Breukelen vanaf de zijlijn (4)

1981-06-05
  • Jaargang 25
  • nummer 22
Als ik het voor het zeggen had, dan zou ik er een bundeltje van maken en ze in druk uitgeven: die toespraakjes - kort, to the point en steeds met een stukje Schriftuurlijke wijsheid - waarmee praeses ds Van der Kwast elke nieuwe zitting van de Landelijke Vergadering opent. Ze zijn het m.i. dubbel en dwars waard, dat veel meer mensen dan de 48 afgevaardigden in Breukelen er kennis van nemen en (vooral) ze ter harte nemen.
Afgelopen zaterdag, 30 mei, bij het begin van de vierde zitting van de Landelijke Vergadering las ds Van der Kwast Hand. 1: 14-26, waarin wordt verteld hoe de lege plaats in de kring van de apostelen wordt opgevuld. Hij herinnerde eraan, hoe men soms een tegenstelling creëert tussen dit gedeelte - "de kerk op zijn smalst, bezig met regelingen en stemmingen" - en het daarop volgende Hand. 2. Men zegt dan: Kijk, als de Geest gaat waaien, dan gebeuren er heel andere dingen. Dan raken mensen in vuur en vlam, dan wordt er in tongen gesproken, dan komt de boel in beweging.
Ook onder ons, aldus ds Van der Kwast, vraagt men zich wel eens af: Die kerkelijke bijeenkomsten waarin organisatorische zaken geregeld worden, is dat het wel? Staat dat niet een heel eind af van het werk van de Geest? Ds Van der Kwast wees er echter op, hoe Petrus zich ook in Hand. 1 beroept op de Heilige Geest en op het Woord van God. Hij en de andere apostelen zijn ook in die activiteiten bezig met het fundament van de kerk, en ook hun organisatorische werk is het werk van de Geest. Ook ons bezig-zijn hier met kerkorganisatorische dingen, zo hield de praeses de afgevaardigden in Breukelen voor, is voluit werk van de Geest: mits het gebeurt op een geestelijke wijze, met het ook op het geheel van de kerk en de gehele kudde.

Gezangenbundel: graag met anderen, voorlopig alleen
Overigens is het optimisme, waarmee de praeses tijdens de eerste zitting aankondigde welke zaken er allemaal in een zeer kort tijdsbestek afgehandeld zouden worden, door de feiten ingehaald en is het niet uitgesloten dat deze Landelijke Vergadering het record van Wezep (negen zittingen) op zijn minst gaat evenaren.
Als je dat overigens omrekent in synodeweken zoals andere kerken die kennen, dan blijken onze kerken toch niet zo'n erg slecht figuur te slaan, hoewel - en dat is weer de andere kant de Landelijke Vergadering op het punt van vergaderdiscipline, het efficiënt gebruiken van de beschikbare tijd en het goed voorbereiden van de besluitvorming heel wat van de synodes van andere kerken zou kunnen leren. Maar dat terzijde.
De afgevaardigden begonnen zaterdag met het "staartje" van de gezangenkwestie, nadat op de vorige zitting de door de gezangencommissie gemaakte selectie van 160 liederen uit het Liedboek voor de Kerken al als "verantwoord" was bestempeld.
Maar dat staartje bleek veel langer te zijn dan verwacht, en met de bespreking van deze zaak ging toch nog de hele morgenvergadering heen.
Het draaide allemaal om de vraag: Wat moet er na deze selectie uit het Liedboek nog meer gebeuren?
Onder de afgevaardigden bleek geen enkele behoefte te bestaan aan het maken van een geheel eigen gezangenbundel voor onze kerken zoals men die in de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) nu heeft. Door diverse afgevaardigden werd erop aangedrongen om in samenwerking met andere reformatorische kerken m.n. met de Christelijke Gereformeerde kerken - tot een nieuwe gezangenbundel te komen, maar aan het eind van de bespreking moest door de vergadering worden geconcludeerd, dat dat totnogtoe helaas niet mogelijk is gebleken. Wel sprak de Landelijke Vergadering nadrukkelijk de bereidheid uit "om aan de totstandkoming van een dergelijke bundel mee te werken, wanneer zich mogelijk heden daartoe voordoen."
Maar dat betekent niet dat er in de komende jaren in onze kerken "op gezangengebied"
niets meer gebeurt, integendeel.
Een commissie gaat verder met het werk waartoe de Landelijke Vergadering van Wezep al opdracht gaf. Allereerst zal de selectie van Schriftuurlijke liederen uit het Liedboek, die nog niet helemaal klaar was, worden afgerond. Daarnaast gaat deze commissie werken aan de samenstelling van een aanvullende bundel, waarmee niet alleen de leemten in de Liedboekselectie worden opgevuld, maar waarin ook plaats is voor nieuwe, goede liederen die in de afgelopen jaren door diverse dichters binnen onze eigen kerken zijn gemaakt. Vanuit de vergadering werd de hoop uitgesproken, dat dit bescheiden begin in de toekomst zou kunnen uitgroeien tot een bundel waar ook andere reformatorische kerken gebruik van gaan maken.
Ook tijdens deze zitting werd door verschillende afgevaardigden benadrukt, dat de beslissing over wat er in de eredienst gezongen wordt bij de plaatselijke gemeente moeten blijven liggen, en dat de kerken elkaar in dit opzicht geen lasten moeten opleggen, noch met geboden ("dit of dat móet worden gezongen") noch met verboden ("daarbuiten mág niets anders gezongen worden"): "Laat toch vooral ruimte voor het goede experiment in de gemeente!!" (ds De Jong) en "Als er een broeder of zuster is die een mooi lied maakt, is er toch niemand die erover valt als dat in de gemeente wordt gezongen?" (ds Blokhuis).

Vrijgemaakte formulieren de beste
Diezelfde lijn - geen aantasting van de vrijheid van de plaatselijke gemeente werd 's middags doorgetrokken ten aanzien van de liturgische formulieren. Op tafel lag een uitvoerig, door de afgevaardigden zeer geprezen rapport van een door de vorige Landelijke Vergadering ingestelde commissie. Die commissie had de opdracht om advies uit te brengen over de vraag, welke van de beschikbare formulieren in hedendaags Nederlands voor gebruik in de eredienst de voorkeur verdienen. Daarbij had de commissiebestaande uit br. Lakerveld en de predikanten Bouma, Moggré en Plooy vooral gelet op het vermijden van een plechtig of verouderd taalgebruik, ingewikkelde en te lange zinnen etc., terwijl ook de Schriftuurlijkheid van de formulieren bekeken werd.
Na een grondige vergelijking van een groot aantal formulieren uit verschillende bronnen kwamen die van de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) als beste uit de bus, op enige afstand gevolgd door die van de Christelijke Gereformeerde kerken. Hoewel deze laatste op het punt van het taalgebruik een minder goed rapportcijfer kregen dan de Vrijgemaakte formulieren, adviseerde de commissie toch om voor de Chr. Geref. formulieren te kiezen, dit met het oog op het feit dat onze kerken op weg zijn naar grotere eenheid met deze kerken.
Daarnaast had de commissie zelf nog een viertal formulieren ontworpen, enerzijds om te laten zien dat met de modernisering in de eerdergenoemde formulieren niet het eindstadium is bereikt, anderzijds om de kerken op het gebied van de liturgische formulieren wat meer variatie te bieden.
Uiteindelijk volgde de vergadering de commissie niet in het uitspreken van een nadrukkelijke voorkeur voor de Chr. Geref. formulieren. De Landelijke Vergadering beperkte zich ertoe het commissierapport aan de kerken ter kennisname aan te bevelen en sprak uit "dat de Chr. Geref. en Vrijgemaakte formulieren aan de gestelde normen beantwoorden en zeer wel geschikt zijn voor gebruik in de kerken."
Zoals gezegd, ook op dit punt benadrukten diverse afgevaardigden dat de beslissing welke formulieren gebruikt worden (de Chr. Geref., de Vrijgemaakte, nog weer andere formulieren of afwisselend het ene of het andere) in de vrijheid van de plaatselijke kerken blijft.
Ook sprak de vergadering zich niet uit over de door enkele afgevaardigden vermeide praktijk in sommige van onze kerken om bij Doop en Avondmaal niet of niet altijd een formulier te lezen, maar een toepasselijk Schriftgedeelte.
Kort en goed: met bovengenoemde uitspraak over de liturgische formulieren heeft de Landelijke Vergadering, in navolging van de commissie, slechts dienstbaar heeft willen zijn aan de kerken en er in geen geval over willen heersen.

Meer aandacht voor het werk van de legerpredikanten
Tot slot van deze zitting kreeg ouderling Smit het woord, afgevaardigde voor de regio Den Haag en secretaris van de Commissie Geestelijke verzorging militairen.
Kolonel Smit - ouderling Meijer vertelde als oud-luchtmachtman de neiging te voelen voor hem in de houding te springen - lichtte het rapport van de commissie toe, waarin verslag werd gedaan van het werk van de commissie en van onze legerpredikanten. Dat waren er vijf, en ook na het vertrek van ds Goudswaard uit militaire dienst zijn dat er vijf gebleven, doordat ds Plantinga uit Zwartsluis legerpredikant is geworden.
Kolonel Smit drukte de afgevaardigden - en via hen de kerken - op het hart om toch vooral mee te leven met het vaak moeilijke werk van de legerpredikanten.
Met zorg heeft de commissie geconstateerd dat hun pastorale werk maar weinig in de kerken is geworteld en dat de kerken er weinig belangstelling voor tonen. Hij pleitte ervoor, zoals ook al in het rapport was gedaan, om legerpredikanten uit te nodigen op kerkeraden, gemeentevergaderingen of regionale vergaderingen om iets van hun werk te vertellen en beval hen nadrukkelijk in de voorbede van de gemeente aan.

Tenslotte
- werd besloten, dat onze kerken officieel lid zullen worden van het Contactorgaan voor de gereformeerde gezindte (COGG), waarin totnogtoe enkele Nederlands Gereformeerde predikanten à titre personel meewerkten.
- gaf ds Moggré de gezangencommissie de raad om niet alleen elk gezang op zichzelf te beoordelen, maar ook het geheel in het oog te houden, want "elke boom op zich kan een prachtboom zijn, maar als je het hele bos bekijkt, blijken ze allemaal naar één kant te staan."
- is de kans groot dat het in mijn vorige verslag genoemde lied 300 uit het Liedboek (Eens als de bazuinen klinken) in de uiteindelijke selectie alsnog een plaats zal krijgen.
- wees ds Van der Lingen het "stripboek" aan als één van de belangrijkste oorzaken waardoor "onze kerkmensen de lange zinnen uit de oude formulieren niet meer kunnen lezen".
- werd de penningmeester van de kerk van Breukelen gemachtigd om de kerken opnieuw om een bijdrage in de "kerkverbandelijke kosten" te vragen (nu van 11,- per ziel), vooral om te kunnen voldoen aan onze financiële verplichtingen tegenover de G.O.S.
- konden op deze zitting geen Chr. Geref. deputaten aanwezig zijn.
- hoopt de praeses op de eerstvolgende zitting, D.V. op 26 september, een begin te kunnen maken met de behandeling van de grootste kluif op het agendum van deze Landelijke Vergadering: het Akkoord van kerkelijk samenleven.
- werkte de Landelijke Vergadering op zijn vierde zittingsdag acht van de nog resterende 36 voorstellen en rapporten af, zodat er nog 28 ter afhandeling overblijven.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief