De kerk is ruimer dan een Gideonsbende

2011-12-23
  • Jaargang 55
  • nummer 25
Met de oude professor Kamphuis heb ik de laatste jaren een goed contact gehad. Op de een of andere manier lagen we elkaar. Ik heb in die contacten een kant aan hem ontdekt die ik niet kende en die ook in onze Nederlands Gereformeerde kerken weinig bekend was. Ik ontmoette in hem een warm en ootmoedig christen. En ook ontdekte ik bij hem, wat mij ook wel bij mijn leermeester professor Herman Schilder was opgevallen: dat zij een buitengewoon grote honger naar oecumenische contacten hadden.
Maar beiden misten het vermogen om daaraan binnen hun eigen kerk met mensen die anders dachten invulling te geven. Pas met medechristenen buiten hun eigen kring, voor wier afwijkende opvattingen zij geen kerkelijke verantwoordelijkheid hoefden te nemen, lukte dat. Zo ben ik er zeker van dat de goede relatie die tussen ons was ontstaan, er niet zou zijn gekomen wanneer ik (met mijn opvattingen) vrijgemaakt was gebleven.

Gideonsbende
Hoe is dit eigenaardige te verklaren?
Misschien omdat de leidinggevenden van destijds de vrijgemaakte kerken als een Gideonsbende verstonden. Bij het vormen van een Gideonsbende is het geoorloofd – zoals we aan Gideon zelf kunnen zien – om mensen om flut-redenen heen te zenden. Het is dan voldoende je af te vragen of iemand voor het doel dat je je gesteld hebt (doorgaande reformatie bijvoorbeeld) geschikt is of niet. Kleine afwijkende nuances kunnen daarbij beslissend zijn. Wat Gideon betreft, je krijgt het in (de grondtekst van) Richteren 7 niet eens goed vóór je wat nu het verschil was tussen degenen die slurpten als een hond en degenen die slurpten met de hand aan de mond. En als dan even later gezegd wordt dat ‘de drie honderd mannen die geslurpt hadden’ mochten blijven, dan vraag je je af of dat nu de slurpers van deze of gene soort waren. Immers, de slurpers met de hand aan de mond gingen op hun knieën om te drinken en moesten weg, maar van de blijvers wordt ook gezegd dat ze met de hand aan de mond dronken. Ra ra. Het verschil moet de verteller zelf niet al te duidelijk zijn geweest. Maar gelukkig zei Gideon van zijn bende niet: dit is nu Israël, dit is nu de kerk. Hij vormde zijn bende ten behoeve van heel Israël, ten behoeve van de breedte van de kerk, maar dat is iets anders.

Ruimte
Dat laat de ruimte van de kerk onverlet.
En dat verplicht je om ook binnen je eigen kerk met mensen van een wat andere gedachte omgang te hebben en te houden. Dat lukte Jaap Kamphuis en Herman Schilder dus niet. Naar buiten toe lukte het hun wel. Ik denk wat Schilder betreft aan zijn rol bij het tot stand komen van de nieuwe psalmberijming. Ik weet bij ervaring (omdat ik hem af en toe als waarnemer verving) hoe groot de waardering van mensen als Jan Wit, Willem Barnard en Ad den Besten voor Schilder was en hoe ze zijn bijdrage op prijs stelden. En wat Kamphuis betreft denk ik bijvoorbeeld aan zijn zeer hoogstaand persdebat met de remonstrantse theoloog-filosoof professor H. J. Heering (en misschien dat mijn relatie met hem daar ook onder valt).
Zij beiden haalden hun hart op aan zulke oecumenische contacten. Maar daarmee bleek wel de onhoudbaarheid van de opvatting dat de kerk een Gideonsbende is. De kerk was toch ruimer. Hadden ze dat destijds ingezien, dan hadden ze hun ietwat anders geaarde broeders en zusters niet behoeven weg te sturen.

Henk de Jong is emerituspredikant van de NGK Zeist.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief