Christelijke dankbaarheid *)

1980-08-08
  • Jaargang 24
  • nummer 29

*) Tekst van het N.C.R.V.-programma: Woord in de middag op 28-6-'80.

Uit de brief van de apostel Paulus aan de Colossenzen lezen we van hoofdstuk 3 de verzen 12 t/m 15: "Doet dan aan, als door God uitverkoren heiligen en geliefden, innerlijke ontferming, goedheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld. Verdraagt elkander en vergeeft elkander indien de een tegen de ander een grief heeft; gelijk ook de Here u vergeven heeft, doet ook gij evenzo. En doet bij dit alles de liefde aan, als de band der volmaaktheid. En de vrede van Christus, tot welken gij immers in één lichaam geroepen zijt, regere in uw harten; en weest dankbaar."
Met die laatste woorden: 'en weest dankbaar', willen we beginnen. Het gaat in deze aansporing tot dankbaarheid allereerst om een gezindheid, die mensen moeten vertonen, nu zij Christus hebben leren kennen. Weest als mensen, aan wie het te zien is, dat Gods vrede in u woont. Dat moet er in uw levenswandel ook uitkomen.
Het is een opdracht, een aansporing om in het leven van elke dag dankbaar te zijn. Trouwens, we komen deze aansporing in dit gedeelte van de brief vaker tegen. Vs. 16: "brengt Gode dank in uw harten", vs. 17: "God de Vader, dankende door Hem".
Hoe kan dat? Hoe kan de apostel hiertoe zijn lezers aansporen?
Heeft hij dan geen weet van moeite en verdriet, van lijden en teleurstellingen, van strijd en onrecht, waardoor ons leven, vaak ongewild misschien, beheersd wordt?
Ik denk, dat als er één is, die er van mee weet te praten, wat moeite is en wat strijd betekent in het leven, dat het de apostel Paulus geweest is. In de eerste hoofdstukken van deze brief schrijft hij aan zijn lezers over de verdrukkingen, die hij heeft moeten memaken. Hij vertelt van zware strijd, van tegenstand, die hij ontmoette, ook terwille van zijn broeders en zusters in Kolosse. Hoe kan Paulus dan over dankbaarheid spreken als hij dat allemaal meegemaakt heeft? Wel; dat kan, omdat Paulus het leven van een mens in het licht plaatst van Gods ontferming en genade. Hij tekent dat mensenleven af tegen de achtergrond van Gods werk in deze wereld. Daarmee worden moeiten en problemen niet gebagatelliseerd. Zorg en verdriet worden niet achteloos aan de kant gepraat, maar het licht van Gods liefde en genade valt er om heen. Over dat vaak geplaagde en verdrukte mensenleven valt de schijn van Gods vriendelijk aangezicht. Temidden van de ellende en de soms uitzichtloze situaties is er werkelijk troost, houvast en uitzicht. Wordt een mens een blik gegund op de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, is er het perspektief van het Koninkrijk van Christus Jezus.
Dat bedoelt de apostel ook, wanneer hij aan het begin van dit hoofdstuk zegt: " ... zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand van God. Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn."
Dat wil niet zeggen, en ik zeg dat met nadruk, dat een gelovige met z'n hoofd in de wolken moet lopen en alleen maar aan de hemel mag denken. Dat je vrolijk fluitend door het leven moet gaan, want al die zorgen, al die problemen, tellen niet meer met het oog op de eeuwigheid.
Natuurlijk bedoelt Paulus dat niet! Hij wil alleen maar zeggen, dat we bezig zijnde met de dingen van elke dag, ons moeten laten beheersen door Christus, die Koning is.
Het zoeken van de dingen, die boven zijn, betekent niet: loop maar weg uit deze wereld, wordt een hemelridder, een hemelbestormer, maar het is: midden in de wereld staan, maar nu op een andere wijze dan vroeger. Nu valt er, dankbij Christus, licht van boven op de werkelijkheid, waarin we leven. En dat maakt, dat wij, ondanks alles, dankbaar kunnen zijn, een vriendelijke gezindheid kunnen vertonen.
En omdat er door Christus nieuw licht valt over onze werkelijkheid, dáárom spoort Paulus ons aan om in dié dingen te leven, die horen bij een leven met Christus. Wanneer u dit gedeelte nog eens rustig zoudt doorlezen, en dan moet u doorlezen tot hoofdstuk 4: 6, dan zult u merken dat dit gedeelte één voortdurende aansporing is. "Doodt de leden, die op de aarde zijn ... ", daar begint het mee in vs. 5, "doet dan aan, als door God uitverkoren heiligen en geliefden, innerlijke ontferming, goedheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld" (vs. 12). "Verdraagt elkaar" (vs. 13), "doet bij dit alles de liefde aan" (vs. 14, "weest dankbaar" (vs. 15). Het zijn allemaal aansporingen om ons in beweging te zetten. Onze traagheid en laksheid kennende, vuurt de apostel ons aan om toch te blijven in het spoor van de Here Jezus. Wij die geneigd zijn om steeds weer een pas op de plaats te maken, rustig te blijven sudderen in een gezapige levenshouding, we worden aangespoord om te volharden in een christelijke levenswandel.
In de vss. 13 t/m 15 wijst de apostel Paulus op de gemeenschap die er komt door de band aan de Here Jezus. Het geloof in de Heiland werkt gemeenschap stichtend, de gemeente komt in het vizier.
Je ziet het in onze samenleving steeds meer gebeuren dat mensen vereenzamen, op zichzelf worden teruggeworpen, opgaan in de anonimiteit. Relaties worden oppervlakkig, de gemeenschap valt uit elkaar. Daar zijn allerlei redenen voor aan te wijzen. En ik denk dat het in het romeinse rijk in de dagen van Paulus precies eender geweest zal zijn. En dan is dit het wonderlijke en fijne, dat in de gemeente van de Here Jezus, die betrokkenheid op elkaar gevonden mag worden, wanneer we leven vanuit het geloof in Hem. In dat opzicht is de gemeente een proefpolder in deze wereld. Een proefpolder van het Koninkrijk der hemelen. Een gemeenschap, waar iets zichtbaar mag worden van dat volkomen Koninkrijk.
Een gemeenschap, die Paulus ergens anders in één van zijn brieven vergelijkt met een lichaam, waarvan hij zegt: "Als één lid lijdt, lijden alle leden mede, als één lid eer ontvangt, delen alle leden in de vreugde."
Hoe is het mogelijk dat een gemeente zo funktioneert, hoe kunnen mensen zo met elkaar omgaan? Allereerst wijs ik dan op vs. 13: "verdraagt elkaar en vergeeft elkaar, indien de één tegen de ander een grief heeft; gelijk de Here u vergeven heeft, doet ook gij evenzo."
Dat herinnert ons aan die bekende gelijkenis, die Jezus vertelt in Matth. 18. De gelijkenis van de koning, die afrekening wilde houden met zijn slaven. Het is een gelijkenis, waarin op pijnlijke wijze de tegenstelling zichtbaar wordt, tussen de houding van de koning, die een grote schuld kwijtscheld aan een slaaf en de houding van diezelfde slaaf, die het vertikt om een kleine schuld kwijt te schelden aan zijn naaste.
De bedoeling van deze gelijkenis is wel duidelijk, denk ik. De Here Jezus wil ons laten zien, hoe er een relatie bestaat tussen onze grote schuld, die wij bij God hebben en de in verhouding daarmee kleine schuld, die mijn naaste heeft ten opzichte van mij.
En wat doen wij met deze schuld. God scheldt ons, omwille van Jezus, onze zonden kwijt, wat doen wij naar onze naaste toe?
De Here Jezus opent hier onze ogen. Wij mogen leven door de vergeving van zonden, wij mogen door de kwijtschelding van schuld leven. God gebruikt het middel van vergeving om verzoening te brengen tussen zichzelf en de mensen. Moeten wij dan ook niet precies zo handelen tegenover elkaar?
Indien de één tegen de ander een grief heeft, dan moet dat toch uit de weg geruimd worden?
Hoe kunnen wij anders leven in een verzoende relatie met God, als wij geen ruimte maken voor de verzoening in de relatie met elkaar? Als de gemeente waarlijk een proefpolder is van het Koninkrijk der hemelen, dan zal dit toch echt zichtbaar moeten worden!
Er is nog een reden, waarom we temidden van alle gebrokenheid en verscheurdheid van het leven, dankbaar kunnen zijn.
En dan wijs ik op vs. 15: "En de vrede van Christus, tot welke gij immers in één lichaam geroepen zijt, regere in uw harten."
Letterlijk staat er: "Laat de vrede van Christus ...
scheidsrechter zijn in uw harten."
Wij zijn geneigd, en dat iso zo menselijk, wij zijn geneigd om ons in zovele dingen van het leven de laten leiden door ons verstand of door ons hart. Mijn hart dat zich zo gemakkelijk laat overmannen door mijn gevoelens, mijn hart dat zich laat meeslepen door de emoties en mijn verstand dat zich in elke nieuwe situatie afpijnigt hoe ik uit de problemen moet komen. We willen ons zelf er door heen boksen. En dan zegt de Bijbel: ruim nou allereerst plaats in voor de vrede van Christus. Laat van daaruit de beslissingen genomen worden.
Wat is dat, die vrede van Christus? Het wil dit zeggen, dat we rust vinden in de wetenschap, dat we in elke situatie van het leven in Zijn handen zijn. Geborgen zijn bij Hem, ook in de schaduwzijde van het leven. En dan mogen we echt wel onze emoties hebben, we mogen echt wel onze gevoelens de vrije loop laten, ons verstand gebruiken en nuchter die beslissingen nemen, die genomen moeten worden.
We kunnen als mensen emotioneel en verstandelijk werkelijk grote moeite hebben met dingen, -die er in ons leven gebeuren.
Ernstige ziekte, een te vroeg afgebroken carrière, een stukgelopen verhouding, de dood, die het leven soms zo abrubt en meedogenloos afbreekt. Het beroert je, je bent er kapot onder, het raakt je tot in het diepst van je hart. Verstandelijk en emotioneel kom je er niet altijd mee klaar. Wij begrijpen en doorzien niet altijd waarom zulke dingen gebeuren, maar toch behoeven deze dingen ons niet tot verbittering te voeren, tot wanhoop en opstandigheid, al zal dat vaak tijdelijk wel een rol spelen, want de vrede van Christus waakt over onze gevoelens en over ons verstand. Ook al begrijpen wij het dan niet altijd, en protesteren we in ons verdriet en in onze ellende, toch nemen we het, omdat er de almachtige God is, die in Christus Jezus een muur om ons heen gebouwd heeft, waar geen duivel, en geen dood, waar geen macht ter wereld ooit door heen zal kunnen breken.
Daarom kan er dankbaarheid zijn. Kan Paulus ons er ook toe aansporen. En het mag er uitkomen. In de wijze waarop we leven. In de omgang met elkaar, in wat we tegen elkaar zeggen, in hoe we ons werk doen. Heel het leven in al haar facetten mag een dankbaar leven zijn. Dankbaar omdat er redenen zijn om te danken. Vanwege de verschijning van onze Heiland Jezus Christus, die mensen hoop en uitzicht geeft, nu al en voor de eeuwigheid.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief