Dichters over hun ouders (6)

1981-04-24
  • Jaargang 25
  • nummer 16
We zouden deze keer iets meer blijdschap te horen krijgen dan de vorige week in deze serie.
De dichter Muus Jacobse komt aan 't woord.
Zijn werkelijke naam is Klaas Hanzen Heeroma. Hij is geboren op Terschelling in 1906 en overleden te Groningen in 1972.
De dichter studeerde nederlandse letteren en promoveerde in 1935. In 1949 1S hij hoogleraar geworden aan de universiteit te Djakarta.
Hij heeft vrij wat gedichtenbundels op zijn naam staan, en ook in het "Liedboek voor de Kerken" is hij geen onbekende.
Wat nu ons onderwerp betreft, ook hij schreef over zijn ouders, te beginnen over zijn vader, die eerder overleed dan zijn moeder.

In Memoriam Patris

Vader, je kijkt me aan en glimlacht even.
Zou ik het durven zeggen wie je bent?
Je hebt van kindsbeen af mij ingeprent
Jou te verbergen, want je wilde leven.

Je leerde mij met strak gezicht te zwijgen,
Te zeggen: “Dank u, vader maakt het goed" .
En 's nachts hoorde ik, wakker, al te goed
Je machteloos gehoest en zag je hijgen.

Je zei: "Daarmee heeft niemand iets te maken".
Je was mijn vader en je had gelijk.
Je eigen waarheid was je eigen rijk
En niemand had het recht daaraan te raken.

Je zweeg bij alles wat de mensen zeiden,
Je deed niet mee, je liep niet in de pas,
Leek trots omdat je waar was, weerloos was
Tegen de leugen van het medelijden.

Maar in 't verborgene met God verbonden
Gaf je mij dankbaarheid als hoogst gebod
En zei: "wij blijven nutteloos voor God,
Al deden wij ook alles wat wij konden".

Je had maar één gebed, het "Onze Vader",
Maar je zong veel, de psalmen die ikken
Hoor ik nog altijd klinken met jouw stem.
Hoe kon je zingen, bijna zonder adem!

Je liet mij later in mijn eigen leven
Altijd de weg gaan die ik wilde gaan.
Wat ik toen heb geschreven en gedaan,
Was 't ook uit jou gedaan, uit jou geschreven?

Ik weet het niet, je liet het mij niet weten,
Want je verborg voor mij je laatste nood.
Je hebt je ook verborgen in je dood,
Want ik was ver, ik heb het niet geweten.

Vader, nu je beschut voor alle schending
Zwijgt voor altijd, gun mij nog deze trouw,
Dat ik, de zoon in wie je leven wou,
Jouw leven open zing naar de voleinding.

Prachtig, als je zo over je, langdurig zieke, vader kan schrijven. Wat zijn vader mankeerde wordt niet gezegd. Dat hoeft ook niet. Vader wilde daar ook nooit iemand mee lastig vallen. Aan zijn zoon gaf hij als hoogste gebod mee: dankbaar zijn. Mooier kan het niet. Ik vermoed dat de vader overleden is toen de dichter in Djakarta werkte. Hij was in ieder geval ver weg. De zoon heeft slechts één wens: Laat ik jouw leven open zingen naar de voleinding.
Prachtig is dat gezegd. Het gesloten leven van zijn vader, dat toch een leven was gericht op de eer van God, open zingen. Want de zoon komt wel in de openbaarheid door zijn dichterlijke gaven, maar laat dat nu geen zaak worden van eigen eer, maar van Hem wiens eer ook door de zwijgende vader werd gezocht.
En nu de moeder.

Moeder
Nadat mijn vader stierf en jij zo oud en
Ontredderd achterbleef, ben ik begonnen
Jij tegen je te zeggen, want als niemand
Meer jij tegen je zegt, ben je zo oud

Toen ging je toch weer leven, maar heel anders,
Niet meer mijn moeder maar gewoon het meisje
Voor je mijn vader trouwde, het verleden
Als toekomst voor je, weer bij moeder thuis.

Was rk je zoon nog of een teruggekeerde
Vriend van heel vroeger, als wij wandelden –
Het ging toch nog, voorzichtig - langs de paadjes
Van 't bos, en jij vertelde, arm in arm?

En toen het niet meer ging en ik kwam bij je
In 't ziekenhuis, leefde je nog weer verder,
Vlak bij de dood, maar trots toch, als je toonde
Stapje voor stapje, wat je al weer kon.

Tot je het niet meer kon, ook niet meer praten,
Enkel nog kijken, en ook dat niet meer,
Enkel nog slapen naar de laatste adem.
En 'k heb je haar gestreeld, ais van een kind.

Vriendinnetje. Dochter van mij.

Heel aangrijpend. De oude moeder is weer kind geworden. Wat betekent voor haar dan nog een zoon of een dochter? Misschien, inderdaad, een vriendje of vriendinnetje van vroeger. Wie zal het zeggen? De dichter heeft er ook geen antwoord op. Maar hij blijft haar trouw bezoeken. En zolang ze nog lopen kan, wandelen ze samen.
Fijn dat de dichter nog zo met haar om kon gaan.
En hiermee is dan een einde gekomen aan deze serie. Er zouden nog heel wat artikelen te schrijven zijn over dit onderwerp maar men moet ook van ophouden willen weten. Vandaar.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief