Centrum voor zending in Azië
1980-07-25
- Jaargang 24
- nummer 28
Dr Bong Ho Son studeerde theologie aan het Westminster Seminary in Amerika en filosofie aan de Vrije Universiteit. In 1972 keerde hij terug naar zijn geboorteland Korea, waar hij in Seoul werkzaam is als hoogleraar in de filosofie. Tot juli dit jaar is hij met zijn gezin voor een jaar studieverlof terug in Nederland.
Hij is lid van de Ned. Geref. Kerk van Oegstgeest. 's Zondags gaat hij voor in een eredienst van de “Korean Reformed Church" in het kerkgebouw van de Ned. Geref. Kerk van Amstelveen voor zijn landgenoten.
Voor wie contact met hem wil opnemen, volgt hier zijn adres tot eind juli: Dr B. H. Son, Schubertlaan 167, 2324 CS Leiden.
Telefoon 071-767106. Hij spreekt goed Nederlands. Vanaf september is zijn adres: i81 -33 Sadang-Dong, Kwan Ak-Ku, Seoul, Korea of Asian Center for Theological Studies and Mission, 187 Choongjeong-Ro 3-ga, Seodaemoongu, Seoul, Korea.
Zending is een taak, die een wezenlijk deel uitmaakt van de kerk: Een kerk, die niet geïnteresseerd is in zending is een stervende kerk, en helaas zijn er daarvan in West-Europa te veel. Zij verkondigen vaak dat de zending mislukt is of gefaald heeft, zending heeft geen plaats in de wereld van vandaag, of zending moet "bevroren" worden, enz. In feite zijn de zendingsactiviteiten echter noch dood, noch overbodig. In Azië is er heden ten dage een groeiend bewustzijn van het belang van zending, en nieuwe zendingsstrategieën worden ontwikkeld en beproefd.
In wat hierna volgt zou ik U graag willen laten kennismaken met een Centrum om het feit te illustreren, dat Gods zendingswerk in geen geval tot stilstand is gekomen.
Op 1 mei 1974 werd Seoul, Korea, een nieuw theologisch instituut opgericht, dat Aziatisch Centrum voor Theologische Studie en Zending (ACTS) heet (letterlijk vertaald: het zendingsboek "Handelingen"). Deze nieuwe school is niet gewoon maar één van de ongeveer 200 theologische trainingscentra, die er in Zuid-Korea zijn. Het is uniek in verschillende opzichten.
ACTS is het eerste en wellicht enige trainings-instituut voor alle Aziaten op een gevorderd peil. Zijn eerste doel is niet om Koreaanse theologische studenten te onderwijzen, maar om toekomstige kerkelijke voorgangers en zendelingen van àndere Aziatische landen op te leiden. Alle colleges worden in het Engels gegeven en ongeveer 90% van alle bibliotheekboeken zijn ook Engelse. In zijn 6-jarig bestaan heeft ACTS studenten gekregen uit Japan, Taiwan, Hong Kong, de Filippijnen, Singapore, Maleisië, Thailand, Laos, Indonesië, India, Ceylon (Sri Lanka), Pakistan en West Samca.
Na de 2e wereldoorlog hebben de kerken in Azië de behoefte aan goed onderwezen voorgangers gevoeld, vooral ook omdat het peil van het wereldlijke onderwijs stijgende is.
Vele jonge christenen in Azië zijn naar Europa of Amerika gegaan voor hun theologische opleiding met het doel om te voorzien in de behoefte van de Aziatische kerken. Maar het merendeel van hen is nooit teruggekomen.
Niet alleen is de materiële welvaart in het Westen te verleidelijk, maar ook is dat wat zij in het Westen geleerd hebben totaal niet van toepassing op hun plaatselijke situaties. De beurzen, waarvoor Amerikaanse en Europese kerken voor deze Aziatische studenten gezorgd hebben, zijn meestal nutteloos verloren gegaan. Zij wilden liever verzekerringen verkopen in Amerika, dan meelijden met hun christelijke broederschap thuis. Het liep erop uit, dat de beste hersenen ('brains') van de Aziatische kerken naar Europa en Amerika gestuurd werden.
Daarom besloten Aziatische kerkleiders op een conferentie in Singapore in 1973 om een theologisch instituut op een gevorderd peil in Azië op te zetten, bij voorkeur in India of Korea. Korea heeft het voordeel dat het veel goed opgeleide evangelische theologen heeft, mogelijk meer dan alle theologen in de rest van Azië bij elkaar, en dat het heel snel groeiende kerken heeft (jaarlijks 600.000 nieuwe leden in de laatste 5 jaar). Met de goedkeuring van de Internationale Advies Commissie (Raad) konden Dr Chul-Ha Han en verscheidene andere theologen het nieuwe centrum, ACTS, beginnen. Van het begin af aan heeft ACTS het beleid gevoerd geen enkele Aziatische student toe te staan ergens anders heen te gaan dan naar zijn of haar land van herkomst en niemand te helpen om in Korea te blijven na het beëindigen van zijn of haar studie. Tot dusver is niemand van de afgestudeerden naar Amerika of Europa gegaan.
De inhoud van het onderwijs op ACTS verschilt van andere theologische scholen in Korea of in het Westen. Natuurlijk moeten de studenten Grieks, Hebreeuws, kerkgeschiedenis, dogmatiek, Bijbelse theologie, zendingswetenschappen, enz. leren (de inhoud van de traditionele theologische opleiding). Maar veel tijd wordt besteed aan de problemen van Azië en de Aziatische kerken. Bijvoorbeeld wordt een hele avond per week gewijd aan problemen als de traditionele godsdiensten van Azië en het Christendom, modernisering en kerk, Aziatisch communisme en Christendom, de invloed van de secularisatie van de cultuur, de herleving van Aziatische godsdiensten, nationalisme en kerk; Aziatische christelijke kunst, enz.
Vele experts op deze gebieden, zowel christelijke als niet-christelijke, worden uitgenodigd. Soms komen geleerden in Boeddhisme en Confucianisme spreken en eens moest een Moslim-zendeling uit Pakistan zijn geloof verdedigen tegenover de vragen van studenten en faculteitsleden. De faculteit, die misschien de grootste in heel Azië is met 9 'fulltime'gegradueerden in filosofie en theologie, voelt zich bekwaam genoeg om over zulke kwesties van andere godsdiensten te handelen. Ook werken ze onafhankelijk van de Wereldraad van Kerken. Elke student moet minstens twee scripties over één van de bovengenoemde problemen schrijven en wordt aangemoedigd een eindscriptie te schrijven over de problemen, die met hun concrete situatie te maken hebben. ACTS nodigt vele bekende evangelische geleerden, theologen en kerkelijke voorgangers uit om speciale colleges te geven. In november j.l. bijvoorbeeld gaf Prof. dr Jonathan Chae, hoogleraar aan de Chinese Theologische Hogeschool in Hong Kong, een vooraanstaande deskundige van de christelijke kerk op het vasteland van China, een serie openbare colleges over China en leidde een studiegroep van een hele dag lang over zendingsstrategie voor communistische China met kerkelijke voorgangers, die klaar staan om voor China te gaan werken. Eén van de vele gasthoogleraren (minstens één cursus per jaar), is Dr Carl Henry, de vroegere redacteur van 'Christianity Today'.
Prof. dr ir. E. Schuurman is ook uitgenodigd om een serie colleges op ACTS te komen geven, die betrekking hebben op de belangrijke plaats van de techniek in de Aziatische maatschappij van vandaag. ACTS stelt er belang in om 'all-round' christelijke voorgangers op te leiden, die met kennis van zaken tot hun vaderland kunnen spreken.
ACTS nodigt niet alleen kandidaten voor hogere graden in theologie uit,
maar ook zendingsleerlingen. In feite heeft het meer zendingsleerlingen dan kandidaten voor een graad en ACTS is niet ontevreden met hen.
Zending in algemene zin is het hoofddoel van ACTS. Azië, dat 62% van de wereldbevolking bevat, is het minst christelijk van alle continenten: slechts 2% van de Aziaten is of R.-Katholiek (ongeveer 1%) of Protestant (1 %), vergeleken met 20% in Afrika en 24% in Communistisch Rusland. Toch werkt slechts 40% van alle zendelingen in Azië, het meest verwaarloosde zendingsveld. Bovendien is de traditionele zendingsmethode niet geschikt voor de moderne situatie van Azië. Het merendeel van de Aziatische landen is een kolonie van het christelijke Westen geweest en met herlevend nationalisme en traditie maakt een diep-gewortelde haat jegens het Westen het werk van Westerse zendelingen zeer vruchteloos, In de eeuw van nationalisme is de gedachte van buitenlandse zending op zich misplaatst. ACTS' bedoeling met zending is gebaseerd op het principe dat christenen uit uit het land zelf de beste zendelingen zijn. Anders dan buitenlandse zendelingen hebben zendelingen uit het land zelf niet zo'n lange, pijnlijke, moeilijke en kwetsbare tijd nodig om de taal, de gewoonten en de cultuur te leren kennen. Zij hebben niet zoveel financiële steun nodig als de buitenlandse. In India bijvoorbeeld, zou een zendeling uit het land zelf in zijn (financiële) behoeften kunnen voorzien met 200 gulden per maand, terwijl een Nederlandse zendeling minstens 1500 gulden of meer nodig zou hebben. De meeste Westerse zendelingen in India brengen de helft van hun tijd in hun zomerverblijf door, omdat het weer in de zomer te heet is voor hen, terwijl een Indiase zendeling, als hij niet bedorven wordt door Westerse collega's en de Wereldraad van Kerken, niet zou weten wat vakantie is. In Korea bewoont een Westerse zendingsorganisatie één van de meest schilderachtige zeeverblijven uitsluitend voor zich en deze Westerse zendelingen brengen daar hun buitensporig lange vakantie door, terwijl}de meeste Koreanen (incl. vele kerkelijke voorgangers) zich het hele seizoen afmatten. Daardoor beletten vele Westerse zendelingen de evangelisatie in Korea in plaats van die te bevorderen.
Uit deze overwegingen tracht ACTS kandidaten voor de zending uit het thuisland zelf uit te nodigen, hen te trainen en terug te sturen met wat financiële steun van Koreaanse kerken. Een kerkgenootschap in Korea is van plan 100 kerken in India te steunen en ACTS ontwikkelde een programma om 100 nieuwe kerken in Indonesië op te zetten met financiële steun van Koreaanse kerken. Alle buitenlandse studenten van ACTS zijn zendingskandidaten van Koreaanse kerken in die zin, dat zij, zodra zij terugkeren, zo nodig steun van Koreaanse kerken krijgen.
Men zou kunnen vragen: waarom is het nodig dat zij naar Korea komen om zendingstraining te krijgen? Naast de gekwalificeerde faculteit en faciliteiten als de bibliotheek heeft Korea groeiende kerken. Buitenlandse studenten kunnen gestimuleerd worden en onderwijs krijgen, en de methode van evangelisatie- en pastoraal werk leren. Onlangs hebben- predikanten uit Thailand, Japan, Indonesië, Hong Kong en Taiwan Korea bezocht om te zien hoe de Koreaanse kerken groeien en velen van hen geven blijk van zichtbare zegen door dezelfde methoden in hun pastoraal werk toe te passen. Elke buitenlandse student van ACTS wordt als assistent-
predikant aan een Koreaanse kerk toegewezen en krijgt praktische training van de predikant.
Dit alles zou heel gemakkelijk en alleen maar optimistisch kunnen klinken.
Maar niets is minder waar dan dat. ACTS moet veel problemen oplossen en het heeft veel gebed en steun van Christenen over de hele wereld nodig. De grootste moeilijkheid is, dat gekwalificeerde studenten in de meeste Aziatische kerken schaars zijn. Knappe jonge mensen gaven de voorkeur aan wereldse studies en banen. Tot dusver heeft God ACTS gezegend met verscheidene goede studenten, maar hun aantal blijft beperkt, Op het ogenblik hebben we 16 studenten op de Campus, terwijl 10 anderen thuis aan hun proefschrift werken. Soms moeten de hoogleraren langs verschillende Aziatische landen reizen om goede kandidaten aan te werven. Een ander probleem is het gebrek aan niet-Koreaanse staf- en faculteitsleden. Elk Aziatisch land lijdt aan het tekort aan goede theologen en niet één land is bereid er één aan ACTS uit te lenen. Terwijl er enkele duizenden Aziatische theologen en predikanten in Amerika en Europa zijn, zijn er maar enkelen bereid om in het arme en onveilige Azië en op ACTS te lijden. Op het ogenblik bestaat de hele staf en de faculteitsleden uit Koreanen, op drie Amerikanen na.
Wat betreft de financiën is ACTS door moeilijke tijden gegaan. In het begin moest het hele project gefinancierd worden door verscheidene rijke Amerikaanse christenen. Billy Graham bijvoorbeeld, begon de steun met een schenking van 200.000 Amerikaanse dollars als bibilotheekfonds.
Het wordt nog steeds gebruikt om boeken en ander studiemateriaal te kopen om één van de beste bibliotheken in Korea op te bouwen. (Jarenlang heb ik de bibliotheek onder mijn hoede gehad. Ik ben erg zorgvuldig geweest om te voorkomen, dat er één boek gekocht werd, dat niet echt nodig was. Deze actie is nu afgesloten. De bibliotheek van ACTS is al bekend als de beste van de theologische scholen in Korea).
Langzamerhand steunen de Koreaanse kerken ons heel actief. Toch heeft ACTS te lijden van het feit dat het geen seminarie van een kerkgenootschap is. Dit jaar bereikt de steun uit Koreaanse bronnen meer dan 133.000 gulden. Daarvan financiert ACTS een kleine campus met een bescheiden gebouw voor kantoren, bibliotheek, leslokalen, slaapzaal en een paar kamers voor gasten.
Alle buitenlandse studenten hebben een volledige beurs met inbegrip van medische onkosten en voor sommigen zelfs zakgeld (de meeste buitenlandse studenten krijgen zakgeld en boekenvergoeding van de kerken waaraan ze zijn toegewezen). Sommige studenten, vooral uit de armere landen in Azië, worden voorzien van hun reiskosten van- en naar huis.
Azië is het armste van alle continenten met een gemiddeld inkomen per hoofd van 200 Am. dollars per jaar (vergeleken met Nederland, dat meer dan 8000 Am. dollars inkomen per hoofd van de bevolking heeft), en weinig jonge christenen kunnen zich veroorloven om in het buitenland te studeren. Vele staf- en faculteitsleden offeren veel en de Koreaanse studenten, op het ogenblik ongeveer 150, betalen tamelijk hoog collegegeld om de studie van hun buitenlandse medestudenten te steunen.
Na 7 jaar verblijf in Korea in Nederland teruggekeerd vindt ik, dat de Nederlandse mensen een beetje te goed leven. Het zou heel nadelig zijn voor hun christelijk getuigenis en hun 'zieleheil' als de Nederlandse christenen doorgaan met zó te leven. Om wille van Uw geestelijk heil en om wille van de Aziatische zending (niet voor mijzelf en voor de Koreaanse kerk, die rijk genoeg is), zou ik U willen vragen om ACTS te steunen in de vorm van een beurs (ongeveer 500 gulden per maand voor een student) of in de vorm van een salaris van een hoogleraar (ongeveer 2000 gulden per maand). Of elk ander gebaar van steun zou bemoedigend zijn voor onze inspanningen.