God haat de echtscheiding
1981-04-24
God haat de echtscheiding, zo is het opschrift van het hoofdstuk over de echtscheiding in het boekje van prof. dr. J. van Bruggen, dat hij voor ruim twee jaren het licht deed zien. Het boekje heet: Het huwelijk gewogen en handelt met name over 1 Cor. 7, één van de moeilijkste hoofdstukken uit de brieven van Paulus. Het is de moeite waard van dit boekje kennis te nemen zowel om de actualiteit van het onderwerp als om de scherpzinnige wijze, waarop het door v. Bruggen wordt behandeld. Het zal niet nodig zijn de actualiteit breed aan te tonen.- Jaargang 25
- nummer 16
Die ligt in het op velerlei wijze op drift geraken van het huwelijk, zoals dat met zoveel dingen, die te voren onder ons vast stonden het geval 1S. Ik beperk me nu maar alleen tot het feit, dat veel huwelijken in onze tijd stuk lopen en eindigen met een scheiding. In 75 jaar is er in dit opzicht veel veranderd.
Scheidden er in 1900 van de 10.000 getrouwde Nederlanders per jaar ongeveer 7, in 1976 was dit getal reeds opgelopen tot bijna het tienvoudige, om precies te zijn tot 62.
Ik vond deze cijfers in een serie artikelen van de hand van prof. dr. K. Runia in Centraal Weekblad van de gereformeerde kerken in nederland.
Hij memoreert ook dat er van de vier gesloten huwelijken één op een scheiding schijnt uit te lopen.
Hoe de verhouding ligt tussen 'kerkelijken' en 'niet kerkelijken' is hem onbekend, maar wel 'achtte hij het noodzakelijk - in '79 - een viertal artikelen in genoemd weekblad te schrijven over Begeleiding van mensen die gescheiden zijn.
Scheidingen komen ook onder christenen voor, dat is wel duidelijk. Ik denk dat álle kerken daarover mijnof meer kunnen meepraten.
Prof. van Bruggen schrijft dat door de meeste christenen echtscheiding nog wel als een ongewenste zaak wordt beschouwd, maar dat velen menen dat de realiteit toch moet worden geaccepteerd, en ik denk dat dit wel juist is getypeerd. Het lijkt er soms wel eens op dat wij een zekere virtuositeit aan het ontwikkelen zijn in het accepteren van wat we toch eigenlijk als onjuist beschouwen. Komt dat doordat we wat gemakkelijker zijn gaan leven en denken of zijn we de Schriften dieper gaan verstaan? Volgens het pas verschenen rapport over de aard van het Schriftgezag, dat onlangs door het moderamen van de synode van de gereformeerde kerken werd gepubliceerd is dit laatste met betrekking tot de echtscheidingen zeker het gevat Volgens dit rapport is het christelijke huwelijk in de Bijbel bedoeld als een onverbrekelijke relatie, maar het oordeelt vanuit het diepere verstaan van de Schrift in onze tijd toch een stuk milder over de echtscheiding in een niet meer te redden huwelijk dan v. Bruggen, die zich als volgt uitlaat: "Het is voor christenen de hoogste tijd zich weer te herinneren dat de Vader van onze Here Jezus Christus Zich over deze realiteit (van de echtscheidingen, G.J.) opvallend onverdraagzaam heeft uitgelaten." en dan citeert hij Gods Woord in Mat 2: 16: Ik haat de echtscheiding.
Nu is het niet mijn bedoeling over de zaak van de echtscheiding als zodanig te schrijven en de verschillende vragen, die hier kunnen rijzen te bespreken. Daarvoor ontbreekt alleen art de ruimte in één artikel.
Maar ik wil wel de vraag stellen wat de kerk moet doen als de stroom van echtscheidingen ook slaat tegen de dijken van het christelijke huwelijk en die dijken in sommige (of meerdere) gevallen (dreigen te) bezwijken. En ik wil daarop ook het m.i, voor alles noodzakelijk antwoord geven: Die dijken versterken! Of, om het zonder beeldspraak te zeggen: Preken en schrijven, catechiseren en onderwijzen over het christelijk huwelijk naar de inzetting van de Here en het leven daarin naar het gebod.
En in verband daarmee heeft de kerk er ook op te wijzen dat de Here inderdaad de echtscheiding háát!
Natuurlijk staat dit woord uit het Oude Testament niet los van de situatie, waarin het werd gesproken, een situatie toch wel erg verschillend van de onze. De in het Israël van Maleachi's dagen verstoten vrouw werd in maatschappelijk en sociaal opzicht praktisch voor de leeuwen gegooid, wanneer haar familie zich niet over haar ontfermde.
En zoiets haat de Here. Hij ontfermt zich over hetgeen zwak en verstoten is, ook in het bizonder over de eenzame. En wie is meer eenzaam dan wie door zijn huwelijkspartner is verstoten of verlaten?
Dat geldt vandaag nog ook nu bij scheiding broedsgebrek niet direct meer dreigt. Ook daarom blijft de Here nóg de echtscheiding haten in 'zijn ontferming over de verstotene.
Maar daarom niet alleen.
Ook al zouden beide partijen besluiten zelfs in 'vrede' uiteen te gaan, dan nog blijft gelden dat de Here de echtscheiding haat. Want zij is in strijd met de geheel eigen áárd van het christelijke huwelijk.
Met nadruk zeg ik: het christelijk huwelijk, of om te blijven in de terminologie, die past bij de tijd van Maleachi, het huwelijk van twee van de kinderen van Zijn volk, die beide de Here erkennen als de God van het verbond. Daarover gaat het bij Maleachi in de eerste plaats.
Dát huwelijk, zulk een huwelijk was in geding. Hebben wij niet allen één Vader? zo begint het gedeelte van hoofdstuk 2, dat o.a. de echtscheidingen handelt, Het is vrijwel zeker dat vele Israëlieten hun vrouwen de woestijn in stuurden om te trouwen met andere, heidense vrouwen en in die situatie spreekt Maleachi nu over de geheel eigen aard van het huwelijk tussen twee kinderen vaneen en het zelfde verbond. Tussen twee gelovigen, zouden we vandaag zeggen.
Hij doet dat vooral in vers 15, wellicht het moeilijkst te vertalen vers uit de hele Bijbel. De beste vertaling, die naar mijn mening harmonisch past in het verband en geheel de ook in Gen. 2: 24 vertolkte waarheid weergeeft, acht ik die van dr. D. Deden: Heeft Hij hen (n.l. man en vrouw) niet gemaakt tot één wezen met eigen 'vlees' 'en 'leven'? Hier wordt dan het mysterie van het huwelijk beleden, · zoals ook elders in de Schrift, vgl. Matth. 19: 6. Maar van het huwelijk in Gods verbond, want de woorden uit Maleachi hebben een vervolg: En waarnaar streeft dat ene wezen of dat ene? Een zaad Gods! Hier wordt het huwelijk ons voorgehouden als opgenomen in het verbond Gods. Het wil de voortzetting vn de geslachten in het Rijk Gods dienen, en dat natuurlijk niet slechts in het voortbrengen van kinderen, maar ok in de opvoeding en bij het ouder worden en in het voorgaan van heel het geslacht in de vreze des Heren. 1) Huwelijk èn verbond, huwelijk èn Koninkrijk van God ... zo valt het te verstaan dat de Here de schending ervan haat, de echtscheiding verfoeit.
Maar er is nog wat!
Wees dan op uw hoede voor uw hartstocht en dat men niet ontrouw worde aan de vrouw zijner jeugd, zo vervolgt de Nieuwe Vertaling.
Ook v. Bruggen citeert deze, maar ik kan haar niet gelukkig vinden.
Het door 'hartstocht' vertaalde woord is hetzelfde als vlak daarvoor, in hetzelfde vers, vertaald is door 'geest', in de door mij geciteerde vertaling door 'leven' . Eén geest of één leven, dat komt op hetzelfde neer trouwens. Het is niet voor de hand liggend zonder duidelijke aanwijzing hetzelfde woord zo vlak daarna geheel anders te vertalen.
Daarom lees ik: Weest dan op uw hoede voor uw geest of leven of draag dus zórg voor uw leven!
Zorg dragen voor de twee-eenheid in het huwelijk is dus tevens zorg dragen voor zijn 'leven', voor zijn eigen 'leven. Zo nauw is de band, die die twee samenbindt. Een soortgelijke gedachte treffen we aan bij Paulus in Ef. 5 : 28: wie zijn eigen vrouw liefleeft heeft zichzèlf lief.
Daarom tast echtscheiding, hoe dan ook, ook het eigen leven aan. Geen mens komt ongeschonden door een echtscheiding heen, zeker een christen niet. Draag dus zorg voor uw leven en weest niet ontrouw, zegt 1) vgl. Ps. 71 : 8 e.a. de Here nogmaals in Mal. 2: 16.
De Here is de God van het leven, die het leven van Zijn kinderen liefheeft. Daarom haat Hij alle schending ervan en waarschuwt ons daarvoor, ook voor sohade oplopen van het eigen leven.
Wat staat hier voor de christen dus niet op het spel! Dit zal de kerk in deze tijd met zijn vele echtscheidingen weer met nadruk moeten prediken en onderwijzen. Zij zal moeten beginnen met het Bijbelse licht over het huwelijk als een zegenrijke maar ook verantwoordelijkstellende inzetting van de Here te laten schijnen, en dat op tijd! Als ik me niet vergis willen ook onze kerken om de kwestie van de echtscheiding op de duur niet heen kunnen, maar het gevaar is dan altijd aanwezig dat we ons verliezen in discussies over gevallen waarin zij toch in feite onontkoombaar is enz.
Met andere woorden: verliezen in de casuistiek, Onze Heiland heeft zich daarin niet begeven, toen de Joodse landslieden Hem op deze weg trachten te trekken, vgl. Matth. 19: 3 v.v.. Maar Hij heeft zich op die weg niet laten lokken, maar wees op de geheel eigen aard van het huwelijk, zoals dat door God 'in den beginne' in het licht is gesteld.
In het genoemde rapport over de aard van het Schriftgezag lezen we op pag. 95: "De onhoudbare praktijk heeft geleid tot het herlezen van de Schrift en tot een nieuw verstaan van de bijbelse norm, namelijk niet als een absoluut verbod, maar als een verbod waarvan slechts een gewogen toepassing mogelijk is. De bijbelse fundering van het huwelijk in de liefde ("als uzelf", Ef. 5 : 28-29, zie ook Matth. 22: 39) woog zwaarder dan het specifieke gebod van Marc. 10 : 2-12 en 1 Cor. 7 : 10 en 11". De stelling dat het 'huwelijk in de bijbel gefundéérd wordt in de liefde is aanvechtbaar, in elk geval te vaag en te algemeen. De conclusie ligt daarbij voor de hand: ontbreekt die liefde, krijgt ze 'soms' in het huwelijk geen kans, dan, Ja dan geldt het verbod van scheiding niet, en mag de kerk niet blijven staan op de onontbindbaarheid van het christelijke huwelijk. Want dan betracht zij niet de liefde jegens mensen die toch al in het diepst van hun ziel gewond zijn.
Maar in het huwelijk is de liefde voor alles gebónden! En dat niet slechts ais gezindheid van het hart, maar als zich in concrete daden bewijzende kracht, die de ander draagt en goed doet. En elk ziet zich in zijn huwelijk geplaatst voor de vraag of hij déze liefde aan de ander bewijst en niet slechts vraagt naar wat de ander hem of haar biedt en wat hij in het huwelijk zelf ontvàngt, Dit moet voorop staan. Elke gemakkelijke conclusie, die kan leiden tot dè constatering dat het fundament van het huwelijk ontbreekt wordt ons hier de pas afgesneden.
Maar zelfs de onbaatzuchtige liefde die Christus van ons vraagt krijgt in een huwelijk soms geen kans, schrijft het rapport.
Ik zou willen vragen: ook niet als de andere partij in het huwelijk blijft bewilligen? Als dat niet het geval is staat de partij die tot liefde geven bereid is voor een voldongen feit en de kerk na veel ambtelijk vermaan ook. Zij heeft dan niets anders te doen dan de tucht te bedienen aan de partij, die het huwelijk verbrak en de andere partij naar vermogen te steunen en te helpen.
En het is goed, dat daaraan alle aandacht wordt gegeven. In de praktijk liggen de gevallen natuurlijk vaak ingewikkelder. Het komt niet zo verschrikkelijk vaak voor dat in een huwelijk tussen christenen werkelijke liefde geheel onbeantwoord wordt. En ook, wat kunnen we állen tekort schieten in het geven van de liefde, zoals boven omschreven. Dat moet ons op zijn tijd ook wel bescheiden maken, zeker in onze eisen en ons wat S. G. de Graaf eens gezegd heeft in een preek doen blijven kloppen op de deur van het hart van de ander.
En wat betreft het algemene liefdegebod als het mensen betreft die in echte huwelijksmoeilijkheden zich bevinden, dan mag geen moeite de ambtsdragers en anderen teveel zijn om de partners in een christelijk huwelijk de weg tot elkaar vanuit het geboden vanuit het evangelie te doen zien als de koninklijke weg.
Brillenburg Wurth heeft eens geschreven: Lang niet altijd waar een huwelijk als een vergissing gezien wordt, is dit metterdaad het geval; elk huwelijk maakt wel eens zijn crisestijden door, waarin men aan de echtheid ervan twijfelt". Of dit van èlk huwelijk geldt zou ik niet durven beweren. Maar dit woord van B. kan wel behoeden voor al te snelle conclusies van wanhoop.
Maar met dit te zeggen zijn we al bezig met te spreken over huwelijksvragen, terwijl dit artikel niet meer wilde zijn dan een opwekking om in deze tijd van ontwrichting van vele verbanden de band van het huwelijk naar de Schriften toch helder in het licht te stellen om zo onder Gods zegen naar vermogen het mislukken van huwelijken te voorkómen.