HUISGENOOTJE
1980-08-08
Vandaag eens een vakantie-artikel, als dat mag. Waarom altijd zware kost? De verandering van spijs doet eten en zelfs vasten kan voordelig zijn. Dan is dit een goede gelegenheid om u onze kleine huisgenoot Happy voor te stellen.- Jaargang 24
- nummer 29
Happy is een witte terriër, deel van ons gezin, kleine kameraad, vrolijke noot in alle omstandigheden en reisgezel op de meeste tochten. Na alles wat u van onze tekkel Liesel en haar onvergetelijke dochter Babs hebt gelezen (om van Noortje maar te zwijgen) wilt u waarschijnlijk wel wat meer weten van onze huidige huisgenoot? Dat zal dan gebeuren.
Vooraf dit. U weet wellicht, dat dit land geen invoer van huisdieren toestaat - dan na een quarantaine van zes maanden. Die quarantaine, gedwongen medische afzondering, lijkt ons een misdaad. U krijgt uw huisdier anders terug en het ondergane leed is niet te herstellen. Dat wilden we Noortje, de dochter van Babs, niet aandoen. Maar dat was ook niet nodig. Een van onze oudere vrienden in Vierhouten had ons meermalen om Noortje gevraagd, die hij tijdens onze vakanties altijd verzorgde. Met liefde vertrouwden we Noortje dus aan hem toe. En terecht. Bij elk bezoek aan het vaderland overtuigen we ons dat het ham wel gaat - en Noortje wenst dat uurtje als vanouds op onze knie door te brengen.
Blij met deze oplossing, die voor alle betrokkenen prettig is, keken we hier geruime tijd de kat uit de boom alvorens tot een nieuwe huisvriend te besluiten.
Een hond is namelijk meer dan een levend wezen op vier poten, dat voor geld verworven en dus ook afgestoten kan worden. Een hond kan een vri end voor het leven worden. Een hond kan ook een onaanvaardbaar karakter tonen; onaanvaardbaar voor gepensioneerde lieden bedoel ik.
Bovendien komen de tekkels, waarmee we zo vertrouwd zijn, hier weinig voor. De typische Schotse honden, die aan het landschap, het weer en de volksaard beantwoorden, zijn maar weinige: de collie of schaapshond, de labrador, de deerhound en dan de terriërs. Natuurlijk nog wel enkele soorten meer, maar dan vrij zeldzaam.
De collie heeft naast zijn hondse trouwen werkwilligheid het bezwaar van al te grote onderdanigheid. De labrador is een groot brok in uw huis, die nu en dan een tafel met servies omgooit - maar daar zelf het meeste van schrikt, want hij is erg lief. De deerhound (slechts weinig Britse honden worden met hound aangeduid) is een langpotig. dun, ruig monster; een soort windhond, die vroeger hielp de herten te bejagen en ze kon afmaken in volle vaart. Zijn karakter is niet altijd even aardig en hij zal uw gemakkelijkste stoel prefereren, die hij ongaarne afstaat.
Blijven over de terriërs. Eerst de zwarte Schotse terrier, die u kent van het whisky-merk "Black and white". Dan de cairnterrier, die driekleurig is en de Skye-terrier die met zijn afhangende vacht op een verkleedpartij lijkt, Tenslotte de typische Hoogland-hond, de Westhighland White, die kortweg Westie genoemd wordt. Zo een is onze Happy.
Haar naam betekent al: vrolijk, tevreden, welgemoed. Ze is een wollige juf met lange haren, een vrolijk opstaand of kwispelend staartje, kleine spitse oren, een stevig gebouwde romp op vrij korte poten - en een kop, die een apart artikel zou waard zijn. In die kop spreken de grote zwarte ogen, de bewegelijke zwarte neus en de afhangende baarden. In die kop vragen vooral de stevige bek en de speelse uitdrukking de aandacht.
Happy kijkt u bewust aan, als u tegen haar spreekt. Ze weet haar gevoelens en bedoelingen ook duidelijk kenbaar te maken. Gebruikt u een bekend woord als "schaapjes", "poesjes", "uitgaan" of zo - dan reageert ze vlot. Vraagt u "ga je mee" dan staat haar kopje scheef. Maakt u aanstalten, dan springt ze als eerste in de auto. En gaat het bezoek naar haar broertje Toby, dan dánst ze haar vreugde uit!
Ah alle terriërs is ze dol op uitgaan en autorijden. Uren houdt ze het vol, staande voor een raam of liggend onder de achterruit. Van daar kan ze alles overzien, voor en achter. Tijdens ons boodschappen-doen past ze op de auto, een raam half open.
Na afloop rust ze uit op een schaapsvacht, onopvallend. Ze lijkt zelf op een schaapje, of op een klein model ijsbeer. Uren kan ze in de kamer zijn, zonder enige aandacht te vragen. De gezelligheid is haar genoeg. Graag ligt ze languit op haar buik, de poten achterwaarts gestrekt; iets dat alleen terriers kunnen, die in vroegere generaties door konijnenholen moesten kruipen. Soms gaat ze voor de tuindeur zitten; komt er een merel te dicht bij dan waarschuwt ze grommend. Horen we de voordeurbel niet aanstonds, dan belt zij voor twee. (Grappig dat de Duitsers zulk blaffen bellen noemen.) Gaat de telefoon, dan komt ze er nieuwsgierig bij staan, haar kopje scheef om iets op te vangen. En zijn we in de tuin aan het werk dan is ze in haar element: rent alle weggegooide onkruid na, laat stenen de helling afrollen en haalt ze dan weer op, vindt een veldmuisje waar ze erg gewichtig over doet, of kondigt een bezoeker aan.
Happy is genoemd naar een overgrootmoeder, die Happy Sheila heette.
Ja, een goede Westie heeft een kwartierstaat, waar een vorst mee voor de dag zou kunnen komen. Heeft prins Claus een eerbare smid, een bakker en een predikant in zijn voorvaderen - Happy heeft in vier generaties van voorouders niet minder dan zeven kampioenen, hetgeen haar tot de adelstand optrekt, Haar vader, in oud-Engels met sire aangeduid, heet Tervin Peregrine en is nationaal kampioen der Westies; haar moeder, met dam aangeduid, is Ruby van Milton. Bij honden van standing spreken we niet van reu en teef - maar van sire en dam. Happy werd in Glasgow geboren en uit een nest met zeven karakters uitgezocht.
Elke terriër heeft zijn eigen karakter, als Happy. Al kun je ook van een rassenaard spreken. Zo is de Westie een praktische gebruikshond voor jacht en sport, voor wandeling en bergbeklimming, voor huis en kinderen, voor veiligheid en gezelligheid. AI in de 16e eeuw was hij bekend als een witte nakomeling van de caimterrier, waarvan de meeste werden afgemaakt, daar ze als zwakke varianten werden beschouwd. Pas in de vorige eeuw veranderde dat inzicht: de Westie werd om zijn speciale eigenschappen gefokt en door de schilder Landsheer bij de jachthonden gevoegd.
Een oud verhaal wil, dat Spaanse zeelui hier vroeger kleine witte Maltheser scheepshondjes importeerden, aan wie geweten wordt dat de cairnterriers van tijd tot tijd witte varianten in hun nest hadden. Nu zijn hier ongetwijfeld meermalen Spaanse zeelui krijgsgevangen gemaakt (in de kerkers van het Duart Castie op Mull worden nog een paar opgezette exemplaren bewaard) en best mogelijk hebben die ook wel eens scheepshondjes meegebracht, die met de inheemse cairnterriers gemene zaak hebben gemaakt. Toch is van enige terugslag tot het Maltheser type nooit iets gebleken. Integendeel - tegenover het schoothondjesmodel van de Maltheser is de witte terrier bepaald een toonbeeld van zelfbewustheid, kracht en onvermoeibare activiteit. En daar zal Happy niet om liegen.
Ze is niet trots, ziet op geen enkel gezelschap neer, maar heeft een gepast gevoel van eigenwaarde. Het liefst zit ze op een boomstronk, als een marmeren tuin beeld, de wereld te overzien. Ze schaamt zich als ze beknord moet worden - maar is dankbaar voor enige aandacht. En heeft ze weer achter de schapen van buurman Maelaren gejaagd, dan is een strenge verwijzing naar haar mand voldoende. Mits dit na een kwartier vergeven en vergeten wordt; dan komt ze namelijk met haar neus tegen mijn been even zeggen, dat ze verder zoet zal zijn. En is het niet heerlijk als alles weer in orde is? Moet ik een dag zonder haar op stap, dan blijft ze troosteloos in het trapportaal zitten bouderen, eet niet en laat zich niet in de zitkamer lokken. Maar kom ik daarna thuis - dan staat ze overeind en danst geluidloos om me heen.
Meent ze dat ze me moet activeren, dan komt ze met een oude tennisbal aanlopen; legt die voor mijn voeten, geeft hem een duwtje en kijkt of ik wil meespelen. Speel ik mee (en waarom niet?) dan gaat dat het best op handen en voeten. Zo is de afstand verkleind en zo kan ze me nog eens wat influisteren. Dat doet ze dan ook en ze is tweetalig opgevoed. Zowel Britse gasten als Nederlanders kunnen met haar spreken.
De vorige week ging ze mee op een wandeling van zeven en een half uur, over een bergpas. Geen spoor van vermoeidheid of kou en dat op een regendag. Door baar driedubbele vacht blijft ze warm en de ondervacht wordt zelfs niet nat. Een Engels schrijver noteerde eens van de Westie: geen water is haar te koud, geen aardkloof te diep.
Midden augustus zal Happy, naar wij vurig hopen, moeder worden. Als alles goed gaat zal het eerste nest maar klein zijn. Er is al genoeg belangstelling voor, maar de eerste nestkeus is voor Happy zelf. Die mag wel eens gezelschap hebben. De tweede keus is waarschijnlijk voor de eigenares van de sire. De derde en de vierde worden al geclaimd - maar zo ver is het nog niet. Hold on, wij houden u op de hoogte.