Wacht u voor den boozen hond
1981-06-19
Ja, dat las ik als kleine jongen soms, staande voor het trotse hek van een grote Friese boerderij: "Wacht u voor den boozen hond". Het moet een mannelijke hond geweest zijn, begreep ik later - maar dat deed me toen nog niets. Tóen wachtte ik mij wel en ter dege voor den boozen hond. Ik had niets op met boze honden, was er doodsbang voor. Was als heel klein jongske al eens door een speelse hond bewerkt en had daar diep ontzag van overgehouden.- Jaargang 25
- nummer 24
Van boze honden wist men daar in het hoge Noorden mee te praten. Ik herinner me een 'enkele keer de hazenjacht met 'lange honden te hebben gezien - ja, uit de verte natuurlijk; maar dat Friese land is zo wijd! Die jacht met "lange honden" is in de wet van 1924 afgeschaft; voordien was het een typisch Friese sport, meen ik. Twee van die "boze honden" jaagden een haas op, volgden het en - terwijl de ene naar de kop rende en de aandacht trok - nam de ander het haas in de rug, schudde het even en bracht het kikdood bij de baas.
De grotere jongens in ons dorp wisten precies en bij ervaring, waar de werkelijk boze honden huisden. Er waren er bij, die een man konden verscheuren, als je alle Fries geloofde, En, totdat ik zelf een aantal honden had bezeten en opgevoed, was ik er terdege voor op mijn hoede. Nog zal ik nooit ,een onbekende hond aanraken, die niet eerst mij beltast heeft.
Zoals hier vele Schotten bij uw binnenkomst meteen zeggen: don't touch the dog, kom niet aan de hond!
Maar komt een vreemde hond met zijn neus tegen mijn kuit (neemt de lucht van onze Happy op) dan is een goed woord voldoende inleiding om hem even in zijn nek te kriebelen. Hij zegt het wel, of hij er van gediend is 'of niet. En sommige huishonden - Schotten zijn dol op huisdieren - kennen me, of ik hun vriend ben. De oude blinde hond van de postkantoorhoudster bijvoorbeeld komt overeind als hij mijn stem hoort, om even tegen mijn knie te leunen en aangehaald te worden; dan gaat hij terug in zijn hoek.
U ziet, voor "den boozen hond" behoeven we ons niet zo erg te wachten.
Honden zijn van nature niet boos - dat zijn mènsen. De boosheid van (Ie dieren is tweedehands, is overgenomen van onze zondeval. En áls een huisdier werkelijk boosaardig is, ook dan valt er te praten.
Te praten, beter: te spreken. Want een hond is, als alle dieren, onder de indruk, wanneer een mens tegen hem spreekt. Per saldo is aan de mens de heerschappij over de dieren opgelegd. Is de mens zich dat eenmaal bewust - dan weet de hond dat drommels goed. De hond hoort aan uw stern of u bang voor hem bent, dan wel "boven" hem wenst te staan. Want er is een verbaal en een mentaal contact met een hond mogelijk, laten we zeggen: met en zonder woonden. Op dat punt doen honden weinig onder voor slangen, waar we onlangs over schreven - en ze zijn heel wat minder gevaarlijk,
Tenminste als regel. De uitzondering op deze regel heb ik maar één maal meegemaakt. De moeite van het vertellen waard. Het was dat ik na kantoor nog 'even een brief ging aanreiken aan een afgelegen wonend persoon, die om een tijding verlegen zat Geen bel aan de voordeur, geen bel aan de achterdeur. Dus klopte ik drie maal aan de achterdeur. Als reactie kwam ,er leen brullend en hees geschreeuw uit de openstaande schuurdeur, vertwijfeld gereutel, een klap en lawaai van slepend ijzer, Jawel, daar kwam een monster van -een hond aanspringen, met een lage zware ketting en een muuranker achter zich aan. Dat alles realiseerde ik me bliksemsnel, tijdens de seconde die er voor gegeven werd. Het was dus een echt gevaarlijke hond, die verankerd had gezeten en losgebroken was!
In de natuur is het: eten of gegeten wonden; in de politiek: hamer of aambeeld zijn. Ik was niet bereid het onderspit te delven, maar realiseerde me wel, dat mijn kansen nogal erg ongunstig stonden. U zult wel weten dat een kettinghond gevaarlijk kan worden, tot krankzinnig toe. (Later vernam ik, dat deze hond inderdaad levensgevaarlijk was: zijn ketting reikte namelijk net tot aan de achterdeur, zodat hij ongewenste gasten kon intimideren.)
Wat ik precies tegen hem gezegd heb, durf ik in een net blad niet te herhalen.
Helt kwam ongeveer hier op neer: "hé hé vader, ben je nou van de ratten gebeten? Je hebt de verkeerde voor, sufferd die je bent. Schiet op en blijf niet in mijn omgeving of ik bijt je doormidden!" Dat werd nogal snel en zéér uit de hoogte hem toegeblaft; wel met de bedoeling dat hij zijn poten en tanden zou thuis houden. En, al sprong hij happend twee maal tegen me op, hij beet niet en deinsde enkele seconden af. In die seconden ging de achterdeur openen een geschrokken vrouw riep: kom binnen, die hond is levensgevaarlijk-
Toen ook de baas erbij was en we met drie mensen in de woonkamer stonden bij te komen, werd ik nauwkeurig en serieus onderzocht: heeft hij u werkelijk niet gebeten? Zijn uw kleren niet beschadigd? Dat is een wonder, want die hond is een wurger! Hij springt naar de keel en houdt vast. Ik vroeg: waarom loopt dat monster hier dan rond? Antwoord: het muuranker was niet meer betrouwbaar en daarom vandaag opnieuw ingemetseld…. voorlopig was de hond er aan vastgemaakt, maar pas morgen zou het werkelijk betrouwbaar zijn. Niemand had vermoed dat hij het verse anker zou losrukken.
Kijk en als ik u nu vertelde dat ik volstrekt niet bang was geweest zou u dat misschien geloven ook. Niet doen hoor, ik was doodsbang. Maar er zat niet anders op: die hond had 'er niet mee te maken dat ik bang was.
Die moest overtroefd worden, Die moest het onderspit delven. En wie niet sterk is moet maar slim zijn.
Ik denk dat het bezweren van slangen hieraan parallel gaat. De slangenbezweerder weet dat hij "boven" het dier moet staan. Maar hij weet ook dat het dier, als het even kan, hem een loer draait. Gelukkig, dat verreweg de meeste honden erg goedaardig zijn, echte vrienden kunnen zijn.
Een jager vertelde me, dat als hij met de weekends naar het ouderlijk huis ging, de hond altijd aan de bushalte stond te wachten - nog een fikse tippel van het ouderlijk huis. Of die gestuurd werd of niet - hij wás er.
Maar toen mijn zegsman eens onverwacht naar huis kwam, stond de hond hem óók op te wachten! Die had zonder woorden geweten, wat zelfs 's mans moeder niet vermoedde: dat de jager naar huis zou komen.
Dat woordloze contact. Misschien vertelde ik u al eens (mensen boven. de vijftig willen wel eens iets dubbel vertellen) hoe onze Liesel aan haar eind kwam? Liesel was onze tekkel, ze was met haar dochter Babs aan het konijnjagen gegaan en kwam niet thuis. Wel Babs, die kwam gehoorzaam op ons fluitje aanlopen; maar Liesel kreeg er niet genoeg van. Het was laat op de avond en te middernacht hielden we op met fluiten, klappen en roepen: Liesel wist het deksels goed. We probeerden te gaan slapen.
Maar en kwartier later hoorden we een auto claxonneren en onmiddellijk daarna begon Babs te janken in de keuken.
We wisten op slag: het is mis met Liesel! Babs had het gevoeld in telepathisch contact en gaf de doodsjammer af, die honden kunnen doen. Meteen aangekleed en met de lamp naar buiten. Het was een heel eind weg, zo wat een kilometer - maar nachtelijke wandelaars stonden aan de Elspeterweg van Vierhouten, bij een tekkel: dood…
Tenslotte nog iets over die doodsjammer. U weet dat sommige honden gaan jammeren, wanneer 'er een dode in de buurt is - of komt? Honden voelen dat nauwkeurig aan. Het is geen blaffen, geen janken - maar dat zachte joelende gejammer, dat met omhoog geheven kop, achter uit de strot wordt aangeheven. Als u het kent weet u, dat een mens er koud van kan worden.
Een collega, die hard ziek geweest was en voor wiens leven weinig meer gegeven werd, vertelde me dat hij tijdens de crisis de hand van de buren had horen "joelen". Hij had gezegd: hoor daar eens, er is zeker een dode in de buurt. Zijn familie durfde er niet op in te gaan, maar dacht er het hare van. Toch, deze man genas en leefde nog jaren.
Anders was het met de hond, die in Nunspeet achter onze tuin in een parallel-laan woonde. De eerste maal dat we hem hoorden "joelen", was zijn oude baas gestorven. We begrepen het verband tussen dit sterven en de doodsjammer, en onthielden het.
Nog maar enkele jaren later herhaalde de hond zijn gejammer. Onze buurman was zeer ernstig ziek. Op dat ogenblik bekroop ons een bange vrees: zou hij ... ? Inderdaad, enkele uren later hadden we zekerheid. En om met driemaal scheepsrecht te eindigen: dezelfde hond, een Duitse herdershond, heeft nog een andere maal ons de doodstijding van een heel goede bekende uit de naaste omgeving overgebracht.