Maatschappijkritiek en bijbels perspectief (2, slot)

1982-06-18
  • Jaargang 26
  • nummer 24
Radicale maatschappijkritiek
Onder invloed van het marxisme stelt deze kritiek dat de fundamentele oorzaak van de onrechtvaardigingen in deze wereld is gelegen in de klassentegenstelling. Door deze tegenstelling wordt de werkende mens uitgebuit. Als de mens niet meer kan werken is hij waardeloos geworden. In een maatschappij met klassentegenstelling wordt de mens gewaardeerd naar wat hij produceert ten bate van de bezittende klasse. En deze bezittende klasse ontziet zich niet om de gehele wereld te maken tot een werkvloer voor de uitbuiting. Door deze klassentegenstelling raakt de mens vervreemd.
De arbeidende mens heeft niet meer recht op het werk van zijn handen. Hij werkt in opdracht van een ander en is dan ook niet meer dan een verlengstuk van de machine.
In deze visie schuilt veel waars in maar vele christenen hebben dit niet gezien.
De radicale kritiek pleit voor de opheffing van de klassentegenstelling. Er moet komen één klasse.
Deze klasse zal zelf wel een blauwdruk maken voor de hof. God is hierbij niet nodig. De klasseloze maatschappij kent slechts de zelfgenoegzame autonome mens die geniet op zijn wijze en op zijn tijd.
Om dat te bereiken is de revolutie noodzakelijk.
De mens komt tot volwassenheid in de revolutionaire daad.
De tragiek van dit humanistisch radicale denken is dat men wel oog heeft voor het stuitend onrecht dat men in het maatschappelijk proces elkaar aandoet, maar dat men de demonie in het hart van de mens ontkent. Men gelooft niet in Satan. De demonie is door de mens mogelijk gemaakt, maar daar is toch ook sprake van een toelating. Tegen deze demonie kan het radicale denken slechts een klasseloze maatschappij stellen. Maar van het wandelen op een nieuwe aarde met de Onderhouder van alle dingen heeft de marxist geen weet. Er zijn geen goden en geen demonen. Er zijn slechts mensen.
Het radicaal perspectief moet wel breken doordat men geen kennis heeft van de Vader die Zijn Zoon voor de tweede maal naar de aarde laat gaan om de hof weer in ere te herstellen.
Men kan van het radicale denken wel leren hoe men ergelijke misstanden moet ontdekken, maar men krijgt uiteindelijk geen perspectief. Want wat is een maatschappij zonder klasse, maar ook zonder God de Vader? Maar zal onze gerechtigheid groter zijn dan van de marxist die alles opoffert voor de zelfverwerkelijking en verheffing van de arbeidersmassa?

Evangeliserende maatschappijkritiek
Als het ware aan de andere kant van de lijn staat de evangeliserende maatschappijkritiek. In deze stellingname gaat het niet om demonische structuren, maar staat de zondige mens centraal.
De combinatie van geloof en werken kan slechts optimaal functioneren als de verhouding tussen God en mens weer in principe is hersteld. De hof kan dan pas weer goed worden beschouwd als wij God weer in ons leven de eerste plaats geven. Terwijl bij het marxisme alles draait om de verhouding mens en mens, zo is bij de evangeliserende kritiek de verhouding van God en mens maatgevend.
Wellicht doet men deze vorm van kritiek niet al te veel onrecht als men het zo stelt, dat alle programma's ter verbetering van het lot van de mensen hoe noodzakelijk en gewenst ook, uiteindelijk zonder bekering van de mensen niets uitwerken. Nu denk ik dat hier een grote waarheid in schuilt. De welvarende kerk moet zich bij de voortduur bekeren. Een bekering die ook slechts mogelijk is door inzicht in de Schrift en dan weer leidt tot verdiept inzicht hoe onze houding moet zijn ten opzichte van de medemens, de natuur en zich zelf. Maar, en deze vraag is onontkoombaar, waar moet de mens in nood zich van bekeren? De stervende mens in de Sahel, de kinderen in Vietnam die aan bordelen worden verkocht ten bate van de westerlingen? De uitgebuitenen in Zuid-Amerika? De verschoppelingen rondom Soweto? Het is de tragiek van deze maatschappijkritiek dat men de ellende van de mens wel ziet, maar recht op het werk va nzijn handen. Hij werkt als het ware het demonische van de maatschappelijke verhoudingen negeert. Is de vegeterende mens in de derde wereld een zondaar die vanwege zijn zonde wordt gestraft? Van welke zonde moet hij zich bekeren, die zijn vrouw, zijn kinderen en zich zelf ziet creperen? Welke demonie heeft zich van deze wereld meester gemaakt? Er is meer dan bekering nodig en zelfs niet in eerste instantie bekering. Deze maatschappijkritiek kan dan pas geloofwaardig zijn indien men aangeeft hoe in de weg van bekering de maatschappelijke problematiek kan worden opgelost.

Barmhartigheid
In de maatschappijkritiek die een bijbels perspectief geeft staat de barmhartigheid centraal.
Echter barmhartigheid is meer dan het doen van een goede daad. Als Jezus als de Barmhartige door de wereld gaat, onderkent Hij de echte nood van de mens die Hij op Zijn weg ontmoet. De nood van het bedelaar zijn temidden van het verbondsvolk; de ellende van het melaats zijn in Sion en de last van het stom zijn waar de psalmen worden erkend als gebeden van de gemeente. Als Jezus de lijdende mens aanraakt, komt Zijn barmhartigheid in diepste wezen hierin naar voren dat Hij weer zin geeft aan het leven van de mens.
Hij brengt de bedelaar, de melaatse en de stomme weer terug naar hun rechtmatige plaats.
De aangeraakte mens kan weer leven als verbondskind temidden van het verbondsvolk. Hij mag en kan opgaan naar Sion. Ook achter de geschiedenis van de barmhartige Samaritaan schuilt dit perspectief. De jood die zich door een Samaritaan laat verzorgen. De oeroude relatie tussen mensen is weer hersteld. In het doen van barmhartigheid ten opzichte van de medemens in nood zijn er dus twee elementen te onderkennen. In de eerste plaats het signaleren van de echte nood en het openbaar maken van de kern van het lijden. En in de tweede plaats is de barmhartigheid er altijd op gericht om aan de mens in nood een nieuw perspectief te verschaffen door daadwerkelijk te helpen.
Wat is nu de nood van de hongerende mens in de derde wereld? En hoe staat het met de mens in de geïndustrialiseerde samenleving die gevangen is in een platvloers materialisme? Bij deze vorm van barmhartigheid gaat het om het ontdekken hoe in de vier genoemde relaties de mens in nood van zijn menselijke waarde en waardigheid wordt beroofd. Als wij een rottend kind in de achterbuurt van Sao Paulo zien, wat zien wij dan? Een slachtoffer van de kapitalistische uitbuiting? Of een kind dat zich eerst tot God moet bekeren? Of is dit kind toch nog in een ergere nood geraakt? Is het kind een levende aanklacht tegen God èn mens? Om deze wezenlijke nood te peilen moeten we weer terug naar de bedoeling van de mens in deze wereld. De mens is geschapen opdat hij zou wandelen in de hof met zijn Heer.

Terug naar het begin
Maatschappijkritiek houdt zich met bepaalde noden en misstanden bezig. Het gaat niet om mensen die ziek zijn of verdriet hebben, maar om mensen die in de maatschappij geen ontwikkelingskansen hebben en daardoor beneden de maat blijven. En de mens zonder kans sterft in de derde wereld van honger en gebrek. En de mens die slechts verlengstuk is van het kapitaal, vecht sterft weldoorvoed geestelijk aan de uitzichtloosheid.
In beide gevallen heeft het systeem ervoor gezorgd dat God zich moet schamen voor Zijn schepping. Men kan het God toch niet aandoen dat Hij zou moeten wandelen met hongerende kinderen die vel over been zijn? Want met dit uiterlijk wordt duidelijk gedemonstreerd dat deze hongerende mens niet aan zijn bestemming is toegekomen. En wat moet Hij aan met de "materialistische" mens?
Daarmede grenst de bijbelse maatschappijkritiek zich ook af van de humanistische visie die de maatschappijkritiek laat uitmonden in een lof op de menselijke waarde op zich.
In bijbelse zin ligt de menselijke waarde altijd verankerd in het wandelen met God. En de bijbelse maatschappijkritiek betrekt dan ook duidelijk de cultuuropdracht t.w. het bouwen en bewaren van de hof in het beeld. De tragiek van de barmhartige maatschappijkritiek is dat naast het geven van hulp en doen van goede werken, niet veel anders overblijft dan het heenwijzen naar de hof. In deze hof is de mens gevallen en zijn de structuren aangetast waardoor de demonie overheersend werd. Daarin heeft God een eigen wettelijkheid ingelegd. Een eigen wettelijk die dwingend is totdat onze Heer Jezus wederkomt. God laat veel in deze wereld toe aan ongerechtigheid. God laat zich in ruime mate de eeuwen door beledigen door het wanbeheer van de mens.
Maar Christus ging, goed doende, door deze wereld en gaf de enkele mens toch uitzicht.
Ik denk dat wij navolgers van Christus kunnen zijn, door als kerk aan mensen daadwerkelijk uitzicht te geven. Jaren geleden heb ik eens gepleit dat wij als kerk maar eens een streek of een dorp zouden moeten adopteren. Daar kunnen onze jonge. mensen naar toe. Daar kan het evangelie gestalte krijgen. Dan betekent barmhartige maatschappijkritiek ook daadwerkelijk offeren. Maar dan wordt de hof wel vol en zal het daar goed wonen zijn.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief