DE ZELFBEPROEVING
1980-07-25
Over de zelfbeproeving wil ik vandaag iets schrijven in verband ook met die bekende woorden uit het avondmaalsformulier: "opdat wij nu tot onze troost het avondmaal des Heren houden mogen, moeten wij ons vóór alle dingen beproeven ... "- Jaargang 24
- nummer 28
De zelfbeproeving is 'voor veel christenen, die zijn opgegroeid in de traditie van ondermeer de Nadere Reformatie een struikelblok geweest om te eten en te drinken wanneer Christus ons nodigt met de woorden: "Neemt, eet, gedenkt en gelooft, dat mijn lichaam gegeven is tot verzoening van uw zonden."
Die zelfbeproeving is op zich een heel gewone zaak. Het is goed wanneer we van tijd tot tijd ons zelf de vraag stellen: leef Ik wel met heel m'n hart, met heel m'n leven naar het evangelie van onze Here Jezus. Leef ik vanuit de krachtcentrale, die het evangelie wil zijn in mijn leven. Leef ik naar de geboden van de Here en leef ik vanuit de beloften die Hij mij gegeven heeft. Maar dan moet die zelfbeproeving er ook toe lelden, dat ik niet wegblijf van de tafel van onze Here Jezus, maar dat ik er naar toe ga, van het brood eet en uit de beker drinkt met een biddend hart: Schenk mij uw Geest, opdat ik U ontmoet in 't teken van uw lichaam en uw bloed."
De zelfbeproeving is in sommige kringen nogal eens aanleiding geweest om te gaan wroeten in je zelf, in je eigen zonden en ongerechtigheden zo hoog op te stapelen, dat je er met meer over heen kunt kijken, en zo ook voorbij ziet aan de hand van de Here Jezus, die naar u en mij is uitgestoken.
Zo zei een oude hervormde broeder in ons dorp laatst tegen me op een bijbelstudieavond: dominee, waarschuwer de mensen toch voor om zo maar aan de tafel des Heren aan te gaan. Dat gaat veel te gemakkelijk in uw kerk. Je moet van binnen er diep van overtuigd zijn, dat je kunt gaan. En dat ben ik niet, ik ben er nog nooit klaar voor geweest, zolang ik belijdend lidmaat ben, want elke dag verraad ik als Judas, mijn Heiland. Ik ben het niet waard aan te mogen zitten aan de tafel des Heren.
Dat laatste is waar. Inderdaad, van onszelf zijn we niet waardig om aan te zitten aan de tafel van onze Heer. Als we naar ons zelf-kijken hebben we alle reden om met de verloren zoon uit de gelijkenis te zeggen: "Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en voor U, ik ben niet meer waard uw zoon te heten."
We zijn van ons zelf onwaardig, en dat is nou het mooie; de grootste zondaars wil de Here voor waardige medegenoten van zijn tafel houden. Maar dan ook niet naar je zelf blijven kijken, maar opzien naar de Here Jezus, die ons in genade wil aannemen.
De zelfbeproeving is dus een zaak van geestelijk kennen, door het avondmaalsformulier betrokken op de gedachtenis aan Christus. Ik denk dat dat op zichzelf heel juist is, maar ik zie in de zelfbeproeving in 1 Korinthe 11 nog een aspekt naar voren komen.
En wel dit aspekt. Uit 1 Korinthe 11 blijkt dat de viering van het avondmaal een opzettelijk moment was tijdens een zogenaamde liefdemaaltijd, die bedoeld was om te delen in elkaars armoede en rijkdom, in elkaars tekort en overvloed.
De armen brachten mee van hun tekort (een kleinigheid), de rijken van hun overvloed en alles kwam terecht op die éne tafel, waarvan ieder mocht nemen wat 'ie nodig had, zodat allen verzadigd werden.
Nu was het in Korinthe zó,dat ieder zijn eigen meegebrachte spijzen tot zich nam. De welgestelden aten hun goede spijzen en de minderbedeelden moesten genoegen nemen met het weinige dat ze zelf mee gebracht hadden. Zodat, wanneer de gemeente het avondmaal vierde, de één verzadigd was van het goede eten, terwijl de andere nog honger had.
Ik denk dat de apostel op deze ergerniswekkende wijze van gemeenschapsoefenen, het oog heeft, wanneer hij die Korinthiërs oproept tot zelfbeproeving. In ieder geval dit is de aanleiding tot zijn oproep.
Wie net doet alsof het gaat om een gewone maaltijd, wie eet en drinkt met boosheid in het hart tegenover zijn rijke broeder of met verachting voor zijn arme broeder, die is schuldig aan het lichaam en bloed van de Here. Die zondigt tegen de Here zelf, omdat hij niet weet te onderscheiden dat het in de tekens van brood en wijn gaat om de gemeenschap met de Heiland zelf.
Daarom drukt de apostel het de gemeenteleden in Korinthe op het hart: Zorg er voor dat de wijze waarop u samenkomt de gedachtenis aan het lijden en sterven van de Heiland niet in de weg staat. Beproef u zelf: is de manier waarop u samenkomt wel goed, is uw hart recht tegenover uw broeder en zuster, aanvaard u elkaar wel echt als broeders en zusters in onze Heer.
Waarom is die zelfbeproeving nu zo belangrijk? Wel, avondmaal vieren is de verkondiging van de dood des Heren, totdat Hij komt (vs. 26). Daar is geestelijke rijpheid voor nodig, een goede geestelijke instelling. En toestanden als in Korinthe getuigen daar niet van.
Want wie de dood des Heren verkondigt, die koncentreert zich op het centrum van het christelijk belijden: Gods vergevende genade voor zondaren.
De dood van Christus verkondigen, dan zeg je: Here, ik moet het niet van mij zelf hebben, maar ik moet het hebben van uw vergevende liefde. U bent mijn heil, de rots waaraan ik het anker van mijn leven mag vast haken.
Daarom moet zelfbeproeving er ook niet toe leiden dat we wegblijven van de tafel des Heren. Nee, zelfbeproeving brengt ons tot de tafel des Heren, al zal het dan vaak door de bekering heen moeten gaan.
Want wanneer wij het avondmaal niet meevieren, wanneer wij de tafel des Heren mijden, doen wij ons zelf te kort.
Zouden wij, als Christus ons nodigt met de woorden: "neemt, eet, gedenkt en gelooft ... ", zouden wij dan tot Hem mogen zeggen: nee Heer, dat is niet voor mij, ik mag van mij zelf niet aangaan, laat mijn plaats maar open blijven.
We moeten daarbij één ding bedenken: het avondmaal is geen maaltijd voor ingewijden, geen maaltijd voor zondeloze mensen, maar het is de maaltij d waar Christus zichzelf geeft aan mensen, die hun heil buiten zichzelf zoeken in Hem.
Daarom moet het een vreugde zijn aan te mogen gaan aan de tafel van uw Heer, tot uw troost, tot uw bemoediging, tot uw heil.
Kijk niet voortdurend naar u zelf, maar kijk naar Hem, verhef uw hart in de hemel tot Christus, die voor u geleden heeft en gestorven is.
Ik mag eten en drinken, ik, die door Hem verlost ben van de zonde, van mijn egoïsme, ik, die zo met me zelf bezig ben.
En daarom vier ik het avondmaal, samen met mijn broeders en zusters, verkondig ik de dood des Heren, totdat Hij komt.