Op zoek naar de zon
1981-04-10
Hoe zacht de winters hier ook zijn (korte dagen, lange avonden, veel gelegenheid voor lezen, nadenken, schrijven en binnenpret) - die winters zijn zonloos. En bij het lengen der dagen komt de onweerstaanbare behoefte aan zon. Wij aanbidden de zon niet, maar wij omhelzen haar graag.- Jaargang 25
- nummer 14
Niet om op een kaal eiland tussen honderden halve bikini's en ruigbehaarde zwembroeken te liggen bakken. Liever in een land, waar we meteen wat van opsteken. En na weken van groeiende bewustwording en geconcentreerd overleg met onze reisadviseurs in het moederland komt plotseling de kans open op een reis naar Egypte!
Berekeningen worden gemaakt, spaarpotten omgekeerd, een onverwachte meevaller wordt aangesproken; en ... we rookten de laatste vijftig jaar niet: dat scheelt een slok op een borrel. De beslissing wordt genomen en negen dagen later zijn we op weg. De biljetten voor de boot mogen we in Hull ophalen, de tickets voor de vliegreis zuilen op Schiphol klaarliggen, de visums moeten we maar in Caïro bemachtigen, zegt de Londense ambassade.
Met onze passen, een chequeboekje, een tandenborstel en de beste wensen gaan we naar het land, waarvan de geschiedschrijver Herodotus al 450 jaar voor Christus zei: dat het dingen te zien geeft, die men nauwelijks kan beschrijven. Welnu, dat willen we dan graag zien. Morgen bloeien de abrikozen.
En als we 's avonds na een lange reis ons hotel in Caïro-Zuid binnenstappen, moeten we elkaar in de arm knijpen om vast te stellen dat het geen droom is. Want uit ons raam zien we de grote piramide van Cheops, in het licht van schijnwerpers, op geen duizend meter afstand!
“Veertig eeuwen zien op u neer", heeft Napoleon destijds tegen zijn soldaten op deze plaats gezegd. Hij vergiste zich, niet alleen strategisch, ook cultuur-historisch. Want meer dan vijftig eeuwen zijn hier tastelijk aanwezig: in ongelooflijke beeldhouwwerken en beeldrijke inscripties, in gloedvolle muurschilderingen en verfijnde fresco's binnen de piramiden, in onbetaalbare voorwerpen en tijdeloze schoonheid. En nu mag u van Napoleon zo veel kwaads zeggen als u wilt, maar door zijn dwaze aanval op Egypte is de vergeten taal van 's lands historieschrijving binnen menselijk bereik gekomen. Wat toen al duizend jaren een gesloten boek was geweest ging in 1822 spreken: doordat de Franse geleerde OCampollion via een drietalig beschreven steen de taal der hiërogliefen begon te verstaan; althans de eerste zeven letters, de namen van twee farao's inbegrepen.
Nadien werden de talloze muurschilderingen en fresco's in de leeggeroofde koningsgraven ontcijferd; de goed bewaarde papyrusrollen, voor grafrovers niet interessant genoeg, gaven hun geheimen bloot. Een eeuw na de steen van Rosetta werd het ongeschonden graf van Toet Anoh Amon ontdekt. De wereld stond verbijsterd bij het zien van de mateloze pracht, de rijkdom en het ongekend hoge niveau van Egypte's oudheid. Nog een halve eeuw - en enkele rijke landen redden twee belangrijke rotstempels van de zekere ondergang, die ze in Nasser's nieuwe stuwmeer tegemoet gingen: door deze beeldhouwwerken uit elkaar te zagen en ze op een gunstiger plaats weer gaaf op te richten.
Op Zondagmorgen - we zijn nu tien dagen van huis - zit ik in een hoteltuin te Assoean in de zon. We hebben een week van grote ervaringen achter de rug, een andere week nog te goed. Er is vandaag geen kerkgang mogelijk (in de Koptische kerk wordt Arabisch gesproken) maar ik heb mijn trouwe zakbijbeltje bij me.
Assoean ligt aan de eerste stroomversnelling van de Nijl, van de Middellandse Zee uit gerekend. Voor de Nijl zelf is dit de laatste van zijn stroomversnellingen of cataracten. Vroeger was dit punt het uiterste Zuiden van Opper-Egypte (van Caïro tot de Zee heette het Neder-Egypte) maar na de verovering van Nubië breidde Egypte zich uit tot aan de Soedan, dat is tot de tweede stroomversnelling. Zo belangrijk is de Nijl voor dit land, dat de staatkundige indeling aan de stroomversnellingen is gekoppeld.
Ook zijn bebouwing, beplanting en cultuur hangen geheel van de rivier af.
Zelfs het belastingstelsel is gebaseerd op de waterschaal.
Het land is van boven af (of op de landkaart) bezien één slangachtige oase van gemiddeld 15 kilometer breedte - maar ver over de duizend kilometer lang. Alleen de brede delta, het uitmondingsgebied bij de Zee, geeft aan de groene slang een kop als van een cobra. Het gezegde luidt: Egypte is een geschenk van de Nijl! Geen wonder, dat de zon en de rivier van ouds af zijn aangebeden.
Ons hotel staat op een eilandje in de rivier. Hierin heeft de sjah van Perzië enkele trieste maanden doorgebracht, toen hij in ballingschap moest gaan.
President Sadat kon hem hier een bewaakte schuilplaats bieden, toen Afghanistan, met gijzelaars achter de hand, zijn uitlevering eiste. AIs we geluidloos over de dikke tapijten en traplopers schuifelen, verwachten we bijna hem tegen te komen. Sadat heeft veel risico genomen door zijn vriend te beschermen, maar hij aanvaardde dit omdat hij en zijn land veel aan de sjah te danken hebben. In dit land van corruptie en fooien, van bedelarij en steekpenningen, bloeit levens de bloem van dankbaarheid; zoals in de omringende wildernis de allermooiste bloemen - bougainvilles, mimosa - weelderig kleur verlenen aan een goudbruine maar dode achtergrond.
Hier in Assoean heeft ook de bekende Agha Khan gewoond en Sadat zelf heeft er een buitenhuis vanwege het kostelijke klimaat. Een "winterhuis", zoals koning Jojakim van Juda heeft gehad 1). Het is midden Februari en we genieten een kostelijke temperatuur, zoals bij ons in het hartje van de zomer. Maar de zomers zijn hier ongenietbaar heet. Per jaar valt hier gemiddeld slechts 12 uur regen. De droge lucht is nu niet heet maar doet wel veel drinken.
Een enkele zwemmer gaat rond in de blauwe zwemvijver. Een donkere Nubiër zuigt langzaam de bodem van het bassin schoon. Een andere Nubiër besproeit de acacia's; zittend, want dat kan ook. Zijn profiel steekt tegen de strakblauwe lucht af, precies tussen de minarets van een moskee en de toren van de Koptische kerk. Ergens klinkt primitieve muziek uit een radio en achter ons gonst dag en nacht de airconditioning.
Ja, je vindt hier de grootst denkbare tegenstellingen. Airconditioning, televisie en laser zijn even gewoon als het wassen in de Nijl, de ezels tussen de autobussen, de geiten langs de landwegen en de kameel-reizigers op hun "schip der woestijn". Onze gekoelde Mercedes-bus wordt talloze malen opgehouden door een Arabier op een ezel, overstekende kinderen of en troep honden. De witte ibis staat in het oeverriet als in de dagen der farao's; straks ging een vlucht gieren voorbij, recht op het dode doel af.
Maar dan wordt de lucht weer beheerst door een reuzenvliegtuig of een militaire helikopter. De weidehop is populair, de koereiger ook, adelaars en valken niet minder; maar de krokodil komt hier niet meer voor, noch het nijlpaard.
Tussen de wolkenkrabbers van Caïro staat een van de kolossale standbeelden van Ramses II zijn hoofd te schudden. Op de akker langs de Nijl lopen runderen in molens langzaam rond, om kostbaar water in het irrigatiestelsel te pompen ... zoals ze dat al 5000 jaar deden. Zei Mozes 2) niet reeds: "het land, waarin ge komt, is niet als Egypte, dat gij na het zaaien kunstmatig moest drenken als een moestuin"? De vrouwen dragen haar zware lasten nog fier op het hoofd, terwijl ze statig de taxi's vermijden; ze zijn niet alle gesluierd maar wei in het lang gekleed. Lichtreclames spotten met de aloude kaftans en de bioscoopgevels slaan nergens op. Bij de gebedsuren galmt de mohammedaanse zang over de daken - met de nasale klank van transistorluidsprekers. En de hotels met de modernste gemakken - telefoon tot in de badkamer - organiseren Arabische avonden in een oase van de woestijn, compleet met rebabmuziek, mocca, slangenbezweerders en buikdanseressen, De stad Caïro, uitgebouwd tot en met Gizeh, heeft bijna 11 miljoen inwoner, maar geen telefoonboek. Op straat wordt hasj te koop aangeboden, maar de Arabier drink zelfs geen alcohol. Er is veelwijverij voor de financieel-sterken, maar naar men zegt geen overspel. En op de autobussen staan de letters MIZR, de oude Bijbelse naam voor Mizraim, Egyptenaren.
Die Bijbel. Toen het besluit genomen was de zon in Egypte op te zoeken had ik een droom. Wat ik me ervan herinner is de tekst: uit Egypte heb Ik mijn Zoon geroepen 3). Ja, die Bijbel. Als je ermee bent opgegroeid raak je hem zelfs 's nachts niet meer kwijt. En dan die merkwaardige tekst. Niet alleen Israël, Gods verbondsvolk, is uit Egypte geroepen, uit het diensthuis uitgeleid. Ook Jozefs gebeente is mee uitgeleid. Ook Jacob zelf is buiten Egypte begraven. Maar vooral slaat de profetie van Hosea op Gods eigen Zoon, zeg Mattheüs. In een gevel aan het Amsterdamse Begijnhof vindt u het tafereel: Maria en haar Kind op een ezel, Jozef er naast, terug uit ballingschap.
Zo heeft Egypte altijd een rol gespeeld in de geschiedenis van Gods volk.
Van de slaaf Jozef af - tot het restant-Israël toe, dat na de moord op Babel's landvoogd Gedalja naar Egypte vluchtte 4), met medeneming van Jeremia.
Maar dat is een ander verhaal. Op dit ogenblik zijn de meeste gasten terug van een excursie. Zeven luidruchtige Duitsers schuiven aan "mijn" tafeltje in de zon, bestellen bier, brengen hun onderwerpen mee - en die passen hier niet alle. Zwichtend voor overmacht sluit af.
1) Jer. 36: 22 - 2) Deut. 11 : 10 - 3) Hosea 11 : 1 en Matth. 2: 15 - 4) 2 Kon. 25: 26 en Jer. 44: 14.