Pasen zonder toekomst
1981-05-08
1 Korinthe 15, vers 19- Jaargang 25
- nummer 18
Veel mensen, vooral veel jonge mensen, vinden vandaag de dag het allerergste, dat er helemaal geen toekomst meer is; je weet niet waarom je leeft.
Dat geldt al van alles, waar je hier in de wereld mee bezig bent en waarvan je iets probeert te maken.
Je hebt, als je straks aan het werk wilt, één op de vijf kansen, dat je geen behoorlijke baan vindt; en een minister komt dan vertellen, dat dat over een jaar of vier, vijf wel één op de vier zal zijn.
En weer andere zwartgallige profeten beweren, dat het verschijnsel van de werkeloosheid wel struktureel zal zijn, wat in gewoon nederlands betekent, dat we er niet meer áfkomen, want dat het gewoon (!) ingebakken zit in ons maatschappelijk patroon.
Nou, leuk, zo'n vooruitzicht, want waar sappel je dan zo hard voor, om je einddiploma te krijgen.
Trouwens, wat heeft die wereld nou voor reëel uitzicht?
Een nieuwe wereldoorlog maakt álles kapot; onze dampkring verpesten we met lood en andere vergiften; onze oceanen worden steeds vuiler; we maken steeds meer diersoorten dood; we worden steeds handiger en geslepener in het bedenken van middelen om de ander uit te roeien; en we leren de jongere generatie dan maar ten slotte de stadsguerilla, waar we met stenen gooien, branden stichten, winkels plunderen en huizen kraken.
Alsof dát nog maar álles is.
Vandaag de dag zeggen ze, dat het met die Heer van Pasen ook niet alles is. Dat verhaaltje over die opstanding hebben de discipelen later bedacht, om de gemeente een ruggesteuntje te geven in haar geloof.
Jezus van Nazareth was ècht een prediker van opstand en ommekeer, omdat hij het opnam voor de kleinen, de onderdrukten, de underdogs en die het eerst opriep tot verzet en revolutie en dat het Godsrijk zó zou komen, door de historie van verzet heen als een wereldrijk van vrede en gerechtigheid.
Is dat nu, wat we van de toekomst sedert Pasen moeten verwachten?
Komt het rijk van God zó? Door stinkend kapitalisme, brandende autowrakken, bezette fabrieken, kapotgebroken straten, vechtende jongelui met fietskettingen en knuppels, gemaskerde mobiele eenheden met wapenstok en traangas, gekraakte huizen, oorlogshandelingen en vluchtende mensenmenigten, ruimteraketten en militaire junta's?
Wat heeft Pasen dan nog voor toekomst?
Reeds in Paulus' tijd zat men met de vraag, wat de boodschap van een opgestane Heer moest betekenen voor de mensen in de wereld hier. Natuurlijk waren er voor die vraag ándere aanleidingen dan nu.
Opstanding uit de dood was voor de grieks-romeinse wereld van Paulus' tijd net zo iets als donker licht, of zoiets als het zwarte wit.
Dat bestaat helemaal niet. Dat is innerlijk tegenstrijdig.
Want griekse wijsgeren hadden deze mensen geleerd, dat hun bestaan eigenlijk alleen maar een gevangenschap was.
Het mensenleven was in feite niets anders dan een schijn of een afbeelding van het echte, het ware.
Het mensenleven was als het bestaan van een insekt, dat zich in drie fasen voltrekt. Eerst is er het ei. Dan de larve.
Dan de pop. En eindelijk, als het insekt, het imago, zich uit de dop tevoorschijn worstelt en de omklemming van zijn oude huid áflegt, dan pas is het insekt volkomen en heeft zijn bestemming bereikt.
Zo is de mens in zijn bestaan in deze wereld gelijk aan de pop; daar zit het imago wèl in, maar die kan pas ten volle zich ontplooien, als hij de gevangenis, waarbinnen hij was omsloten, áflegt.
En sterven is voor de mens dat proces van rijping, waardoor de eigenlijke mens te voorschijn komt; want dan legt hij zijn lichamelijk bestaan áf en dat, wat de mens werkelijk is, zijn ik, zijn zelfheid, zijn idee, zijn diepste wezen breekt door. Daarom is opstanding voor deze mensen iets, dat helemaal ingaat tegen hun idee van mens-zijn en mensworden.
Opstanding is voor deze mensen net zo iets als een vlinder, die weer terug kruipt in zijn poppencocon; een stap terug; een denaturatie; sterven is juist de laatste stap naar de heerlijkheid; sterven is de toekomst van het leven binnengaan; het áfleggen van het stoffelijk overschot en de doorbraak van de levende idee. En wie over opstanding keuvelt, praat tegen beter weten in en schakelt het ware leven uit.
Daartegen gaat Paulus' prediking allereerst.
Als doden niet kunnen opgewekt worden, heeft prediking, geloof, verwachting, toekomstuitzicht helemaal geen zin meer.
Dan is dood dood en zonde blijft zonde en geloof is zèlfbedrog.
En als we met Christus niet verder kunnen kijken dan onze neus lang is, dan is Pasen zonder toekomst en hebben we ons blij gemaakt met een dode mus. Dan zijn we de ellendigste van alle mensen.
Dan is alle hoop schijn. Alle uitzicht nep. Alle geloof misleiding.
Als Christus alleen iets betekent voor dit leven ...
Hier knopen we aan bij de gedachten van onze tijd.
Als dát waar zou zijn, dat we alleen voor dit leven op Christus onze verwachting zouden hebben; als Jezus van Nazareth alleen maar een revolutionair is geweest; iemand, die het opneemt voor verdrukten en armen; voor slaven en vervloekten; als met het kruis van Jezus álles uit is en de morgen van Pasen een romantisch verhaaltje van over spannen, overgeestelijke mensen; wat moet je dan nog verwachten?
Met een Christus alleen voor deze wereld kom je dan niet verder dan straatgevechten, bloedvergieten, traangas en braakbommen, mobiele eenheden en handgemeen; met een Christus alleen voor deze wereld kom je niet verder dan kerkscheuringen en revoluties; met een Christus voor deze wereld alleen kom je blijkbaar niet verder dan werkeloosheid en teruggang.
Geloof kan de wereld alleen maar veranderen in een hopeloos gevecht om het grootste brok; in een generatie zonder uitzicht en zonder verwachting.
Als Christus er alleen om deze wereld is, om zieken te genezen, om armen te troosten; als Christus er alleen is om arbeiders meer loon te brengen, om vrijheid te krijgen om het ongeboren leven te vernietigen; om het kapitaal te vernietigen en de maatschappij om te keren.
Als Jezus van Nazareth, tegen de wil van God in, door de mensen gedood is, en desondanks de levende God alles door de vingers ziet en de mens Jezus dood liet blijven, dan is Pasen zonder toekomst; dan heeft de morgen van de opstanding niets meer te vertellen en moeten we met deze rotwereld blijven voortsudderen, terwijl we niet weten, wat er anders van komt dan één grote katastrofe, een wereldramp, een explosie van nucleaire macht, die de wereld onbewoonbaar zou maken en onze kinderen zou misvormen tot gedrochtelijke misvormingen, die de naam van "mensen" niet meer verdienen.
Als Christus er alleen is voor deze wereld en we alleen hier op Hem zouden vertrouwen, zijn we de ellendigsten van allemaal, Pasen zonder toekomst is als een ei zonder kuiken.
Het smaakt wel lekker, maar voor het leven zèlf is er niets meer.
Als geloof een stukje vroomheid is voor de zondag; een gebaar, dat slechts de schijn ophoudt; als er geen opstanding is, is er geen evangelie, geen geloof; geen vergeving; geen wedergeboorte; dan leven we in een ruimte zonder uitweg; in een kamer zonder ramen en zonder deuren; zonder hoeken en zonder schuilplaats; in een wereld zonder hoop en zonder toekomst; zonder werk en zonder rust; dan zijn we een strootje in stromend water; een brok fatalisme en eentonigheid. Als we alleen in déze wereld op Christus blijven hopen, zijn we de ellendigste van alle mensen.
Dan is Pasen zonder toekomst, al zouden we de heilstaat bereiken en de gerechtigheid en vrede van Gods rijk proklameren.
Wie nu zegt, wat moeten we dan? Moeten we maar niet meer proberen, iets aan die wereld te doen? Moeten we maar mee drijven op de stroom? Of er maar gewoon een eind aan maken? De wereld opblazen en de maatschappij vernietigen? De stadsguerilla perfektioneren en de kapitalistische maatschappij omver gooien? Maar dan is het doemdenken tot en met. Ellendiger kan het niet.
Reeds Paulus wist dat, als Christus slechts de mens Jezus van Nazareth was en dat hij aan het kruis stierf en dood bleef, het leven geen enkele zin meer heeft. Dan zijn we de ellendigste van alle mensen.
Maar Paulus zegt ook: Pasen heeft toekomst. En hij schrijft aan het eind: "Daarom, mijn geliefde broeders, weest standvastig, onwankelbaar, te allen tijde overvloedig in het werk van de Heer, omdat ge weet, dat uw arbeid niet vergeefs is in de Heer."
Over dat Pasen met toekomst willen we graag een volgende keer verder.