Religieus-ethische verantwoording van de kernbewapening (2)

1981-05-22
  • Jaargang 25
  • nummer 20
Speciale aandacht moeten we ook geven aan het tweede argument: een nucleaire oorlog kan niet in dienst staan van de gerechtigheid, omdat er geen deelnemers aan deze oorlog meer overblijven. En waar geen mensen meer leven, is aan gerechtigheid geen behoefte meer.
Daar is slechts een voor levende wezens onbewoonbare, radioactieve puinhoop over.
Hiertegen zou ik niet, zoals vaak gebeurt, willen opmerken dat het met die totale verwoesting wel wat mee zal vallen. Rusland schijnt dit te denken. Dat onmetelijk grote land is inderdaad veel minder kwetsbaar dan het dicht bevolkte West-Europa. Als de Russen gelijk hebben, dat 't wel zal meevallen,ik kan dat niet beoordelen - dan is 't wel zo dat men het betrekkelijk kleine schiereiland dat West-Europa heet, wel voor vele jaren als een onbewoonbare woestenij met zijn tientallen miljoenen doden kan afschrijven, evenals de helft van Rusland zelf, wellicht het europese deel van Rusland.
Het spreken over de gevolgen van een voluit nucleaire oorlog heeft iets speculatiefs. Niemand kan het bij benadering schatten. Er is slechts zeer weinig ervaring mee, zodat men zich behelpt met uitdrukkingen als bijv. bommen met de kracht van 10 maal Hiroshima, waar destijds in één klap 130.000 doden vielen, niet mee geteld de verminkten en de slachtoffers van de nawerking der atoomstraling. Deze onoverzichtelijkheid brengt bijv. iemand als prof. Schuurman er toe alleen daarom al te zeggen dat dit wapen ongenormeerd is, beter gezegd: tegen de normen die God aan de zwaardmacht van de overheid gesteld heeft. Als dat gezegd wordt, moeten we goed luisteren, want het gaat in a:lle problemen, en zeker in het nucleaire oorlogsprobleem, om de gehoorzaamheid aan Gods wit Volgens Schuurman is het tegen Gods wil een wapen van zo ongekende, onvoorspelbare vernietigingskracht te hanteren. Dan kan men beter het kruis dragen van het leven onder een communistisch bewind, in het vertrouwen op Gods beloften dat de geesten van het dodenrijk Gods gemeente niet zullen overweldigen.
Ik zei dus, dat ik niet het argument zal gebruiken dat het wel zal meevanen, en dat we ook een nucleaire oorlog wel zullen overleven. Het kan zijn, maar ik weet het niet. We hebben ook alk redenen om althans in West-Europa er mee te rekenen dat wij in de grote vuurzee van onze brandende steden omkomen, en dat de eventuele overlevenden weer nagenoeg als wilde dieren in een woestenij, een vrijwel onmogelijk leven nog enige tijd kunnen rekken.
Laten we dus m.a.w. er maar van uitgaan dat een volledige nucleaire oorlog het einde betekent van een belangrijk deel van de menselijke cultuurwereld.
Welnu, is dat de zgn. verdediging van onze vrijheid en gerechtigheid waard? Heeft zo'n verdediging nog zin? Moeten we niet zeggen: beter rood dan dood?, beter het Kremlin dan het Krematorium? Is dat nog verdediging van het leven, als van te voren vast staat dat het leven zelf niet blijft bestaan?
Inderdaad, de vragen van dood en leven staan hier centraal. Maar de antwoorden op deze vragen zijn dan ook radicaal verschillend, al naar gelang onze levens-beschouwing is, en onze doods-beschouwing.
Hier gaan christelijk geloof en humanistisch geloof tegen elkaar in.
Hier is geen nuts-afweging meer doorslaggevend, maar ons geloof.
In het christelijk geloof is het menselijk leven niet een absolute waarde.
jn het humanisme is het menselijk leven de hoogste waarde. Als ik humanist was, zei ik onmiddellijk een van beide: liever rood dan dood, of. liever dood dan rood. Een humanist zal hier kiezen, zal zeggen wat hij liever heeft. Hij is z.i.
immers eigen baas. De ene humanist zegt: het voortbestaan, het leven als zodanig gaat mij boven alles: beter slaaf dan dood. De andere zegt: nee, alleen het vrije leven, waarin ik zelf baas ben, gaat mij boven alles, liever dood dan slaaf.
Het christelijk antwoord op de centrale vragen van dood en leven is radicaal anders. Het gaat niet uit van wat de mens er zelf van vindt en wat hij liever heeft, Als God hem zo leidt dat hij moet leven onder een communistisch juk van geestelijke slavernij en vervolging, dan zal hij zeggen met de Psalmist: Uw goedertierenheid is beter dan het Ieven. Als God hem brengt in verdrukking en in doodsgevaren, dan zal hij nog hetzelfde zeggen: Uw goedertierenheid is mij beter dan het leven. M.a.w. de christen vraagt voor alle dingen: wat wil God? Daarbij past in de extreme situatie waarover wij vanavond spreken ook de zelfverloochening.
Wie zijn leven zal willen verliezen, zal het behouden, wie het wil behouden zal het verliezen. De enige maatstaf voor wat wij met het leven doen is: de wil Gods. En het is Bijbels gezien gewoon niet waar dat God onder alle omstandigheden het menselijk leven op aarde in stand wi! houden als een hoogste en onaantastbare waarde. Wij weten wel beter. Zoals God vroeger in een ouderwetse verdedigingsoorlog van een soldaat, een concreet individueel mens, kon eisen dat hij zijn leven in de dood zou geven, om zijn soldatenplicht te vervullen, zo kan dat ook van een heel volk of werelddeel, dat door Hem geroepen wordt de vijand te weerstaan. Dan telt de uitkomst niet, maar alleen het doel, nl. de gehoorzaamheid aan Gods opdracht. Als wij daartoe bereid zijn, met onze overheden en legeroversten, dan kan God, als het Hem behaagt, dat zozeer zegenen, dat de vijand, die ook heel goed weet wat hij begint en niet weet waar hij eindigt, door onze vastberaden wil tot de hoogste inzet van ons gezamenlijk leven, alsnog wordt afgeschrikt, Ik denk bij deze dingen vaak aan Abraham, die zijn enige zoon Izaäk moest offeren. Dat was in strijd met elke moraal. Het was in strijd met wat God zelf later in de Tien geboden zou verbieden: gij zult niet doden. Het was in strijd met elk menselijk begrip van ouderliefde en naastenliefde. Maar God relativeert het leven van Izaäk en de moraal van Abraham. Hij betrekt het alles op Zijn absolute wil dat het leven van Izaäk en de moraal van Abraham volstrekt onderworpen zouden zijn aan God zelf, de bron van alle leven en van elke goede moraal.
Toen Abraham met zijn volstrekte gehoorzaamheid blijk gaf God meer lief te hebben dan zichzelf en zijn zoon, toen schonk God hem zijn zoon a.h.w. uit de dood terug en voorzag Hij zelf in een lam ten brandoffer.
Dat is de zegen en de genade waarop ook wij mogen hopen, als wij gewillig en getrouw die vijand wederstaan, die het juist hierop gemunt heeft: deze volstrekte onderworpenheid aan en liefde tot God.
Want dat is de geestelijke dieptedimensie waaruit de huidige twist tussen het communisme en het Westelijk blok zijn inspiratie verkrijgt.
Wij moeten daarbij vooral stilstaan, nu wij nog steeds bezig zijn de vraag te beantwoorden, wat het gebruik van nucleaire wapenen in een toewestelijke verdedigingsoorlog nog te maken heeft met gerechtigheid.
Is er in het conflict tussen Oostblok en Westblok werkelijk iets van de gerechtigheid in het geding of gaat het gewoon om de olie en andere mineralen? Is het geen pure machtsstrijd om het bezit van de rijkdommen van de aardbodem?
Inderdaad lijkt het daarop. Voor een groot deel is dat ook waar.
Maar men mag dit element van het jagen naar bezit bij beide partijen, niet losmaken van de ideologieën.
Tegenover de atheïstische ideologie van het russische marxisme-leninisme, staat de westers-humanistiche ideologie van de vrijheid en de democratie.
Het is aan beide kanten de religieus-ethische ideologie die het leven zijn kracht en impuls geeft om op concrete economische en politieke punten het conflict uit te vechten, desnoods met de wapenen.
Uit beider eigen belang vloeit voort de wenselijkheid het conflict met de wapenen te voorkomen of zo beperkt mogelijk te houden. Maar het conflict kan niet opgelost worden door ont-ideoIogisering. Want ideologie in de zin van religieus-ethische visie op mens en maatschappij zit structureel ingebouwd in alk menselijk handelen. Vandaar ook de herhaalde waarschuwingen der russische leiders, dat men de maatschappelijke strijd niet los kan maken van het atheïsme. In de spanning tussen Oost-West mogen er talloze concrete twistpunten zijn, maar de centrale twist die het geheel beheerst, ligt op religieus diepteniveau. Dit religieus-ethisch conflict manifesteert zich op het concrete werkterrein van de overheden.
Het recht blijft de centrale norm van Godswege voor hun arbeid.
Aan de 'eisen van het recht moeten de doel einden der overheden gemeten worden. Daar ligt ook de norm voor de defensie en voor de daarbij te hanteren middelen, zoals o.a. de kernwapenen.
Er zit een waarheidselement in de opvatting dat de kernwapenen het recht niet kunnen verdedigen, omdat zij de mensen, zowel de aanvallers als de verdedigers, vernietigen.
Dat waarheidselement is als volgt.
In alle gerechtigheid zit als centraal moment de vereffening, ook wel vergelding genoemd. In het recht er altijd sprake van vereffening van belangen, harmoniserende afweging van tegengestelde of van onvergelijkbare belangen. Daarom is in de volkenrechtelijke verhoudingen de vraag belangrijk of een daad van agressie met gelijke munt moet worden betaald of dat andere tegenmaatregelen genomen moeten worden.
Welnu, in dit afwegingsproces van de gerechtigheid schijnt er een duidelijk antwoord te komen op de vraag naar het gebruik der kernwapenen.
Dit gebruik is nl. op één na, de hoogst denkbare inzet. Hier staat, in het allerergste geval (en daarmee wil ik rekenen) de totale dood van de totale wereldbevolking op het spel. Wat kan daar tegen op wegen? Welk belang is zo groot, dat het deze vrijwel totale onder gang in de dood kan rechtvaardigen?
M.i. geen enkel aards en tijdelijk belang op zichzelf, als het losgemaakt wordt van z'n religieuze diepte .. Geen zgn. "westerse waarden" van vrijheid, welvaart en democratie, hoe hoog wij die ook mogen en moeten waarderen. God heeft het goddelijk Recht, ook die hoge waarden van ons af te nemen.
Wij hebben dat zelfs verdiend, omdat wij er onze westerse afgoden van gemaakt hebben. Het humanisme, dat meent dat de mens zelf eigenmachtig over het leven kan en moet beschikken, is daarom terug geworpen op het dilemma waaruit het moet kiezen: dood of slaaf, rood of dood, e.d. Zo kiest dan ook de wereld. Zo is dan ook het Westen, waar men z'n keus nog vrij kan propageren, verdeeld over deze keuze. De een is liever dood dan slaaf van een communistisch regiem, de ander zegt, soms wel met een bijbeltekst, liever ben ik "een levende hond dan een dode leeuw", liever in slavernij en onderdrukking dan dood.
Er zit iets ontroerends in, dat veel christenen ook dit laatste kiezen, in de oprechte mening dat zij ook in geestelijke nood en verdrukking kunnen blijven vertrouwen op Gods beloften van bewaring en uitredding, in het perspectief van het komende Koninkrijk Gods. Ais wij, hoe dan ook, onder een communistisch juk komen, is dat m.i. voorshands wel de enige geoorloofde levenshouding - niet die van het hoogmoedige, directe verzet tegen de aantasting van onze mensenrechten en democratische vrijheden.
Die rechten hebben wij immers verspeeld, als wij onze welvaart niet willen inkrimpen om een betere defensiernacht op te bouwen. Intussen staan wij, met onze overheden, voor de roeping het niet zover te laten komen, voor zover het aan ons ligt.
Daartoe gaf God het "zwaard" aan de overheden, om ons te beschermen en de onrechtvaardige vijand af te schrikken, te weren. Niet gaf God het overheidszwaard om onze westerse leefwijze te kunnen continueren.
Ook niet om "ruimte en tijd" te creëren voor de bekering der mensen, zoals vaak beweerd wordt in discussies van christenen, Ook niet omdat onze westerse waarden zo absoluut zijn, dat daarom alleen al de mondiale atoomdood geriskeerd moet worden. Maar alleen omat langs deze weg van gerechtigheidsopdracht en zwaardmacht God ons wil regeren door middel van onze overheden, Daarom alleen is de kernbewapening aanvaardbaar, bruikbaar en noodzakelijk.
Wij behoeven dan niet slechts de indruk bij onze potentiële vijand te wekken dat wij bereid zijn de kernwapens in 't uiterste geval in te zetten, maar wij moeten onze eigen onwrikbare bereidheid om te gehoorzamen aan Gods opdracht, rustiig uitspreken en bekend laten zijn. Wellicht - zekerheid hebben we niet, maar we mogen er op hopen - werkt deze daadwerkelijke bereidheid vanuit onze religieusethische overtuiging meer afschrikwekkend dan een dubieus "evenwicht van afschrikkingsmiddelen".
Het valt echter te vrezen dat, althans West-Europa, niet meer bereid te zijn rijkdommen te besteden aan een werkelijk en effectief afschrikkende defensieve macht. Het christendom heeft deze radicale geloofsovergave vrijwel afgeleerd.
Maar door Gods "algemene genade" is er in veel humanisme nog een onbedoelde kracht en wijsheid om met verkeerde motieven toch nog oppervlakkig te doen wat God van ons eist.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief