Gereformeerd of evangelisch
2011-12-23
Vroeger waren we als kerk(en) nogal in de weer met de verschillen tussen christenen en kerken. Vandaag zijn we veel meer gericht op wat we gemeenschappelijk hebben en wat ons samenbindt. Dat is een ontwikkeling die door bijna iedereen als positief ervaren wordt. Tegelijk is het natuurlijk niet opeens allemaal één pot nat geworden; er zijn en er blijven verschillen.- Jaargang 55
- nummer 25
Maar dan wordt de vraag belangrijk: welke daarvan doen echt ter zake, en welke doen dat niet? Misschien is het nu de tijd om te proberen die balans op te maken, zonder al te grote vertekeningen, naar de ene of de andere kant.
Recent is over dit onderwerp een boekje verschenen van J. Hoek en W. Ouweneel, getiteld: Gereformeerden en Evangelischen. In De Waarheidsvriend van 10 november besteedt dr. A. de Reuver aandacht aan dit boekje.
Ik neem een paar passages over uit zijn artikel:
Voor wie een beetje thuis is in kerkelijk Jeruzalem en beide theologen enigszins kent, levert de discussie weinig verrassingen op. De standpunten worden nog eens verhelderd, nu eens geprofileerd, dan weer genuanceerd, maar nergens gewijzigd. Verbazen kan dit laatste niet. De auteurs gaan weliswaar met elkaar in gesprek, maar claimen hun eigen bijbelse gelijk en kunnen elkaar niet overtuigen. Je krijgt trouwens de indruk dat ze dit laatste ook nauwelijks beogen. Ze willen praten en niet polariseren. Dat is natuurlijk nobel, maar wel vrijblijvend. Het is de vraag of de zaak daarvoor niet te urgent is.
Ik bedoel: staat er iets op het spel, of is het alleen maar een spel? () Volgens mij is er wel degelijk iets in het geding, en wel het Schriftverstaan. In het verloop van het debat treedt dit bij herhaling aan de dag.
Nu kan ik onvoldoende peilen hoe representatief dr. Ouweneel is voor ‘de’ evangelischen. De variëteit is in dat kamp al net zo verwarrend als onder gereformeerden. Maar in bedoeld boekje fungeert hij nu eenmaal als evangelisch boegbeeld. Hij zal het wel kunnen billijken dat ik als reformatorisch christen in een hervormd-gereformeerd weekblad - in aansluiting bij de kundige en kernachtige repliek van dr.Hoek - kritisch reageer op zijn evangelisch pleidooi.
In de hoop hem geen onrecht te doen, meen ik bij hem voortdurend de tendens te bespeuren om de voortgang van Gods openbaring - zowel heilshistorisch als heilsordelijk - op te vatten als een vooruitgang, waarbij het voorgaande aan waarde en gewicht verliest. Laat ik de voornaamste punten waarop ik het oog heb noemen. Het Nieuwe Testament krijgt de voorrang boven het Oude Testament, de opstanding boven het kruis, de heiliging en Geestvervulling boven de rechtvaardiging, het nieuwtestamentische lied boven de psalmen, de lofprijzing boven de klacht. Tegen deze rangordelijke denktrant is veel in te brengen. En dat niet vanuit een verengd gereformeerde optiek, maar vanuit het Nieuwe Testament zelf.
Nadat De Reuver elk van deze onderwerpen besproken heeft, besluit hij:
Nog één ding moet me van het hart. Het raakt het hart van de geloofsbeleving. Ik geloof en ervaar dat het nieuwtestamentische christenleven niet minder aangevochten is dan dat van de psalmisten en profeten. Er loopt een kras door ons geredde leven. Pronken is er niet bij. Het kruis staat erin opgericht, en er ligt een kruis over de schouders.
Geen liedjes, al zijn ze nog zo jolig, maken dat ongedaan.
We moeten dan ook het pinksterleven niet zo uitbundig opwaarderen boven dat smadelijk aangeduide armezondaarsleven naar oudtestamentische snit. Ook na Pinksteren blijft de kerk de paradox niet bespaard. De Geest gaat net als weleer Zijn ongekende gang, vol donkere majesteit. Petrus komt vrij, maar Jakobus wordt onthoofd. Wonderen van genezing en bevrijding vinden plaats, maar Johannes wordt opgepakt en opgesloten.
De heerlijkheid is voorhanden, maar vooral ophanden, toekomstmuziek waarvan we het preludium horen. We zingen ervan in een vreugde die even groot is als het verlangen. We zingen maar zien het nog niet. In hope. Van horen zeggen.
De rechtvaardige leeft door het geloof.
Hij gaat geen kromme wegen, maar wel gekromd en kreupel. Wie in Christus’ navolging is aangeworven, loopt even mank als de geredde (!) Jakob, en draagt een doorn in het vlees, zoals de gerechtvaardigde Paulus. Daarom zuchten we zo hartgrondig. En daarom zingen we zo opgetogen. Want het kruis is soms zwaar, maar de glorie wacht en wenkt.
Dan pas - en eerder niet - zal de laatste traan van onze ogen worden weggewist.
Daar pas zijn we volbloed evangelisch, of wat hetzelfde is: voltooid gereformeerd.
Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.