De piramide van Cheops

1981-04-17
  • Jaargang 25
  • nummer 15
Zei ik al dat ons hotel in Cairo's zuidwijk uitzicht gaf op Cheops piramide?
Wel, eigenlijk staan er niet een, maar drie piramides achter elkaar; plus een sfinx, een dodenstad en enkele minder belangrijke piramides.
Behalve farao Cheops zijn hier ook enkele opvolgers begraven.

Farao Cheops leefde ongeveer 2700 jaar voor Christus en behoorde tot de krachtige en autoritaire 4e dynastie. Met een dynastie wordt, zoals u weet, een reeks aaneensluitende koningen van enen bloede aangeduid.
De voor-dynastische periode wordt door Egypte's geschiedschrijving als "de oudheid" aangeduid; vermoedelijk leefden die oudheid-dynastieën tot 3000 v. C. Ze hebben een cultuur, een gedachtenpatroon, taal en schrift ontwikkeld, welke ze aan de "eerste dynastie" overdroegen.

Met farao Menes begon de eerste dynastie, begon tevens Egypte's geboekstaafde historie. Hoe weten we dat? Omdat in Abydos de tempel van Ramses II bewaard is gebleven en in die tempel een complete koningstafel staat gebeeldhouwd: van Menes tot en met Seti I. Zoals de Israëlieten hun afkomst als zonen van Abraham bijhielden; zo heeft farao Ramses II een groot stuk geschiedenis in steen laten hakken, om aan te tonen dat hij, zoon van Seti I, wel en degelijk Menes' koningsrechten had geërfd. Overigens moeten we bedenken dat, toen Abraham uit het Chaldese Ur werd weggeroepen, de piramide van Cheops al 600 jaar overeind stond.

Menes, de stichter van de eerste dynastie, verenigde Beneden- en Opper-Egypte en regeerde alzo van de Middellandse Zee tot de eerste stroomversnelling van de Nijl. Van Menes af droegen de farao's graag een dubbele kroon: om aan te duiden dat ze beide rijken regeerden. Zo ook Cheops.

De piramide van Cheops staat vrijwel op de grens van Opper- en Beneden-Egypte, vlak bij de regeringszetel Memphis. Al honderd jaar voor Cheops was in het nabijgelegen Saqqara een piramide gebouwd. Cheops verbeterde de stijl van zijn voorganger, bouwde de grootste piramide van Egypte (150 meter hoog) en deed daar twintig jaar over. De 100.000 arbeiders kregen voedsel en onderdak, woonden met hun gezinnen vlak bij het bouwwerk en waren, naar men zegt, trots op hun aandeel in het vorstelijk monument. Dat monument maakte hen min of meer deelgenoten van farao's macht en roem, betrok hen ook min of meer in farao's onsterfelijkheid.
Het verhaal dat arbeiders en architecten na voltooiing van het bouwwerk werden afgemaakt, wordt vandaag als een fabel weggeschoven: Egypte kende geen mensenoffers, heet het. Belangrijker is dat een idee van dood, wedergeboorte en nieuw, onsterfelijk leven toen al bestond!
Ook dat zij, wier lichamen niet door balseming en mummificatie bewaard bleven, verloren gingen, in de vergetelheid raakten.

Het bouwmateriaal voor deze piramide werd geleverd door zandsteenblokken, afgedekt met graniet, zonder enig bindmiddel dan water - maar wel nauwkeurig in elkaar gepast. Cheops' monument bevat 2.3 miljoen van die nauwkeurig bewerkte blokken, elk 21;2 ton zwaar, die niet alleen zuiver horizontaal liggen, maar elkaar bovendien vastklemmen. (Wanneer we aan de Bijbel denken: de slavenarbeid van tichelstenen-bakken uit leem, water en stro, zijn we toe aan de latere bakstenen piramiden, die door hovelingen werden gebruikt.)

De oude toegangspoort, in het midden van het Noordvlak, is nog altijd gesloten. Elders is echter (nu al weer duizend jaar geleden) een andere toegang geopend, die via een portaal en een oplopende gang naar de grafkamer in het midden van de piramide leidt.

Deze gang, de enige die tot nu toe ontdekt werd, klimt onder benauwende omstandigheden op naar het midden van het bouwwerk, 75 meter boven de basis. Toeristen worden vooraf gewaarschuwd, dat mensen met hartklachten of claustrophobie de tocht niet moeten aangaan. Die waarschuwing is geen slag in de lucht. Hoewel elke Arabier elke kans op een fooi aangrijpt, kan hij het risico niet gebruiken van buiten kennis of in paniek geraakte gasten naar buiten te dragen.

De toegangsweg is namelijk niet alleen steil maar ook smal, hier en daar ontstellend laag en niet van een trap voorzien maar van planken met dwarslatten, die u de indruk geven dat u een veewagen beklimt. Telt u hierbij dat de eenmangsgang voortdurend door opklimmende en afdalende bezoekers tegelijk wordt gebruikt (die elkaar voortdurend met schouders, tassen en heupen raken) en dat u een aantal treden loodrecht over ijzeren beugels moet klimmen (en afdalen), dan voelt u de beklemming. U vraagt zich na enige tijd af, waar u aan begonnen bent.

Die vraag herhaalt zich wanneer zo nu en dan de verlichting uitvalt en u op enkele handlampjes bent aangewezen. Diepgebogen gaan mensen door een steeds warmere en met geuren bezwangerde tunnel. Er ontstaan opstoppingen in de portalen.

Niettemin, we hebben de tocht gelukkig volbracht en zouden het weer doen. Dat geluk schuilt goeddeels in de ervaring: doorgedrongen te zijn in de grafkamer van farao Cheops, 4700 jaar geleden gebouwd en eeuwenlang bewaarplaats van het gebalsemde lichaam van een der wereldgroten.

We zagen dat mensen elkaar snikkend in de armen vielen aan de rand van de open sarcophaag. We gevoelden ons korte bestaantje als een stip in de tijdsduur van duizenden jaren, in Gods eeuwigheid.
De sarcophaag is uit één stuk graniet gehouwen. Ondanks zijn gewicht van tonnen moet hij op 700 kilometer afstand zijn vervaardigd en met de Nijl noordwaarts vervoerd. Het stuk kan nooit langs de toegangsweg zijn ingebracht, moet dus tijdens de bouw in de piramide zijn gedragen.

De vragen vermenigvuldigden zich: hoe kan dat alles? Hoe kunnen brokken steen van 2500 kilo zo zuiver gehakt worden? Hoe kunnen ze zó bewerkt worden, dat geen steen los te maken is uit het geheel, dan in een bepaalde volgorde? En hoe kunnen zij tot 150 meter hoogte zijn opgetild en neergelegd?
Een ander opvallend ding is een weldoordacht ventilatiesysteem in de grafkamer. Koelte en absolute droogte zijn gegarandeerd door vier openingen, die de beste conditie gaven voor het conserveren niet alleen van een mummie, maar ook van talloze papyrusrollen en meegegeven voorwerpen.

Het graf is leeg, uiteraard. Wat niet in de loop der eeuwen geroofd werd, is ordelijk in musea geplaatst: Cairo, Londen, Leiden, Parijs. Dat is een bekende klank: het lege graf. Ook wij spreken met Pasen over het lege graf, al geloven we bij Christus niet aan grafrovers. Maar er zijn veel termen en beelden in de Bijbel, die al inhoud hadden en opgetekend waren, lang voor de canonieke boeken werden opgesteld. Bij een zonnereis door Egypte treft het u steeds meer: dat u als bijbellezer Egypte's zonnereligie gaat verstaan - terwijl u vanuit de Egyptische religie des te beter Gods woord, speciaal de woorden des Verbonds, begrijpt. Want boven de wet staat: ik ben de Heere uw God, die u uit Egypteland, uit het diensthuis heb uitgeleid.

Het oude Egypte kende, naast de zon, talloze goden. Het achtte zelfs zijn farao's goden. Zegt ook de Bijbel niet: goden zijt ge? Werd Adam niet zoon van God genoemd? Alleen maar: de Bijbelse goden ontleenden hun heerlijkheid aan God de Heere zelf; de Egyptische goden kroonden zichzelf, wierpen zich op tot godheid en behoeder van het volk - zonder de God van hemel en aarde te kennen. Of ook: de Egyptische goden werden van goud en zilver gemaakt.

Toen Gods uitgeleide volk in de woestijn het wachten op Mozes moe was, vroeg het aan Aäron om zichtbare goden. Aäron vroeg alle beschikbare goud en goot er een stierkalf uit, zoals men goed kende: Apis, de god van de vruchtbaarheid!

Maar toen de"Heere sprak: "geen andere goden naast Mij" begreep het volk waar het voortaan om ging. En dan. Het oude Egypte kende de "natuurkrachten": de zon, de Nijl, de nacht, de dood, het geweten - alle sterker dan farao. Waarom het aan die geschapen dingen goddelijke eer bewees. Vandaar Gods regel: "geen gehouwen beeld vereren"; niets van wat (als de zon) boven de aarde is; niets van wat (als de valk, de slang, de ram en de stier) op de aarde leeft; niets van wat (als de dood, de eeuwigheid, het geweten, het laatste oordeel) onder de aarde is. De Israëlieten moeten terdege hebben begrepen, waar het om ging. Israël had deelgenomen aan die heidense erediensten: had in afgoderij geleefd, zegt de Bijbel.

Nog sterker is het ijdel gebruik van Gods naam. De farao's hadden in hun bezweringen de goden aan zich dienstbaar gemaakt; ze "opgegeten", zeggen hun schrijvers. Vandaar dat God de Heere zijn volk waarschuwde, Hem niet met "grote woorden" voor eigen karretje te willen spannen.
De Heere zou zulke mensen niet onschuldig houden!
Al deze dingen komen op, wanneer u Cheops' piramide ingaat. U staat aan de rand van afgronden. Vijftig eeuwen zien op u neer. Het woord van God krijgt meer reliëf dan het al had.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief