.v. weten we: hij is nu veertig jaar. Zijn jeugd is voorbij.
Hij staat nu in de volle kracht van zijn leven. Zoiets als: het leven begint bij veertig.
Veertig jaren zijn voorbij. Veertig harde jaren voor Israël.
Veertig makkelijke jaren voor Mozes. In deze tijd is zijn opvoeding voltooid. Een leven vol weelde, omringd door en beschikkend over de schatten van Egypte (Hebr. 11 : 26).
In een paleisweelde van onvoorstelbare rijkdom: "nu nog staan we versteld over wat er in een graf als van Toet-Ank-Amen is gevonden", laat staan in zijn paleizen. Gewend aan statie gewaden en paleisbanketten, op zijn wenken bediend door een leger van slaven en geëerd als zoon van farao's dochter: een ontzaglijk hoge positie. Daarbij "onderwezen in alle wijsheid der Egyptenaren". M.a.w. hij, de veehoederszoon. bereikt een cultureel niveau dat zijns gelijke niet had in de toenmalige wereld. Met een opleiding die hem bekwaamde voor een schitterende carrière, hetzij als veldheer, hetzij als diplomaat of econoom. We kunnen gerust aannemen: aan de opvoeding van Mozes is alles ten koste gelegd. Het puikje van Egypte's geleerden hield zich bezig met de opvoeding van deze hebreeuwse knaap. Wat Mozes aan het eind van zijn opleiding niet wist, was de moeite van het weten niet waard: opgevoed in alle wijsheid der Egyptenaren!

Wat bewoog Mozes?
Je zou zeggen: een jongen overgebracht in zo'n andere wereld van weelde en wijsheid, en dat op zo jeugdige leeftijd - die kan straks niet anders meer. Dat andere leven is hem een tweede natuur geworden, naar menselijke berekening.
En veertig jaar lang doet God niets! Misschien heeft satan er wel op gehoopt en gespeculeerd, dat Mozes onschadelijk was gemaakt.
Maar dan - pas na veertig jaar - gebeurt er niets minder dan een wonder! Kijk, zegt God tegen zijn kerk, die haar geboortegeschiedenis leest: "in die tijd, toen Mozes groot geworden was, ging hij uit tot zijn broeders en lette op hun dwangarbeid". Stephanus: het kwam in zijn hart op naar zijn broeders, de kinderen Israëls, om te zien (Hand. 7 : 23).
Het kwam in zijn hart op ... Wat bewoog hem? Nu ja, géén wonder, zullen velen denken: het bloed kruipt waar het niet gaan kan ... 0 ja? Dit is een misleidend spreekwoord.
Er zijn mensen die hun eigen moeder of zuster voor een paar honderd gulden vermoorden. En wat denkt u van Athalia (2 Kon. 10: 1)? Of van een Herodes die zijn eigen kinderen liet ombrengen? De humanistische leugen, inhaerent aan dit spreekwoord, wordt op vele bladzijden in de bijbel gelogenstraft door keiharde en weerzinwekkende feiten. Het beslag, dat satan op de mensen legt, gaat veel verder dan wij (onszelf sparend) denken.

Menselijke afkeuring
Wat bewoog Mozes? Die vraag wordt nog verdiept als wij letten op zijn volgende daad. Als hij een Egyptenaar een van zijn broeders ziet (dood)slaan, slaat hij de Egyptenaar dood en verbergt het lijk omzichtig.
Doorgaans heeft men hier zijn oordeel spoedig klaar: gedreven door medelijden en in een opwelling van drift, begaat Mozes in feite een móórd. Daarmee grijpt hij op ongeoorloofde wijze vooruit op Gods plannen en stuurt die in de war. De afkeuring is (bijna) algemeen. Ik noteer, alleen al uit de Korte Verklaring, de volgende punten:

- de doodslag geeft 'n indruk van zijn onstuimig karakter en grote kracht: 'n geweldenaar;
- als verlosser wilde hij te vroeg optreden; tegelijk was zijn daad niet bedoeld als het sein tot een openlijke opstand ... van een systematisch plan is geen sprake;
- Mozes' daad valt af te keuren als zondig en wordt dan ook bestraft door God met de vlucht naar en een veertigjarig verblijf in Midan;
-wel is het treffend dat ons een rechtstreekse bestraffing des HEREN in woorden niet wordt vermeld;
-de zonde van Mozes is drift en gebrek aan geduld: vooruitgrijpen op Gods plannen;
-maar we moeten toch tegelijk niet vergeten dat Mozes optreedt voor het recht en
-in zijn positie alles waagt voor zijn volk dat wordt verdrukt ...

In Góds waagschaal ...
Zoals gezegd: de afkeuring is (bijna) algemeen over de man die door de Schrift zelf genoemd wordt "een zeer zachtmoedig man, meer dan enig mens op de aardbodem" (Num. 12 : 13).
Maar ja: gelovige mensen slaan niemand dood, niet waar? En ze lopen God ook niet voor de voeten ...
Alleen maar: de Schrift zelf spreekt géén afkeuring uit!
Integendeel: die spreekt van gelóóf. En ze heeft het niet over en onbekookte opwelling van drift maar over Mozes' weloverwogen besluit.
Luister maar: "door het geloof heeft Mozes, volwassen geworden, geweigerd (!) door te gaan voor een zoon van farao's dochter, maar hij heeft er de voorkeur aan gegeven met het volk Gods kwaad te verdragen liever dan tijdelijk van de zonde te genieten (!!); en hij heeft de smaad van Christus groter rijkdom geacht dan de schatten van Egypte, want hij hield de blik gericht op de vergelding" (Hebr. 11 : 24-26).
Dat is me nogal een getuigenis.
Blijkbaar leggen de bijbelschrijver een heel andere maatstaf aan dan wij, zielepluizers, gewend zijn. En zij leggen ook heel andere en veel verdergaande verbanden dan wij zelfs maar ontwaren.
Hadden wij bijv. durven zeggen: " ... de smaad van Christus groter rijkdom geacht dan de schatten van Egypte"?
Dát is pas de bijbel lezen in samenhang en in perspectief!
Paulus schrijft dat hij te allen tij de het sterven van Jezus in het lichaam omdraagt (2 Cor. 4 : 10). Ook dat hij in zijn vlees aanvult "wat ontbreekt aan de verdrukkingen van Christus" (Col. 1: 24) - de resten, de overblijfselen. In Hebr. 11 wordt dat naar het verleden terug geprojecteerd: Mozes verkoos de smaadheid van Christus te dragen! Zo ziet de bijbel de samenhang in de heils- en lijdensgeschiedenis van Gods verlossend handelen. Mensen die zich aan zijn zaak wijden gaan dezelfde lijdensweg, betonen zich metterdaad als het ware Israël, als echte kinderen van Abraham (Joh. 8: 39). Aan Mozes' daad gaat een weloverwogen geloofsbesluit vooraf - een wonder: de triomf van Gods genade!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief