Homofiel zijn, wat moet je er mee? (V)

1981-03-27
  • Jaargang 25
  • nummer 12
In het Reformatorisch Dagblad stond een tijd geleden een verslag van een door dr W. G. de Vries, 'binnenverbands' predikant te Haren, gehouden toespraak over 'Bijbel en seksualiteit'.
Uit dit verslag wil ik enkele regels aanhalen, daarbij beseffend dat het een verslag is.
'De leer van het Oude Testament is ... dat God sexuele omgang exclusief aan het huwelijk verbindt en scherpe maatregelen treft tegen elke sexuele relatie voor of naast het huwelijk'.
Wat de homoseksualiteit betreft verwees De Vries naar de bekende tekst uit Leviticus 18.
Het is jammer dat bij allerlei discussies over seksuele omgang nauwelijks wordt ingegaan op de vraag wát seksuele omgang nu eigenlijk is.
Is dat alleen de intieme geslachtsgemeenschap of hoort daar ook bij wat wij 'intiem vrijen' noemen.
Zolang deze vraag niet beantwoord is heeft het weinig zin te praten over seksueel verkeer voor of naast het huwelijk. In het boekje 'Jeugd en seksualiteit' wees ik er indertijd op dat het wederzijds bevredigen van jongen en meisje niet anders is dan het op een bepaalde manier lichamelijk gemeenschap met elkaar hebben. Valt dat ook onder het oordeel van De Vries? Of niet?
Maar áls dat er niet onder valt, hoe staat het dan met dergelijk seksueel verkeer tussen homofielen? Ik vraag maar weer.
Ik noem deze vragen omdat de beantwoording ervan meer diepgang vraagt dan wat gemakkelijk bijbelgebruik. lk citeer hieronder verder uit een stukje van een homofiele jongen waaruit ik de vorige keer ook reeds een gedeelte doorgaf: 'Voor een celibatair leven zou ik mijn seksualiteit moeten ontkennen, en dat is iets wat je domweg niet kán doen. Als je daartoe gedwongen wordt, dan drijft men je welhaast de homofielencafees in om dan maar in het geheim, in de anonimiteit bevrediging te zoeken. Juist als je dát om je geloof niet wilt wordt het je erg moeilijk gemaakt. 'Liefde is een kwelling, wanneer we haar verbergen', dichtte een japanner 1200 jaar geleden en daar kan ik me nu nog in herkennen. Bij de schepping zei God dat de mens niet alleen hoefde te blijven, Als ik, in geloof, een vriend vind, dan geloof ik dat de Here ook waar deze liefde woont Zijn zegen gebiedt. En dan kan ook deze relatie, op haar manier, vruchtbaar zijn.
Een gesprek over je homofiel-zijn is te gauw belast met het seksuele aspekt. Omdat je weet dat die vooroordelen er zijn praat je er maar niet zo gauw over, of helemaal niet. En dat maakt het homofiel-zijn zo moeilijk, dat alleen zijn met je gevoelens, dat niet met iemand kunnen delen van je gevoelens. Je weet immers van elkaar niet boe je bent want een andere homofiel ondervindt dezelfde remmingen.' Het zou belangrijk zijn als meerdere homofielen eens reageren op wat in dit en vorige artikeltjes is geschreven.
Het zou belangrijk kunnen zijn een gespreksgroep te vormen waarin homofielen uit onze kerken met elkaar kunnen spreken.
Enkele homofielen hebben me gevraagd op deze mogelijkheid van gedachtenwisseling te wijzen en ik wil dat graag doen.
In afwachting van verdere reacties sluit ik deze artikelen over homofiel zijn voorlopig af.
Uit de brief van een moeder van een homofiele zoon haal ik tenslotte nog het volgende aan: 'De gelovige jonge medebroeder, -zuster, heeft het zo al honds moeilijk, laten we niet de steen zijn waarover zij vallen'.
We kunnen stenen opwerpen voor een ander waarover die ander struikelt. We kunnen ook stenen gooien naar een ander. Jezus zei hierover eens vlijmscherp dat wie zonder zonde is de eerste steen dan maar moet pakken. Maar geef dan meteen die jongen wiens woorden ik hierboven citeerde een schriftuurlijk antwoord. En bedenk daarbij dat schriftuurlijk spreken altijd óók een stuk bewogenheid zal moeten inhouden.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief