Voor de schijn
1981-04-03
Het zat muurvast met die man. Zijn naasten, diegenen althans die naast hem behoorden te staan, stonden op het punt om hem aan z’n lot over te laten. Hij moest het dan verder zelf maar uitzoeken. Eén van hen deed de deur open om hem uit te laten en zei nog: We blijven voor je bidden. Er was ook een psycholoog met dat drama bezig. Hij zei: Dat is nu weer typisch iets van de Christelijken. Ze trekken hun handen van iemand af en met die opmerking over het gebed willen ze hem duidelijk laten voelen, dat het niet aan hen gelegen heeft. Zij willen het goede, maar hij wou verkeerd.’- Jaargang 25
- nummer 13
Ik vroeg: Bleef er voor die mensen nog iets anders over dan met die man te kappen? De enige die hem veranderen kan, is God. Maar met dat ik dit zei, dacht ik: Die psycholoog heeft toch in de roos geschoten. Want als de naasten van die man blijven bidden voor hem, goed, maar dat behoefden ze niet tegen hem te zèggen. In deze situatie was het niets anders dan een vrome trap achterna. Zo las ik in de “kerkelijke pers” in de loop van verscheidene jaren heel wat veroordelingen van anderen. Wat gaat het daar en daar slecht… wat een afval…wat is men in die en die kerkelijke gemeenschap toch ver afgedwaald… we hopen en bidden dat men dit nog zal inzien…
Dat bidden, zou ’t waar wezen? Als je werkelijk voor iemands bekering bidt, dan zet je dat niet in een weekblad. Je kunt het beter niet eens aan die man of aan die afvallige kerk schrijven in een brief, want het komt vernederend over, als mensen je laten weten, dat ze voor je bekering bidden; je zou daarom alleen al zeggen: jullie kunnen barsten. Wie waren het ook weer, die voor de schijn (lange) gebeden deden?