van de zending

1980-07-04
  • Jaargang 24
  • nummer 27
Ds Kurpershoek / Zuid-Afrika We nemen het volgende bericht uit de Kerkbode van Noord- en Zuid-Holland over:

Bijbel-fonds Zuid-Afrika - Destijds is al meerdere malen de vraag gesteld, of Ds Kurpershoek in het zendingswerk niet een speciaal object heeft waarvoor speciale giften gegeven kunnen worden.
Nu, de zendelingen in het Nqutudistrict in Zuid-Afrika, Ds Kurpershoek en Ds Keesenberg, willen, als zij daartoe de gelegenheid krijgen, godsdienstlessen geven aan leerlingen van de middelbare scholen.
Om met deze Godsdienstlessen zinvol bezig te zijn, willen de zendelingen de leerlingen van deze middelbare scholen kosteloos een Bijbel ter beschikking stellen.
Nu heeft Ds Kurpershoek de speciale , gift (groot f 500,-), die hij van de kerk van Hoorn ontving, bestemd voor het Bijbel-fonds.
Tevens heeft Ds Kurpershoek een verzoek aan de kerkeraad gedaan om via de N.G.-kerkbode dit fonds aan de nodige middelen te helpen. Hieraan wil de kerkeraad gaarne voldoen.
In zijn laatste rapport geeft Ds Kurpershoek in verband hiermede enkele cijfers. Als ideaal houdt hij voor ogen een totaal van 1200 Bijbels à R. 2 per stuk. Dit vergt een bedrog van R. 2.400 of welf5.760,-, waarvan de gift van de kerk van Hoorn een eerste aanzet is. Nog te voorzien plm. f 5.000,-.
Die brs. en zrs., kerken of wie dan ook die hieraan willen bijdragen kunnen hun speciale giften voor dit Bijbelfonds bestemmen. Zij kunnen deze giften storten op het gironummer van de penningmeester voor de zending, t.w. J. v. Voornveld, Laurens Reaellaan 53, 2024 BD Haarlem, gironummer 551039 t.n.v. Geref. (vrijgem.) Zendingseemmissie Haarlem.
Met vermelding Bijbel-fonds-A.

Zendings-thuisfront dr Greet Rietkerk
We ontvingen een verslag van het Zendings-thuisfront Holland, gedateerd mei 1980. Omdat we vanwege de ruimte het hele stuk moeilijk kunnen opnemen, de volgende gedeelten: Sinds 23 november vorig jaar, toen we de vorige brief zonden, is er veel werk gedaan en zijn er goede vorderingen gemaakt waarvan wij U graag op de hoogte houden.
a. We ontvingen van Greet Rietkerk, de arts, en van Oorrie van Galen, de verpleegster, diverse brieven en rapporten over het werk en hoe druk ze het hebben.
b. Ook ontvingen wij van een Amerikaan, Mr. J. Schouten uit Portland, Oregon, een verslag van enkele dagen die hij doorbracht op de Zendingspost in Muruu, Kenya.
c. Wij kwamen in contact met een verpleegster, mej. Teus de Ruiter uit 's-Gravenzande, die belangstelling had om uitgezonden te worden naar Kenya. Zij is gediplomeerd verpleegster en vroedvrouwen heeft 6 jaar in Tanzania, Afrika gewerkt. Dit alles paste zo wondermooi in de plannen van het werk dat wij na een eerste gesprek direct aan de kerken in Amerika hebben geadviseerd om haar te benoemen. In februari is zij daarvoor in Amerika geweest ter kennismaking bij de beide Amerikaanse kerkengroepen en ze is daar door de Zendings-Comité's met algemene stemmen benoemd als vroedvrouw in het medisch team. Vanaf 1 mei 1980 is zij in dienst en zij hoopt begin juni te vertrekken.
Uit Kenya is al heel blij gereageerd hierop want het werk groeit daar snel.
In januari is het medische werk gestart.
In GAI, Noord Kitui, in een door de bevolking gebouwde hut van klei en stokken. Er zijn 3 melisjes en 2 jongens als personeel voor opleiding in dienst genomen en 1 nachtwaker om alles te bewaken. Er is ook al contact met 4 andere meisjes, die een speciale opdraoht krijgen op school.

De heer Schouten schrijft hierover: 'Die dag (dat hij op bezoek kwam) hadden de dokter en verpleegster 120 nummers uitgegeven, sommigen voor gezinnen met 2-5 patiënten; Greet, kalm en vriendelijk, toonde geen spoor van haast. Zittend aan een klein tafeltje vol met papieren, scherp luisterend naar wat de patiënten te zeggen hadden, de stethoscoop gebruikend, kijkend in oren en ogen, liet ze Corrie injecties geven en delegeerde eenvoudiger werk aan de andere werkers. Als ze een baby van dichtbij wil bekijken moet ze de papieren van de tafel vegen, legt dan het kind voor zich en neemt er alle tijd voor. Maar denk niet dat er ook maar een minuut wordt. verspild. Hier is een efficiënte 'vakvrouw' aan het werk. Als er iemand die niet ziek is zich laat zien heeft ze geen tijd voor argumenten maar drukt wat vitaminepillen in de hand (die kan iedereen gebruiken) en laat hem of haar gaan met een vriendelijk schouderklopje, binnen de halve minuut. Rondom de 'klei-kliniek' zagen we groepen van mensen in kleurige kleding wachtend onder de takken van de Acacia-boom, het typische beeld van het landschap in Kenya.'

Greet zelf zegt hierover:

'Ja, het gebouw is hard nodig. We barsten uit onze modderhut. Je kunt je niet draaien of keren als we allemaal aan het werk zijn. Mensen liggen onder een boom met een infuus in. Wat kunnen we ze anders bieden?
En niemand moppert want ze zijn dankbaar dat we ze kunnen helpen.
Op mijn veranda hebben wij vaak logees. Vooral als er kinderen komen die uitgedroogd zijn en waarvan wij weten dat ze met een of twee dagen behandeling weer beter zijn, laten we ze rustig daar kamperen. Het geeft niet veel rust, maar wel veel voldoening, want het is prachtig te zien hoe die kinderen, waarmee ze in wanhoop aankwamen, dan weer beter worden.
De meesten zouden het dichst-bijzijnde ziekenhuis op 4 uur autorijden afstand niet halen. Hoe hard het nodig is blijkt uit de aantallen bezoekers in het eerste kwartaal: Gemiddeld kwamen er per dag in januari 652; in februari 1468; in maart 1546 patiënten.
Bovendien werden er 12 babies geboren en 2 stierven bij de geboorte.
Het soort problemen waarmee de mensen komen is o.a.: kinkhoest, malaria, t.b.c., gele koorts, polio, 'uitgedroogde' babies en de kraam-vrouwen.

Het gebouw. Corrie schreef erover in maart jl.: 'Er wordt hard gewerkt aan de kliniek. Het moeilijke beginwerk werd gedaan door een Amerikaanse aannemer. Hij heeft de fundamenten zo gelegd dat het de zware regens zal kunnen doorstaan. Hij gaat in april weer naar huis en vorige week is een opvolger gearriveerd om het gebouw verder af te maken. Ik ben er zeker van dat die mannen hard zullen werken om zo gauw mogelijk alles klaar te krijgen. Het is geweldig het zo te zien groeien.' Het gebouw bereikte 'Op4 april 1980 het hoogste punt, de eerste dakspant stond erop. Dus er rit wel schot in.
Binnen enkele weken hopen ze een deel ervan in gebruik te kunnen nemen.
Van foto's kunnen we zien, dat het echt gewapend-betonnen vloeren zijn en hardhouten ramen, ruim opgezet.
Het totaal-oppervlak is plm. 400 m2 en een kelder van plm 80 012.
Langs het gebouw lopen veranda's, 'Open en gesloten met kamers en ruimten om de patiënten te behandelen of te helpen en een kantoor en bergruimte voor medicijnen. Met plm. 30 ongeschoolde werkers, die ze niet kunnen verstaan, is zo'n gebouw zetten geen kleinigheid!

Zending. Corrie van Galen is na éen korte opleiding nu ook ‘gediplomeerd verpleegster' in Kenya en dat is fijn, want nu kunnen de plannen om naar de dorpen te gaan, doorgang vinden.
Er wonen daar naar schatting 70.000 mensen in een omgeving van 100 bij 70 km, met GAI als centrum en we zijn dankbaar dat we, die werk steunend, iets kunnen betekenen voor al die mensen, die zonder enige hulp waren. Maar bovenal, dat ze gaan leren waarom dit werk wordt gedaan.
'Dagelijks mogen wij de mensen vertellen van God's liefde en het is fijn zoveel positieve reacties te horen. Wij hopen en bidden dat de Here dit werk zal zegenen en hierdoor velen tot geloof komen. Ze staan ervoor open. Het is nieuw voor ze en ze luisteren graag. Anders dan in Eritrea of in Pakistan, daar wisten ze het al.'

Greet schrijft: 'Dit werk komt het gehele zendingswerk hier ten goede.
Er werken nu 2 echtparen en een onderwijzeres, maar er komen nog 3 jonge gezinnen bij als zendeling.
Er zijn zoveel mogelijkheden en het gebied ligt zo open ervoor. Dus moeten we nu 'Onze kansen aangrijpen.
De Amerikaanse kerken doen hierin ook wat ze kunnen.'

Er zijn naast mooie dingen ook wel zorgen als iemand christen wordt.
De heer Schouten schrijft: 'Een echt probleem is als er een meisje christen wordt. Haar veder is de eigenaar van zijn dochter. De gemiddelde waarde van een meisje is 6 koeien, 30 geiten en plm. 2000 shillings, te betalen door de man die haar wil trouwen. Een meisje wier vader geen christen is, is erg bang om gegeven te worden aan een man, die ook geen christen is, soms erg oud, antichristelijk en reeds getrouwd soms met een aantal vrouwen. (Bij het nieuwe gebouw werkt een man die 10 vrouwen heeft!). Zij heeft geen keus.' Een ander probleem is de jongelui, zonder werk, die naar de stad trekken om werk, maar daar in aanraking komen met de wereld vol verleiding en zonden. Die mak heeft de aandacht van de zendelingen, die doen wat ze kunnen om de jongelui eerst te bereiken met het Evangelie voor ze naar de stad gaan. De onderwijzeres is daar volop mee bezig, spreekt de taal vloeiend en bereikt honderden jonge mensen op weekends die ze daarvoor organiseert en die goed bezocht worden.
De heer Schouten eindigt zijn verslag met: 'Corrie en Greet werken daar nu een aantal maanden onder de meest primitieve omstandigheden.
Het ligt in hun aard dit werk te doen in gehoorzaamheid aan de Heer, zonder één klacht. Ze hebben al de liefde en het respect van de andere zendingswerkers verdiend, maar ook van de honderden inwoners, aan wie ze hun Christen-liefde in woord en daad laten zien. Ik zou graag willen dat op zulke zendingsposten naast iedere zendeling een dokter met ambulance was en waar mogelijk ook een diaken met een kruiwagen met kunstmest!

Namens onze Stichting is voor alle werk een bedrag van f 85.000,- als streefbedrag vastgesteld. Dat wil zeggen, dat dit het 'gewone' bedrag is, dus BUITEN de kosten van het bouwen van de kliniek, waarvoor ons een bedrag is gegeven en dat we daarvoor apart hebben gehouden.
Mogen we op u rekenen om samen dit bedrag van f 85.000,- bij elkaar te brengen? Op dit moment zijn we inclusief het begin-saldo nog niet op de helft, U begrijpt wel dat de grootste posten zijn de salarissen van het medisch team.
We hebben gezien dat er steeds weer nieuwe mensen voor dit mooie doel hun bijdragen geven en dat is heel fijn. Wilt u er ook missooien eens met anderen over praten? Of willen Zendingscommissies of Kerkeraden misschien dit doel ook steunen?
Als u dat laat weten zullen we elke met het doel genoemde gift speciaal aan Kenya doorgeven. Zij kunnen dan zelf bestellen.
Voor clubs of verenigingen hebben we ook dia's beschikbaar en op verzoek willen wij u komen vertellen hoe er gewerkt wordt en hoe mooi het werk is ...
Wij willen u ook vooral vragen om met ons te bidden voor het werk en de werkers. Wij hebben al vaak mogen ervaren dat God ons werk gezegend heeft en we mogen blijven vertrouwen dat Hij ons steeds weer geeft wat we nodig hebben.
Onze rechtgemeende dank voor uw belangstelling. U weet het nog wel: Onze bankrekening is: AMRO bank, Den Haag, rek. no. 4302.35.038. Postrekening no. 3186.402. Beide rekeningen staan op naam van Stichting Zendings- Thuisfront Holland, Gladiolenstraat 56, 2161 KP Lisse.

Naschrift P.J.v.K. Wie geregeld (de volledige) informatie ontvangen wil vermelden we het adres: Secretariaat P. J. Clement-Bos, Kyftesbeltlaan 2, Hoevelaken, tel. 03495-4396.

De B.M.Z.G. - Het Bijbel en Medische Zendingsgenootschap (sekretariaat: Schermerslaan 44, 3705 GN Zeist) stuurde ons al enige tijd geleden het volgende schrijven: Medische zending op evangelische basis (de aanvaarding van de Bijhel als het Woord van God) is de doelstelling van de BMZG, de Stichting Bijbelse en Medische Zendingsgemeenschap in Nederland. Officieel sinds 1971 vormt deze interkerkelijke organisatie in ons land een ondersteuning van de activiteiten van jonge mensen die worden uitgezonden naar voor zendelingen vaak moeilijk toegankelijk gebieden, om daar via medisch en maatschappelijk werk maar ook via ontwikkelingshulp het Woord van God te verbreiden.
Het stichtingsbestuur bestaat uit vertegenwoordigers van diverse reformatorische en evangelische gemeenten in ons land.
De BMZG fungeert op het ogenblik als thuisbasis voor zo'n vijf echtparen en een jonge vrouw die alleen is vertrokken. Deze jongeren werft men via jeugdorganisaties van kerken e.d. voor het werk van de BMZG dat zou kunnen worden aangeduid als een combinatie van ontwikkelingshulp en zendingswerk. De jongeren bouwen zelf een thuisfront op dat hen de financiële middelen geeft om in het verre buitenland te werken, meestal in familie-, vrienden- en kerkelijke kring. De landelijke organisatie wil als een algemeen fonds bijspringen als het gaat om algemene kosten. Ook het samenbindend - en voorlichtingswerk wordt door de Stichting gedaan, in nauwe samenwerking met de Bible and Medical Missionary Fellowship (BMMF International) in Engeland.
Nog veel jonge mensen kunnen worden uitgezonden, Dat is ook de reden dat de BMZG haar werk eens in de publiciteit brengt. Er zijn zeker nog 200 vacatures. Voor het werk komen niet alleen voor zending of evangelisatie opgeleide mensen in aanmerking, ook praktisch geschoolden wacht veel werk in de ontwikkelingslanden.
Verpleegsters artsen en onderwijzers, maar ook ingenieurs en mensen met technische en administratieve beroepen kunnen via de BMW worden uitgezonden. "AIs het maar mensen zijn, die bereid zijn zich in de situatie van de ander in te leven en zich vanuit eenevange1îsche bewogenheid voor de naaste in te zetten", aldus ds W. J. Bouw, voorzitter van het stichtingsbestuur. Allen die worden uitgestuurd, worden meestal in Engeland, op bun arbeid voorbereid. Het is een moeilijke taak die de uitgestuurden wacht in Azië.
De BMZG heeft haar werkterrein vooral in de Midden-Aziatische landen.
Al verschillende jaren verblijft het echtpaar Ed en Annie Kramer in Nepal, maar in India, Pakistan, Bangla Desh, Iran e:a. landen is ook veel werk te doen. Talloze barrières moeten genomen worden voor men enigzins aan het eigenlijke evangelisatiewerk toekomt.
De taal is daarbij nog één van de geringste moeilijkheden. Veel zwaarder is het, de traditionele godsdiensten en de daarmee verwante levenshouding te doorbreken. Ook "verworvenheden"
van de westerse beschaving kunnen een obstakel zijn.
Zo is vooral onder de jongeren de nood groot. Er zijn veel drugsverslaafden en veel jongeren in de Aziatische landen worden in verwarring gebracht door de hernieuwde belangstelling voor de Islam, die in Iran zelfs tot de revolutie heeft geleid.
In India heeft men te kampen met een enorme overbevolking en voorzover de BMZG-werkers in de medische sector actief zijn moeten ze ook meewerken aan de geboortenbeperkingsprogramma's van de regering.
Hoewel ze de verplichte sterilisatie afwijzen proberen de BMZG'ers toch op verantwoorde wijze te helpen. Zij leggen vooral de nadruk op het christelijk huwelijk en de vorming van een christelijk gezin.

Internationaal
De Nederlandse BMZG staat voor al} dit moeilijke werk niet alleen. Men werkt nauw samen met de BMMF, de internationale in Engeland gestarte Bible and Medical Missionary Feliowsnip (BMMF International) die veel ouder is in jaren en in de loop van de tijd veel ervaring heeft opgedaan.
Bovendien wordt ook met andere zendingsgenootschappen samengewerkt, die zijn verenigd in de EZA, de Evangelische Zendingsalliantie.
De BMMF begon in 1852 als specifieke vrouwenzending. Een verpleegster uit Groot-Brittannië die in India werd geconfronteerd met het feit dat alleenstaande vrouwen (weduwen, maar ook wezen) als paria's, uitgestotenen, werden behandeld, trok zich hun lot aan en ging in eerste instantie medisch opvangwerk doen. In de loop der jaren breidde dit werk zich langzaam uit tot andere delen van de wereld. Het medische karakter van de hulpverlening bleef evenwel gehandhaafd, zonder dat de evangelisatie werd vergeten. Aan het werk van de BMMF blijkt nog steeds toenemende behoefte te bestaan. Het hoofdkwartier van de organisatie in New Delhi wordt bestormd door o.a. scholen en kerken die vragen om bijstand.
Internationalisatie volgde toen de BMMF in 1952 haar eeuwfeest had gevierd, Vanaf dat jaar werd het medische werk uitgebreid met jeugd- en opvangwerk. terwijl ook kerkelijk werk en ontwikkelingswerk nu tot de activiteiten behoren. Weinig van de huidige werkwijze herinnert nog aan traditionele zending, Ds Bouw daarover: "Er is behoefte aan hulp om het Evangelie uit te dragen.
Miljoenen in Azië hebben het Evangelie nog nooit gehoord en daarvoor moeten vooral plaatselijke evangelisten worden opgeleid, die gewoon hun brood blijven verdienen met het werk dat ze al deden. Er moet vanuit de bevolking tot de bevolking worden gesproken en minder van buitenaf, zoals via zendelingen en missionarissen uit het Westen. Dit is vooral van belang omdat veel mensen in de oosterse landen Westerse beschaving en christendom op één hoop vegen.
Die westerse beschaving zijn ze dankzij eeuwenlange onderdrukking gaan haten."
"Wij in het Westen zijn erg bevoordeeld ten opzichte van velen in de derde wereld", aldus ds Bouw, die zelf tien jaar in Oost-Afrika heeft gewerkt. "Het is een goede zaak een deel van ons leven in te zetten voor dit deel van de wereld. Bovendien werkt het voor jongeren die dit moeilijke werk aanpakken blikverruimend.
Ik zou het iedereen aanraden".

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief