Van binnenuit
1981-06-05
Het lijkt er veel op, dat van alle kerkelijke feesten het Pinksterfeest de dichters, de denkers en de dominees het minst geïnspireerd heeft. En dat, terwijl het woord “inspiratie” juist heenwijst naar Pinksteren. Neem nu de liederen voor de eredienst. Je had het bundeltje van 29 gezangen, uitgekomen in 1933. Het was bij verschijning al een halve eeuw verouderd. De liederen voor Pinksteren in dat boekje krioelen van de uitroeptekens; een veeg teken. De verzen zijn dan ook gezwollen van vorm en hol van inhoud. Maar ook in het nieuwe liedboek vind je over Pinksteren weinig dat de gemeente aanspreekt of bezielen kan.- Jaargang 25
- nummer 22
En de preken… Hoeveel is er al niet geschreven en gezegd over de tekenen: de windvlaag en het vuur. Die tekenen worden in de Bijbel nergens verklaard. Vandaar dat de één er dit in ziet, de ander iets geheel anders. Maar je wilt bij de gemeente niet aankomen met vermoedens en gissingen en je vraagt je dus af: wat wil dit zeggen? Toen ik me de situatie van Handelingen 2 realiseerde, dacht ik: Het is daar en dan het omgekeerde van hoe wij ons nu in de wereld bevinden. Nu horen wij bedreigende geluiden, als van vernielend vuur en verwoestende wind. Hebben vele dokters niet geschreven, dat het er van afhangen zal, als de atoomoorlog begint, hoe dan de wind is? En je denkt in onze tijd ook aan de kracht der dwaling. Al die bedreigingen komen van buitenaf. We hopen en bidden dat de kerk een schuilplaats mag zijn, die het houdt tegen de vernietiging.
Maar op de Pinksterdag is het de wereld, die zich bang afvraagt wat er aan de hand is en wat er staat te gebeuren. Ze gevoelt zich bedreigd door wat er binnen de Christelijke gemeente te horen is en te zien.
Wij zijn er misschien wel wat te vol van, hoe er een dreiging op ons afkomt en we zijn er te weinig vervuld van dat de Heilige Geest de grote Macht is. We overschatten de dreiging van buitenaf en we onderschatten de krachten van binnenuit.