TOEN EN NU
1980-08-08
Tot de aantrekkelijkheden van de vakantieweken behoren de bakken met boeken, die de boekhandelaren aanbieden tegen sterk gereduceerde prijzen. Ik vond ergens een facsimile-uitgave, een “reprint” van het vijfde, zevende en achtste boek van P.C. Hooft’s “Neederlandschen Historiën” uit 1642. - Jaargang 24
- nummer 29
Drie gulden legde ik er voor neer en ik kreeg nog een stuiver terug. Een regenachtige dag was er goed voor om het boek te lezen. Hooft beschrijft de wreedheden van Alva. De terechtstellingen hadden averechts gewerkt: onze broeders en zusters van vier eeuwen geleden namen de gelegenheid te baat als ze op de brandstapel vastgebonden werden: Ze spraken het publiek vrijmoedig toe. Ze legden getuigenissen af van hun geloof. Dit maakte op het volk diepe indruk. Daarom vond Alva iets nieuws uit. wanneer de mensen naar het schavot geleid werden of naar de brandstapel dan werd hun tong geklemd tussen de gloeiende bankschroef.
Er stond eens een knaap temidden van het publiek, Arnout van Erp. Hij hoorde twee monikken zeggen, die dicht bij hem stonden: “Hoort hoe ze zingen! Zouden ze ook gaan dansen?” De jongen had de grootste moeite om zich te beheersen. Hooft schrijft, dat die jongen z’n schoonvader werd en het verhaal dikwijls heeft verteld. Hij kon er niet meer los van komen. Onlangs gaf de N.C.R.V. een verfilming van het boek van een Duitser, die van 1936 vertelt; de zomer van de Olympische Spelen in Berlijn. De jongen volgde geestdriftig de duitse successen in die Spelen; hij was bovendien een enthousiast lid van de “Hitler-jeugd”. De grote kentering kwam, toen heel zijn duitse en Olympische wereld voor hem instortte: het moment waarop hij z’n grootmoeder vindt. Ze hangt bij haar thuis aan de buizen van de waterleiding: ze was Joods.
Hooft schrijft dat Alva één ding beter begrepen had dan vrijwel alle “oppermachten van de schranderste volken”: wil je de macht behouden, dan moet je de drukpers radikaal censureren. De bevolking moet een bankschroef om de tong hebben!
Volgens Hooft is er behalve Alva maar eén, die dat begrepen heeft. Het is de grootvorst van Moscovië. (Hooft doelt daarmee op de vorst van Moskou, Ivan de Verschrikkelijke, gestorven in 1584). En juist toen ik dit bij Hooft las zag ik hem. Iemand had de t.v. aangezet, de opening van de Spelen in Moskou. Daar hád je hem, de grootvorst van Moskou, boven in de hoge loge. Naast hem de Ierse baron, die enkele jaren geleden de Spelen liet doorgaan, ook al waren de Joodse athleten in het Olympisch dorp juist vermoord. Maar dat mocht de pret niet drukken. Een fraai span, die twee. Maar vooral die ene met de bankschroeven, Breznjew.