TECHNIEK en VERANTWOORDELIJKHEID

1981-06-05
  • Jaargang 25
  • nummer 22
Geestelijk historische wortels van de vertechnisering
Via Marcuse en Roszak zijn we al attent gemaakt op het rationalisme in onze westerse cultuur, en op de opkomst daarvan en tijde van 'de Verlichting.
En wanneer Roszak vervolgens verwijst naar het joods-christelijk denken als bron van dit rationalisme, dan moet het onze aandacht hebben dat een vertekening geeft van het christelijk geloof. Weliswaar is het juist in het christelijk denken een streep wordt gehaald door een mythische beschouwing van de werkelijkheid, en vergoddelijking ervan veroordeeld.
Dit betekent echter niet dat de werkelijkheid van God wordt losgemaakt.
Geenszins: 'alles is uit, door en tot God.' De ontkenning dat niets van de werkelijkheid goddeiijk is, behoort gepaard te gaan met de erkenning dat alles op God betrokken is! (Strijbos, Praten tegen verwetenschappelijke kultuur).
De werkelijkheid, de schepping, is aan de mens onderworpen, en de mens heeft derhalve de roeping om de aarde te bewerken en te ontplooien, maar zulks kan hij niet eigenmachtig doen. Hij is slechts rentmeester, die aan zijn Heer verantwoording verschuldigd is.
Het is dus geenszins waar, dat het christelijk denken ruimte zou geven voor een ongebreidelde ontwikkeling van wetenschap en techniek, ook al zij bij voorbaat toegegeven dat óók christenen - en misschien wel juist zij - bijdragen tot de overwoekering van de mens door wetenschap en techniek.

Evenzo moet Roszak's verwijt worden afgewezen, dat het christelijk denken een rationeel karakter zou vertonen, Binnen het christelijk geloof is zeker ook plaats voor enige 'mystiek', zoals voor gebed en meditatie. En wanneer de Bijbel leert, dat 'vanuit het hart alle uitgangen des levens' zijn, dan maaktons dat duidelijk dat het hart van de mens het centrum van zijn leven en handelen is, en geenszins zijn rede. Ook al moet opnieuw bij voorbaat toegegeven worden, dat niet elke christen leeft overeenkomstig zijn geloof.

Als we echter zoeken naar de wortels voor het rationalisme, dan zijn drie niet te vinden in het joods-christelijk denken, zoals Roszak betoogt, De kiem van deze verabsoluteerde macht is gelegen in de Renaissance.
Want, terwijl gebroken werd met de onderdrukking door adel en clerus, werd ook afgerekend met ieder gezag, ook met het goddelijk gezag. De mens zou aan niemand anders verantwoording verschuldigd zijn dan aan zichzelf. Van gegeven, voor de werkelijkheid geldende normen, wilde de Renaissancemens niets weten.
Daar ligt de kiem voor macht zonder normen; daar ligt de kiem voor ongebreidelde (=ongenormeerde) vertechnisering en verwetenschappelijking.

Verantwoordelijkheid als ontplooiing van de zin van de techniek
Wat moet dan het antwoord zijn op het machts-nihilisme, de ongenormeerde macht van wetenschap en techniek?
Moet dat een radikale afwijzing van de beheersingsmachten wetenschap en techniek zijn, zoals Roszak die bepleit door op te komen voor een innerlijke, geestelijke revolutie, waardoor de mens zichzelf in zijn volle, rijke vrijheid weer zal ontdekken.
Of kan een permanente maatschappelijke revolutie soelaas bieden, zoals Marcuse die voorstelt: de gevestigde machthebbers immers gebruiken volgens Marcuse de moderne machten van wetenschap en techniek, om ons met behulp daarvan te manipuleren, zó zelfs dat we ons gelukkig wanen.
Maar we zijn het niet, integendeel, we zijn niet meer dan gelukkige slaven.
Daarom past permanent verzet.
Zowel Roszak als Marcuse komen dus op voor de vrijheid van de mens: Roszak vooral voor een innerlijke, geestelijke vrijheid; Marcuse hoofdzakelijk voor een maatschappelijke vrijheid.
Beide ook keren ze zich tegen wetenschap en techniek: Marcuse wil nog volstaan met opstand tegen de machthebbers, maar ook de machten zelf - wetenschap en techniek - komen niet ongeschonden uit de strijd: Marcuse's kritiek op de rationalisering van onze cultuur liegt er niet om.
Roszak gaat echter verder: wetenschap en techniek belemmeren ons in ons mens-zijn, ze sluiten de wereld af voor het sacrale, het heilige, voor meditatie en contemplatie, voor extase en passie. Voor het mens-zijn is het met belangrijk veel te weten, nee, diep kennen is wezenlijk! We kunnen maar beter radikaal breken niet alleen met de vertechniseerde en verwetenschappelijke cultuur - vandaar het pleit voor een tegencultuur - maar ook met wetenschap en techniek zelf.
Roszak verabsoluteert dus de menselijke vrijheid; het wordt a.h.w. een 'doel-in-zichzelf'. En als dat doel met zich meebrengt dat je je moet terugtrekken uit de bestaande culuur, zonder de problemen van die cultuur op te lossen, dan is dat voor Roszak acceptabel.
Aldus stelt hij, dat de mens zich niet verantwoordelijk hoeft te weten voor de oplossing van de bestaande cultuurproblemen.
Tegenover het machtsnihilisme, waar deze paragraaf mee begon, dreigt in de lijn van Roszak's visie een vrijheidsnihilisme: een vrijheid immers zonder verantwoordelijkheid, een vrijheid die niet beperkt wordt door normen (van liefde bijvoorbeeld).

Deze schets van beide versies van éénzelfde nihilisme (normloosheid) suggereert waar we dan wel een uitweg hebben te zoeken; het gemeenschappelijke van die twee is immers de ontkenning of negatie van normen.

Dikwijls worden normen opgevat als resultaten van afspreken tussen (groepen van) mensen onderling. Er zijn echter normen, die gelden ongeacht de vraag of wij het daarover met elkaar (of met onszelf) eens zijn, of niet. Ik noem u als voorbeeld de norm van 'liefde' (in de diepste en breedste betekenis van dat woord). Ieder mens wordt er 'beter' of 'rijker' van door liefde te geven; daarentegen wordt ieder er 'slechter' en 'ongelukkiger' van door te haten. De norm van 'liefde geldt: houden we haar, dan ontplooit zich ons leven; negeren we haar, dan verarmt zich ons bestaan, het raakt 'toegesloten'.
Een soortgelijke gedachtengang is te ontwikkelen voor ondere normen:

- het is goed om acht te slaan op schoonheid, het is verkeerd om het schone te veronachtzamen
- dat brengt 'verarming' (denk bijv. aan technische producten).
- het is goed om niet verkwistend om te gaan met goederen en grondstoffen (ja ook met mensen!); het is verkeerd om achteloos goederen en materialen (afvalstoffen) achter ons neer te werpen (milieuvervuiling), of de krachten van mensen uit te putten (te denken aan de intensiteit van veel werkzaamheden, niet zelden als gevolg van technische hulpmiddelen.)
- het is goed om met zorg te handelen, het is niet goed om nonchalant te zijn (denk bijvoorbeeld aan timmerwerk: 'schuin' slaan (itt 'plat' slaan) levert nodeloze butsen, terwijl toch de trap of kast of ... technisch goed in elkaar zit).

Het is gebruikelijk om deze algemeen geldende normen aan te duiden met , een andere term, normbeginselen, aangezien de uitwerking ervan leidt tot een grote verscheidenheid van concrete normen; het algemene normbeginsel van de liefde leidt bijvoorbeeld tot verschillende normen voor liefde tussen man en vrouw, tussen ouder en kind, tussen vrienden/-innen), tussen werkgever en werknemer, tussen arts en patiënt etcetera.
Het is wel duidelijk dat onze verantwoordelijkheid een veelzijdige is.
Samenvattend typeert Goudzwaard de menselijke verantwoordelijkheid als rentmeesterschap: de mens is ais rentmeester aangesteld over de schepping, en heeft voor zijn handelen verantwoording af te leggen aan zijn Schepper en Heer.
In aansluiting daarop wijst Schuurman op het dubbelgebod van de liefde, in het perspectief van de gerechtigheid. De term 'gerechtigheid' is te verstaan als het 'rechtstaan tegenover God en mensen': ons geweten klaagt ons niet aan.
De hoofdnorm voor de techniek is te omschrijven als het 'dienen in liefde tot gerechtigheid'. Wat betekent dat nu concreet?
- Wat betreft de kernenergie, brengt dat met zich dat we lettend op de gevaren en risico's niet blijven steken in een afweer- (of vlucht-) houding, maar dat we in positieve zin onze verantwoordelijkheid trachten te ontplooien. Dat kan geschieden door uitgebreide studie van alternatieve energiebronnen (waarbij energiebesparing misschien wel de grootste "bron' zou kunnen zijn), maar ook door betere beveiliging van eventueel onvermijdelijke kerncentrales (bijvoorbeeld: ondergronds bouwen, ter betere bescherming tegen eventuele 'terroristen of tegen bombardementen).
In meer algemene zin dient niet alleen gezocht te worden naar integratie van technische mogelijkheden (terwiile van de efficiency of overzichtelijkheid), maar tevens naar differentiatie (bijvoorbeeld ter voorkoming van eenzijdigheid, of (concreet) van politieke afhankelijkheid van een olierijke natie. Evenzo dient gezocht te worden naar een balans van kleinschaligheid (vanwege de 'menselijke maat') resp. grootschaligheid (dikwijls op economische gronden).
De techniek: dient ook in sociale zin ontsloten te worden, door teamwork, door mogelijkheden tot inspraak, maar ook door beperking van geluidsoverlast.
Hierboven zijn al enkele concrete voorbeelden genoemd van wat de hoofdnorm 'dienen in liefde tot gerechtigheid' betekent voor het economische (tegengaan van verkwisting of uitbuiting),voor het esthetische (aandacht voor schoonheid) en voor het morele (zorg, liefde).
Een uitvoeriger behandeling van normen voor de technische ontwikkeling is te vinden in de literatuur, welke ik aan het begin van deze arakelen meldde, Het moge duidelijk zijn dat verantwoordelijkheid, verstaan als 'dienen in liefde tot gerechtigheid', bijdraagt tot ontplooiing van de zin van de techniek en daarmee ook van de zin van de mens met de techniek te maken heeft.
De volgende keer als 'toegift' een artikel over doorwerking van de wetenschappelijke werkwijze in de moderne techniek.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief