Ruimte zoeken voor geloof

2011-12-23
  • Jaargang 55
  • nummer 25
Een terugblik met Wim Rietkerk op de Jubileumdag van l’Abri (12 november) vult zich als vanzelf met herinneringen aan vier decennia werken in Eck en Wiel, een klein dorpje in de Betuwe. Een karakteristiek plekje, maar niet de enige locatie. Want vanaf 1984 heeft l’Abri ook een trefpunt aan Kromme Nieuwe gracht in het hart van studentenstad Utrecht.

Ontmoetingen, geloofsgesprekken, lezingen, discussies, diensten, maaltijden, het praktische onderhoud aan huis en boomgaard. Dat was l’Abri en Wim en zijn vrouw Greta zijn er met hart en ziel mee verbonden. Wim combineerde het bij tijden met de taak van gemeentepredikant en was in de laatste jaren zelfs gemeenteraadslid in Utrecht. Maar altijd was er ook l’Abri.

Tweepolig
Wim en Greta voelden zich al ver voor 1971 aangetrokken tot het werk van Francis Schaeffer in het Zwitserse l’Abri. Rietkerk: ‘De ambiance natuurlijk met zijn gastvrijheid op dat prachtige plekje in Zwitserland. En tegelijk diepgaande gesprekken over de betekenis van het christelijk geloof.
En het hing ook zeker samen met de persoon van Francis Schaeffer. Hij had eigenlijk twee kanten. Schaeffer was aan de ene kant een echte apologeet, die opkwam voor de waarheid van het evangelie. En dat vanuit de overtuiging dat het evangelie werkelijk iets te zeggen heeft over alle facetten van het leven. De Bijbelse boodschap sluit aan bij de werkelijkheid, zoals een handschoen op de hand, zoiets. En daarop liet Schaeffer zich graag bevragen – eerlijke vragen, eerlijke antwoorden, dat was zijn parool.
Hij probeerde altijd weer in de huid van de ander te kruipen om zo van binnenuit te laten zien wat de sterke en zwakke punten waren. Daar ging hij voor en je zou dat heel goed kunnen verbinden met een boek als The God who is there. Dat was de kant van analyse, doorvragen, discussie.
Maar dat ging bij hem samen met een hele sterke geloofservaring, met gebed en leiding door de Geest. Dat is een kant, die je heel mooi terugvindt in een boek als True Spirituality.
Schaeffer zocht heel bewust de verbinding van die twee en probeerde dat vruchtbaar te maken voor zichzelf en voor
anderen.’

Diskjockey
Schaeffer startte zijn werk in de vijftiger jaren in Zwitserland. Daar leerden Wim en Gretha het l’Abri werk van binnenuit kennen en zo sloeg het over naar Nederland. Eén van de meest markante mannen van het eerste uur was prof. Hans Rookmaaker, een kunsthistoricus aan de VU. Wim over die begintijd: ‘Rookmaker organiseerde de lezingen en hij had een prachtig netwerk van boeiende en onverwachte sprekers. We hebben zelfs de popzanger Cliff Richard wel eens langs gehad in Eck en Wiel. Maar geregeld nam hij ook zelf het voortouw.
Het was elke keer weer bijzonder om Rookmaaker bezig te zien in discussie met soms hele excentrieke kunstenaars, die waren komen aanwaaien.
Met Rookmaaker in zijn driedelig pak! Maar hij kon ongelofelijk goed op hun vragen inspelen.
Hij voelde de wereld van de moderne kunst aan – geen vraag was hem te gek! Misschien speelde ook mee dat Rookmaaker zelf (in de oorlogstijd) tot geloof was gekomen. Hij zei daarover wel eens: voor die tijd keek ik naar de wereld als door matglas. Dat gevoel kende hij dus van binnenuit.
Dat maakte hem ook zo geschikt voor het l‘Abri-werk. Rookmaaker bracht in zekere zin de wereld in de kerk.
Soms was hij gewoon de diskjockey en liet ons alle kanten van de popmuziek horen.’

Hectisch
De kunst hoorde er dus helemaal bij – al was dat minder vanzelfsprekend in het kerkelijke klimaat van de gereformeerden uit de jaren zestig en zeventig.
Maar die breedte is tot op vandaag een karakteristieke trek in het l’Abri-werk gebleven.
Rietkerk: ‘Over welke thema’s het ook ging, de beginjaren waren heel hectisch, als ik er aan terugdenk. Heel veel discussie ook, zo open als het maar kon. Echt de basic questions en basic answers. Tegen het eind van de zeventiger jaren verschoof dat. En ik herinner me nog, dat ik me dat begin jaren tachtig ineens realiseerde: dat ik een hele tijd van die gesprekken over waarheid en vooronderstellingen en grondmotieven, met een keur aan argumenten over en weer, niet gevoerd had. Ik zag in de beginjaren ‘80 de thema’s, die op l’Abri aan de orde kwamen, verschuiven naar de zachte kant van het geloof. Daar kondigde zich een nieuwe tijd aan, die wel getypeerd is als het ik-tijdperk.’

Psychologischer
Wim noemt ook het gemis van christelijke psychische en maatschappelijke hulpverlening in die eerste jaren: ‘Dat zat er wel aan te komen, maar het was toch zo dun gezaaid, dat we op l’Abri soms wel eens met de handen in het haar zaten, wanneer er gasten met overduidelijk psychische problemen kwamen. Soms hadden we dat ook gewoon niet door.’ Het stimuleerde Rietkerk zelf om zich in die jaren te verdiepen in de psychischpastorale problematiek. Een boekje als Ik wou dat ik kòn geloven is daarvan een vrucht. ‘Het is eigenlijk wel boeiend om te zien dat we na 1980 veel meer op die niet-apologetische kant van Schaeffer terecht kwamen.
Het ging over leven door de Geest, de relatie met jezelf, met veel meer aandacht voor verlangens en gevoelens, twijfel. Je kon mensen horen zeggen: het geloof “doet” me niks meer. Ik ben zelf ook door die gesprekken verrijkt.
Want dat wat bij anderen speelde, zat natuurlijk ook bij mij.’

Internationaal
Karakteristiek voor de jaren ’80 was ook de internationale groei van het l’Abri-werk (naar zeven locaties wereldwijd).
Toch liep het in de jaren negentig niet als vanzelf door. Er kwamen internationaal spanningen, na het overlijden van Schaeffer, met verschillen in visie en standpunten, wat onzekerheid gaf. Heel concreet betekende dat ook dat er internationaal gesprekken werden gevoerd over thema’s als bijvoorbeeld het gezag van de bijbel, voorzienigheid, en de manvrouw verhouding. Rietkerk: ‘Ik ervaar het als een zegen dat we daar goed doorheen gekomen zijn en in een gezamenlijk opgesteld document een nieuwe stabiliteit vonden. Toch iets van: hier staan we voor.’ (zie:
www.labri.org/statements.html)

Nieuwe generatie
In Nederland kwam er in de loop van de jaren negentig een nieuwe generatie aan het roer, met mensen als Beryl Gibbins, Henk en Riana Reitsema en Robb en Christa Ludwick. Wim: ‘Echt een nieuwe generatie, zo hebben we dat ook ervaren’. Het is stabieler dan in de eerste onconventionele jaren met niks geen traditie. Maar met de nieuwe mensen hebben we heel bekwame werkers gekregen. Dat vind ik echt fantastisch. Accenten zijn ook verschoven. De film is een grotere rol gaan spelen en internet was natuurlijk nog helemaal niet in beeld toen wij in 1971 met het l’Abri-werk begonnen.’ Wim Rietkerk blaast zijn partij in het l’Abri-werk nog steeds mee in lezingen en preken. Maar de persoonlijke gesprekken met de gasten laat hij grotendeels aan anderen over en ook in het internationale bestuur is hij geen voorzitter meer, alleen nog lid van het dagelijks bestuur.

Gastvrijheid
Bij alle verandering bleven de grondpatronen herkenbaar. De drie ‘G’s zijn al die jaren de peilers van het werk geweest: gastvrijheid, gebed en gesprek.
Wim: ‘l’Abri heeft toch altijd iets gehad van een healing community.
Het persoonlijke, unieke van een mens – een mens wil gezien en aanvaard worden. Dat was voor Schaeffer ook belangrijk. Hij werd kribbig op zichzelf als hij de naam van iemand kwijt was. De persoonlijke gesprekken zijn altijd heel belangrijk geweest.
Verder zijn vanaf het begin de maaltijden prachtige momenten geweest, met veel ontmoeting en gesprek. Dat zie je natuurlijk ook breder, zoals in de Alpha-cursus. Daar werken ze ook heel bewust in een sfeer van gastvrijheid,
gedacht vanuit een christelijke gemeenschap.’

Dopelingen
Een boeiende vraag is natuurlijk wie er bereikt zijn (en worden) met het werk van l’Abri. Rietkerk: ‘Het effect op de echte buitenstaander is nooit heel groot geweest. En dat is in de loop van de tijd eerder minder dan meer geworden’. Wim vertelt over de eerste dienst in september 1971, direct na de zaterdag, waarop l’Abri werd geopend door Francis Schaeffer.
In die dienst werd iemand gedoopt, die van Engels-Joodse huize was en in de maanden voorafgaande aan de officiële opening tot geloof was gekomen.
‘In de eerste jaren gebeurde dat vaker, maar ook toen waren degenen die l’Abri bezochten voor het merendeel mensen, die kerkelijk opgegroeid waren. Al was het wel heel vaak zo, dat deze mensen vol met vragen, twijfels en ongeloof zaten. Dat leverde veel gesprek op en zo hebben we binnen de gemeenschap van l’Abri veel van die bezoekers zien opbloeien.
Mensen, die meer houvast hebben gevonden.
Volgens mij neemt 99% wel iets mee uit l’Abri.’

Kloof
Wim Rietkerk heeft de indruk dat de kloof tussen kerk en wereld in die vier decennia groter is geworden. ‘Je moet bedenken dat er wel 50.000 studenten in Utrecht zitten, maar toch bereiken we er via l’Abri maar enkelen. Onze steden zijn bevolkt met agnosten, die volstrekt geen idee hebben wat het christelijk geloof inhoudt. Maar het interesseert de meesten ook niet en ze hebben met zo’n leven vrede gesloten.
We hebben ook niet de gave en de wegen ter beschikking om hen te bereiken.
Het gebeurt wel eens, bijvoorbeeld via internet als iemand in de weer is met basisvragen van het leven.
Maar dat zijn uitzonderingen’.

Kerken toerusten
Wim Rietkerk ziet ook een beweging van l’Abri richting de kerken. ‘De medewerkers zijn nu lid van kerken in de buurt (Houten, Veenendaal, Wageningen), terwijl er vroeger een zelfstandig gemeente was in Eck en Wiel.
Ook worden de medewerkers van l’Abri veel vaker dan vroeger uitgenodigd om iets te vertellen over de l‘Abri-aanpak. Daarin kunnen we dus gemeenten toerusten. Soms houden we ergens een filmavond, met gesprek na. Dat kan zelfs in een flinke huiskamer, waarvoor je mensen uit de buurt kunt uitnodigen. Zo zie je het werk in nieuwe vormen doorgaan en dat bemoedigt ook om door te gaan. Want God houdt van de mensen die rondom ons wonen. Hij geeft niet op!’

Drs. Wim Rietkerk is emeritus-predikant van de NGK Utrecht en sinds 1971 betrokken bij l’Abri Nederland.
(zie verder: www.labri.nl) Drs. Freddy Gerkema is predikant van de NGK Amersfoort-Noord en lid van de redactie van Opbouw.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief