Ovatie - Renovatie
1981-05-22
Wie straks hemelvaart wil vieren, moet wel op de aarde beginnen. Want anders ga je met àl je hoogdravende gedachten volledig de mist in.- Jaargang 25
- nummer 20
Omdat we heel gemakkelijk naar de hemel willen vluchten, als we het met en op de aarde niet kunnen vinden.
In psalm 47 wordt heel duidelijk gemaakt, dat het in de hemel gaat om de aarde, of liever om de koning van de hele aarde.
Deze psalm is waarschijnlijk gedicht ter gelegenheid van de feestdag, toen koning David de ark van Gods verbond ophaalde uit het huis van Obed-Edom en in een feeststoet terug bracht naar Jeruzalem.
Het wordt één grote, geweldige demonstratie voor de God van Israël.
U kunt het lezen in 2 Samuël 6.
"God vaart op onder gejuich."
Het wordt ovatie op ovatie. Heel het volk is daarbij betrokken en zelfs de koning danst en huppelt mee in de stoet, die de ark opvoert naar Jeruzalem.
Want dáár ziet deze psalm op. We zingen deze psalm wel met hemelvaartsdag, en zeggen dan, dat Christus' hemelvaart de vervulling is van deze psalm, als we maar goed in de gaten houden, dat het zich allemaal afspeelt op deze aarde en in de stad Jeruzalem. En dat zo hemel en aarde worden betrokken bij Gods glorie.
We moeten op de aarde beginnen.
Nadat de filistijnen de ark hadden meegenomen, was het cultisch centrum van Israëls eredienst leeg geworden. Het was er nog wel, maar de levende God was er niet, althans niet zichtbaar in het teken van de ark van het verbond.
Later hadden de filistijnen de ark teruggestuurd, maar onderweg was die ark blijven steken en voorlopig neergezet op het adres, dat we in twee Samuël 6 lezen.
Daarom was ook Jeruzalem leeg.
Want het verbond was er wel maar de God van het verbond was nog niet konkreet aanwezig.
En nu is David koning geworden. Gods koning over Gods volk.
De gezalfde van de HEER. Maar de HEER zèlf ontbreekt.
Die staat nog ergens opgeborgen.
Beseffen we, wat dat betekent? Een tabernakel zonder ark is als een paleis zonder koning. Als een kerk zonder God.
Als een huis zonder bewoner.
Israël leefde onder een belofte, dat de levende God de Heer zou worden van de hele aarde. Alle volken zouden Hem dienen. God zou regeren over de volken. God is gezeten op zijn heilige troon. .
Maar die geweldige troon is voorlopig opgeslagen in een opslagplaats voor meubelen. Net als toen wijlen koningin Wilhelmina in Engeland vertoefde, omdat het koninkrijk der Nederlanden bezet gebied was. De koningin was er wel en het koninkrijk óók nog, maar toch was de glans eraf, het zichtbaar bewijs ontbrak.
En toen de koningin terugkwam, wat hebben we toen gejuicht.
Ovatie op ovatie. Het was net of het volk helemaal ànders was geworden.
Zo is het ook in 2 Samuël 6. David met zijn mannen brengen de ark van het verbond terug naar Jeruzalem.
Dat wil zeggen: de levende God wil weer tronen op zijn troon.
Hij wil wonen in Jeruzalem. Hij wil zijn volk weer ontmoeten.
Hij wil weer zichtbaar met zijn volk verbonden zijn.
Kunt u zich de blijdschap van het volk voorstellen? Zij dansen en springen voor de God van het verbond.
Mensen, de Koning is er weer. Hij is terug. Hoera! Wat een feest! Wat een glorie! Zelfs de koning danst voor de Koning!
Er is wèl een schaduw op dat feest. Michal, Davids vrouw, vindt het wel shocking, dat de koning zich zo verlaagt. Wie danst er nu met dienstmeisjes en arbeiders!
Ze heeft helaas niet begrepen, dat, als God terugkomt bij zijn volk, het niet uitmaakt, of je werkgever of werknemer; koning of konijnefokker bent; de HEER is er weer, en ovatie klinkt op ovatie.
Als je iets van die blijdschap kent, wordt het leven in Gods verbond niet zo abstrakt als dat in de praktijk vaak bij ons is.
Wij noemen ons Gods volk, maar doen vaak net of de Heer niet thuis is. Wij leven als in bezet gebied; we fluisteren wel eens over onze Heer en Koning, als de vijand het maar niet hoort.
Onze Koning vertoeft elders; in de hemel; we weten wèl, dat heel de aarde zijn gebied is, maar dat komt later pas in orde.
Maar wie straks hemelvaart wil vieren, moet dan wèl hier op aarde beginnen.
Psalm 47 zegt, dat God wil wonen bij de mensen.
Wie dat beseft, ziet alles anders worden.
Ovatie voor de HEER van hemel en aarde betekent renovatie van hemel en aarde.
En wie de aarde wil vernieuwen behoeft geen revolutionaire storm te ontketenen, als hij maar gelooft en verkondigt, dat Jezus Christus, de Zoon van God, definitief de troon heeft beklommen.
Eigenlijk moeten we op hemelvaartsdag dansen en springen van vreugd.
God wil bij ons wonen. Daarom is Jezus Christus naar de hemel gegaan, omdat de HEER ons zijn Geest wil schenken.
Werkgevers en werknemers moesten samen een ovatie brengen aan de Heer van hemel en aarde, want Hij komt, om de aarde te richten.
De ovatie van hemelvaart betekent de renovatie van hemel en aarde.
De overwinning van Jezus Christus betekent de herschepping van alles wat beneden en van alles, wat boven is.
We moeten dus op de aarde beginnen.
In je eigen omgeving. In je huwelijk. In je gezin. In je werk.
In je schooltaak.
Want die geweldig wetenschap is aangrijpend: zoals de HEER tijdens David in Jeruzalem wilde wonen bij zijn volk, zo wil de opgestane Heer met zijn Geest wonen in zijn gemeente en in het hart van Gods kinderen.
Dat heeft de Heiland zèlf gezegd: "Het is beter voor u, dat ik wegga, want ànders kan de Trooster niet komen."
Wat zijn we toch vaak lauw-loene christenen!
We doen net, of God niet thuis is.
We leven net als Michal, die aan eigen waardigheid dacht, maar er niet over peinsde, om te huppelen van vreugde voor de God van het verbond, toen deze thuis kwam op de Sion.
We blokkeren vaak de vreugde van het geloof, omdat we naar de hemel gevlucht zijn en met de aarde geen raad weten.
We hebben een soort van christelijk doemdenken opgezet in de mening, dat pas als de grote klap van het laatste oordeel gevallen is, de grote vreugde van het koninkrijk begint.
Als de viering van het hemelvaartsfeest geen ovatie wordt voor de levende Heer, omdat Hij weer thuis kwam en zijn troon besteeg, wordt het met de renovatie van ons leven op aarde helemaal niets.
We blijven bezet gebied en we zijn doodsbang voor de tiran.
We durven niet eens meer hardop tegen zijn macht te getuigen.
We zeggen zèlfs: "liever rood dan dood" en laten de krachten van de ontbinding vrij spel.
De leven:de Heer is immers niet thuis?
Geen ovatie, geen renovatie.
Gelukkig hebben vete christenen, ook in andere landen, iets begrepen van het feest.
Desnoods ondergronds gaat hun verzet door als vrucht van hun gebed. Ze blijven bijbels verspreiden en ze blijven des zondags samen komen, zelfs als de overheid niet anders weet te doen, dan hen rijp te verklaren voor een psychiatrische inrichting.
Want ze weten: de levende Heer is thuis gekomen en wil met zijn Geest bij ons wonen.
Laten we er om denken met de dag van hemelvaart straks: Een ovatie voor de Heer, die op zijn troon zit en bij ons woont; renovatie, vernieuwing van ons leven hier op aarde, want
Jezus Christus gaat vooraan in zijn koningsheerschappij; die de dood is doorgegaan, maakt ons allen waarlijk vrij.
Aan de Vader, Zoon en Geest is de zege, het is feest!
Van zijn liefde zingen wij.
Liedboek voor de Kerken, nr. 202, vers 5 (titel van dit gezang is: "Mundi renovatio", dat betekent: vernieuwing van de wereld.)