Breukelen vanaf de zijlijn (3)
1981-05-01
De derde zitting van de Landelijke Vergadering in Breukelen, vorige week zaterdag, heb ik maar voor een deel "vanaf de zijlijn" meebeleefd. Voor de besprekingen over het al of niet lid worden van de Gereformeerde Oecumenische Synode (GOS) moest ik de tribune verlaten en zelf het veld opkomen als rapporteur van de desbetreffende commissie.- Jaargang 25
- nummer 17
Als ik nu door zou gaan in voetbaltermen en behalve over zijlijn, tribune en veld over "overwinning" en "nederlaag"
zou gaan spreken, zou ik met mijn beeldspraak totaal de mist ingaan. Want gelukkig ging het zaterdag er niet om zoveel mogelijk te scoren, was de verhouding tussen commissie en afgevaardigden niet die van partij contra tegenpartij en was ook de uiteindelijke verwerping van het commissievoorstel om lid te worden van de GOS geen overwinning voor de één of een nederlaag voor de ander. Nee, aan het Dillenburgplein heerst waarlijk een ander klimaat. Ook zaterdag in Breukelen ging het erom "elkaar te helpen en te dienen", geduld met elkaar te hebben en niet over elkaar te heersen om met de woorden van ons nieuwe art. 31 te spreken. Uiteindelijk was ook de vergadering van 25 april in Breukelen erop gericht om als kerken samen verder te komen op de weg naar de grote toekomst van de Here Jezus. En daarom kan dit verslag een totaal ander karakter dragen dan de voetbalverslagen in uw maandagkrant.
GOS: voorlopig nog geen lid
Onze kerken zullen voorlopig nog geen lid worden van de GOS. Een voorstel van de Commissie voor contact en samenspreking met andere kerken om wèl het lidmaatschap aan te vragen, haalde geen meerderheid. De meeste afgevaardigden voelden er meer voor om de waarnemersstatus bij de GOS nog maar een tijdje te continueren. Naar verwachting zullen dan ook op de bijeenkomst van de GOS die in 1984 in Amerika plaatsvindt, namens onze kerken waarnemers aanwezig zijn, zoals dat ook in 1976 in Kaapstad en in 1980 in Nîmes het geval was.
Voor een nadere invulling van dat waarnemerschap en eventuele aanvullende voorstellen werd de zaak van de GOS terugverwezen naar genoemde commissie om op een latere zitting door de Landelijke Vergadering te worden afgerond.
Nog even voor alle duidelijkheid: De GOS is een samenwerkingsverband van een kleine veertig gereformeerde kerken van over de gehele wereld, bedoeld als een platform waar kerken die zich één weten in het geloof in de Christus der Schriften elkaar helpen, adviseren, waarschuwen, bemoedigen en samen de Bijbel bestuderen om de wil van God in de vele vraagstukken van onze tijd te verstaan (citaat uit het commissierapport).
De GOS heeft een goede grondslag: De Heilige Schrift, beleden als het onfeilbare en eeuwig blijvende Woord van God en als absoluut gezaghebbend in alle zaken van geloof en leven, naar de uitleg ervan in de gereformeerde belijdenisgeschriften.
Alleen zijn er al geruime tijd problemen binnen de GOS, omdat de Gereformeerde (synodale) kerken in Nederland - één van de lidkerken van de GOS - zich niet aan die grondslag houden.
Daarover bestond op de Landelijke Vergadering ook geèn verschil van inzicht.
De in het commissierapport neergelegde overtuiging, dat er sprake is van een ernstige schending van de grondslag van de GOS door de Gereformeerde (synodale) kerken, zeker na het recente besluit over homofilie en de aanvaarding van het rapport over de aard van het Schriftgezag, ondervond ter vergadering geen enkele bestrijding. Wel liepen de meningen uiteen over de daaruit te trekken conclusie.
Niet aan de kant blijven staan
Namens de commissie heb ik zelf ervoor gewaarschuwd niet aan de kant te blijven staan en van een afstand te blijven toekijken wat de andere lid kerken in de GOS er straks van maken: "Juist nu er in 1984 ten aanzien van de Gereformeerde (synodale) kerken door de GOS ingrijpende besluiten zullen moeten worden genomen - inzake het dubbel lidmaatschap van de GOS en de Wereldraad van Kerken, en naar verwachting ook over homofilie en het Schriftgezag - moeten we erin springen en die kerken gaan steunen die de GOS in het gereformeerde spoor willen houden."
Ook heb ik ervoor gepleit om als Nederlands Gereformeerde kerken samen met de Christelijke Gereformeerde kerken een gefundeerd antwoord te geven, ten dienste van alle GOS-kerken, op het gereformeerde rapport over de aard van het Schriftgezag. "Laten we, nu we de vorige keer hebben uitgesproken dat we met de Christelijke Gereformeerde kerken samen op weg willen gaan naar eenheid, vooral hèn op de ongetwijfeld moeilijke weg binnen de GOS niet alleen laten gaan."
Uiteraard vormde de omstreden positie van de Gereformeerde (synodale) kerken in de GOS voor de commissie niet de réden, het motief voor het voorstel om lid te worden: "Dat is de overtuiging, gegroeid tijdens ons verblijf in Nîmes, dat we in de GOS thuis horen, dat we daarin de gereformeerde broederschap hebben gevonden."
Tegenover afgevaardigden die twijfelden aan het rendement van de GOS voor onze kerken heb ik eraan herinnerd dat de Landelijke Vergadering van Wezep in 1978 al uitsprak, dat onze kerken bij een gunstige ontwikkeling inzake de handhaving van de GOS-grondslag "graag willen toetreden als lid, omdat wij beseffen dat wij elkaars wijsheid en hulp nodig hebben." Achter die uitspraak kunnen en mogen we m.i. niet terug. In GOS-verband kunnen wij veel ontvangen en kunnen we ook anderen laten delen in de grote rijkdom die God in de grote rijkdom die God in de loop der eeuwen en jaren aan ons heeft gegeven.
Afwachten tot na 1984
Maar de meerderheid van de afgevaardigden bleek niet overtuigd door de verdediging van het commissievoorstel en voelde er meer voor om eerst maar eens af te wachten wat er op de GOS van 1984 uit de bus komt. Laat eerst maar eens uitkristalliseren, hoe de GOS dan tegenover de Gereformeerde (synodale) kerken zijn grondslag handhaaft, betoogden diverse afgevaardigden. "Als we nu lid worden, steken we onze hand in een wespennest", aldus ds Moggré. Hij noemde de GOS een huis dat tegen zichzelf verdeeld is en toonde zich, gezien de z.i. geringe daadkracht van de GOS totnogtoe, minder optimistisch dan de commissie over de uitkomst van de bijeenkomst van 1984.
Verschillende afgevaardigden zeiden het niet erg fraai te vinden, wanneer onze kerken eerst lid zouden worden van de GOS om vervolgens te gaan meewerken aan de uitstoting van de Gereformeerde (synodale) kerken uit de GOS. "Onze komst daar zal met vrede moeten zijn", aldus praeses ds Van der Kwast.
Vanuit de regio Enschede-Zwolle werd ervoor gepleit aan het eventuele waarnemerschap een zo positief mogelijke inhoud te geven. Os Bax: "Laten we de GOS duidelijk maken, dat we graag lid zouden willen worden. maar dat we het vanwege de ontwikkelingen in de Gereformeerde kerken en hun positie in de GOS niet kunnen. Als de GOS-kerken zien hoe zwaar die bezwaren ons wegen, zal daar een groter appèl van uit gaan dan wanneer we nu lid worden."
Nadat het commissievoorstel om toch lid te worden was verworpen, benadrukte de praeses, dat daaruit niet mag worden geconcludeerd dat onze kerken negatief staan ten opzichte van de GOS: "Het is duidelijk, dat we de gereformeerde broederschap in de wereld willen zoeken.
Het gaat er alleen om, dat dit niet het juiste moment is om tot de GOS toe te treden."
Gebruik van het Liedboek verantwoord
Tevens hield de Landelijke Vergadering zich bezig met de uitbreiding van het gezangenrepertoire in onze kerken. Dat die uitbreiding gewenst is, stond niet meer ter discussie. Dat had de Landelijke Vergadering van Wezep al duidelijk uitgesproken.
Ter tafel lag een rapport van de gezangencommissie waarvoor algemeen grote waardering bestond. ("De plaatselijke gemeenten kunnen ermee aan het werk gaan", aldus ds Zwarteveen.) Dat rapport bevatte een in opdracht van de vorige Landelijke Vergadering vervaardigde selectie van die liederen uit het Liedboek voor de kerken, die een Schriftuurlijke inhoud hebben en gekenmerkt worden door een niet-verouderd taalgebruik.
De vergadering sprak met overgrote meerderheid van. stemmen uit dat het "verantwoord" is dat deze selectie - bestaande uit ca. 160 van de 490 liederen uit het Liedboek - in de eredienst gebruikt wordt. Door het niet overnemen van het door de commissie voorgestelde woord "aanbevelen" onderstreepte de vergadering nog eens, dat het al of niet gebruiken van het Liedboek in de vrijheid van de plaatselijke kerken blijft.
Overigens blijkt uit de door de commissie gepubliceerde enquête, dat al ongeveer één op de vier plaatselijke Nederlands Gereformeerde kerken in de eredienst een selectie uit het Liedboek gebruikt.
Over die praktijk werd vanuit de regio Harderwijk gezegd "dat we zo heenkuieren door de afspraken die we als kerken gemaakt hebben", terwijl ds Van den Brink in zijn verdediging er van verwees naar wat hij noemde "de besluiteloosheid gedurende vele jaren in onze kerken, waardoor geen landelijke vergaderingen werden gehouden waar deze dingen besproken konden worden, terwijl de liturgische ontwikkeling in de plaatselijke kerken doorging." Van weerskanten - zowel door afgevaardigden uit kerken waar men het Liedboek niet graag kwijt zou raken, als door afgevaardigden die het Liedboek verre zouden willen houden van hun kerken - werd ervoor gepleit in deze zaak te rekenen met de anderen en elkaar geen onnodige lasten op te leggen.
Een minderheidsvoorstel van commissielid M. Lok om niet over te gaan tot het gebruik van het Liedboek, maar eerst pogingen te ondernemen om samen met o.m. Christelijke Gereformeerde kerken en de Gereformeerde Bond een reformatorische gezangenbundel samen te stellen, kreeg vanuit de vergadering slechts geringe steun. Namens de regio Harderwijk pleitte m.n. ouderling Meijer voor het opgaan van deze weg. Met een reformatorische gezangenbundel en een afwijzing van het gebruik van het Liedboek houden we de band met de gereformeerde gezindte vast en bewijzen we ook een grote dienst aan het christelijke onderwijs, zo hield hij de vergadering voor.