Ongehuwd samenwonen

2008-08-15
  • Jaargang 52
  • nummer 16
In het vorige nummer van Opbouw vond u in deze rubriek een artikel van dr. Wilschut over de kerkelijke tucht. Zoals aangekondigd blijf ik ook ditmaal nog even bij datzelfde thema. In de Gereformeerde Kerkbode van 20 juni, voor de Vrijgemaakte kerken in de drie noordelijke provincies, schrijft ds. S.M. Alserda over de manier waarop binnen de classis Groningen van deze kerken is nagedacht over het beleid ten aanzien van mensen die ongehuwd samenwonen. De Bijbelse uitgangspunten van alle kerken bleken gelijk te zijn, de vertaling naar de concrete praktijk niet.
Eerst de principiële uitgangspunten:

1) Als een man en een vrouw van elkaar gaan houden en het leven, ook lichamelijk, met elkaar willen delen, moeten ze elkaar levenslang trouw zijn en zich op zo’n relatie openlijk vastleggen. Dit is wat de Bijbel aanduidt als huwelijk. Zo doen man en vrouw recht aan het zevende gebod: ‘Pleeg geen overspel’.
Hun omgeving kan en mag hen ook in hun belofte van liefde en trouw ondersteunen en hen daarop aanspreken. Zo wordt over en weer in de gemeente vorm gegeven aan de navolging van Christus, die zijn gemeente liefheeft en trouw blijft.
2) Vandaag is het huwelijk, zoals dat op het gemeentehuis gesloten wordt en in de kerk bevestigd, de vorm die aan deze verbinding van liefde en trouw recht doet. Alle vormen van ongehuwd samenwonen gaan in tegen Gods bedoeling met de verhouding tussen man en vrouw. Die sluit immers elke vorm van vrijblijvendheid uit.
3) Daarom is het terecht dat van leden van Christus’ gemeente gevraagd wordt, dat wanneer een man en vrouw het leven helemaal met elkaar willen delen, ze met elkaar trouwen. Ook bij die jongeren die hun ongehuwd samenwonen beschouwen als het begin van een levenslange verbintenis van liefde en trouw, moet er op aangedrongen worden dat ze gaan trouwen: hun vorm van samenwonen is niet het huwelijk zoals dat door God is bedoeld; ook geven zulke jongeren hiermee een verkeerd voorbeeld.
4) Niet samenwonen, maar het huwelijk is een afspiegeling van het huwelijk tussen Christus en zijn gemeente, zoals dat aan het Heilig Avondmaal gevierd wordt (Efeziërs 5:21-33).

Eensgezindheid dus, wanneer het gaat om het bijbelse uitgangspunt. Maar wat moet je opstelling zijn, wanneer gemeenteleden een andere keus maken? Op dat punt bleek er wel verschil in opstelling van de verschillende kerkenraden. De ene kerkenraad beschouwt ‘samenwonen’ als een publieke zonde, waarbij onmiddellijk afhouding van het Avondmaal moet volgen. De andere kerkenraad wil eerst een gesprek aangaan en laat de mogelijkheid open, dat in bepaalde gevallen de samenwonenden niet worden afgehouden.
Benaderen bepaalde gevallen van geregistreerd partnerschap het huwelijk niet heel dicht? Bijvoorbeeld wanneer een belofte van levenslange trouw wordt vastgelegd. Terwijl in onze maatschappij het definitieve karakter van het huwelijk helemaal niet zo definitief meer is. En hoe moet je dan omgaan met uitzonderingssituaties, waarin asielzoekers soms komen te verkeren? ()
Een vraag, die zich in dit verband ook voordoet, is: wanneer men na een periode van samenwonen tot een huwelijk besluit, kan dit huwelijk dan ook kerkelijk worden bevestigd? Of moet er dan eerst (publiek) schuld beleden worden? Ook hierover bleken binnen de classis Groningen de kerkenraden niet helemaal gelijk te denken.

Deze verschillen deden de classis besluiten om zich meer diepgaand bezig te houden met de manier waarop vandaag tegen tucht aangekeken wordt. Het blijkt een veel breder verschijnsel te zijn, dat tucht vandaag veel minder gauw wordt toegepast dan vroeger. Veel wordt geplaatst onder de noemer: wel miserabel, maar niet censurabel. Heeft de praktijk niet geleerd, dat tucht meestal niets positiefs oplevert? Je bereikt alleen, dat mensen zich eerder onttrekken. Terwijl het doel van tucht toch is: bekering van de zondaar. Via gesprek bereik je vaak veel meer dan via tucht. De andere kant is echter, dat het doel van tucht breder is dan alleen de bekering van de zondaar. Tucht is er ook ter bescherming van de gemeente. Om te voorkomen, dat een verkeerd voorbeeld navolging vindt. Daarom zal de kerkenraad publiek een duidelijk standpunt moeten innemen, op grond van de Bijbel. En een derde doel van tucht is altijd geweest: de eer van God. Gods Naam en de Tafel van Christus moeten heilig gehouden worden. Dat is de taak van de hele gemeente, met de kerkenraad voorop.
Een laatste vraag, waarvoor de classis zich bij het onderwerp ‘samenwonen’ geplaatst zag is: hoe verhoudt zich het (niet) toepassen van tucht met de duidelijke uitspraken van de Schrift, zoals we die samen hebben verwoord? () Of is dat toch niet zo duidelijk? Is samenwonen nu wel of niet als ‘zonde’ te typeren? Bedoelen we met een uitdrukking als ‘ingaan tegen God bedoeling’ misschien wat anders dan ‘zonde’?

Wat een mooie formulering, in die laatste zin, en zo herkenbaar: is ‘ingaan tegen Gods bedoeling’ hetzelfde als zonde, of zit daar nog wat tussen?

Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK in Enschede.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief