Ter gedachtenis aan Ds Johannes den Ouden
1980-08-08
Op zaterdag 16 juli j.l. werd geheel onverwacht te Bad Endbach in Duitsland, waar hij met zijn vrouw op vakantie was, ds Johannes den Ouden, door de Here tot zich genomen. Hij mocht de leeftijd van 75 jaar bereiken. Na zijn emeritering als predikant van de Geref. Kerk (vrijgemaakt) te Harkstede vestigde hij zich te Rijssen (Ov.), waar hij zich aansloot bij onze gemeente te Nijverdal en daarmee overging tot onze kerken. In verband met de moeilijkheden, die in de vrijgemaakte kerken omstreeks het einde der zestiger jaren tot uitbarsting kwamen, waren zijn laatste jaren als dominee te Harkstede bijzonder moeilijk en zij lieten ook zijn gezondheid niet onaangetast.- Jaargang 24
- nummer 29
In Rijssen mocht hij echter geheel herstellen, zodat hij regelmatig in onze kerken voorging. Het zijn daar in dit karakteristieke stadje in Overijssel echt goede jaren voor hen geweest, jaren waarin hij veel liefde en sympathie heeft ontvangen, samen met zijn vrouw, die hem ook in de moeilijke jaren van de vrijmaking en de nieuwe kerkelijke troebelen tegen het jaar zeventig trouw heeft terzijde gestaan.
Wie was ds Den Oude?
De redaktie vroeg me in 'Opbouw' aan deze tot de oudere garde behorende emeritus predikant in verband met zijn overlijden een woord ter gedachtenis te schrijven. Graag voldoe ik aan dat verzoek door hier een plaats te geven aan een deel van de toespraak die ik bij zijn begrafenis heb gehouden.
Ds Den Ouden was van aanleg en ambitie een geleerde. Hij was een goed theoloog en in het bijzonder een liefhebber en kenner van de geschiedenis der kerk en zelfs van de geschiedenis in het algemeen, in het bijzonder die van Nederland en Duitsland. Zijn grote belezenheid en ontzagwekkend geheugen deed hem in dit opzicht een meester zijn. Maar zijn weg leidde niet tot de beoefening van de wetenschap als zodanig, maar naar de pastorie, naar de gemeente, een korte tijd als hulpprediker, daarna als dominee te Campen in Oost Friesland en te Harkstede in het Groningse land, dat zozeer de liefde van zijn hart heeft gewonnen. En hoewel hij zijn aanleg nooit heeft verloochend en zijn studie niet heeft verwaarloosd, heeft hij toch in de pastorie zijn levensbestemming gevonden. Met de hem eigen nauwgezetheid en ijver heeft hij zich als dominee aan zijn gemeente gegeven, gepreekt, gecatechiseerd, zieken bezocht, de kerk van Christus gediend en daarin de Heer van de kerk zelf.
En hij heeft dat gedaan met grote trouw, zonder opzij te gaan voor de druk van buiten, waarmee hij reeds in zijn eerste gemeente in aanraking kwam, toen wij in Nederland nog slechts uit de verte het rommelen hoorden van de donder, die zich over Duitsland en later over heel Europa ontlaadde. Zonder ook maar een millimeter te wijken hield hij vast aan de opdracht van Christus, waar het de leer en de tucht der kerk betrof.
En hij deed zijn werk met vreugde: zijn gemeenten waren hem lief en het werk in haar midden had zijn hart. Haar geestelijk welzijn, de zorg voor de schapen was hem op de ziel gebonden. Hij wist zich voor de kudde verantwoordelijk ais een. die rekenschap heeft te geven.
Je kon dat ook merken aan zijn preken als emeritus. Hij praatte de mensen niet naar de mond, hij trachtte ze tot het gelóóf te bewegen, tot Christus te brengen. Hij zette ze er vóór op het kruispunt van de brede en de smalle weg en dan sloeg nog op zijn hoge leeftijd het vuur van zijn bewogenheid u tegen.
In dit alles zocht hij niet zich een naam te maken. Hij timmerde niet aan de grote weg. Hoewel hij meer te zeggen had dan velen, liet hij zich in het publiek niet horen. Veel geschrijf was hem te oppervlakkig, van een werkelijk gedegen publicatie genoot hij. Hij was dàn ook niet karig met zijn lof. Maar in een wondere mengeling van schuchterheid en vastberadenheid hield hij zichzelf op de achtergrond. Zelfs zijn beste vrienden konden hem van deze lijn niet afbrengen. Zo ging hij zijn weg, bescheiden, en volhardend, ook in moeite en druk van binnen, trouw aan zijn beroepsbrief.
Dat brengt in deze wereld geen grote naam mee, ook in de kerk als regel niet. En geen uiterlijke glorie. Maar het is in het leven van een dominee wel een stuk van de overwinning, waartoe Christus zijn gemeente in alle tijden oproept: dienen, trouw volhouden, het opgedragen werk doen en dat alles in het vasthouden aan het Woord.
Na deze korte tekening van de persoonlijkheid en het optreden van ds Den Ouden hebben we in de rouwsamenkomst stil gestaan bij de belofte van Christus: Wie overwint, Ik zal hem geven een nieuwe naam, die niemand kent dan die hem ontvangt. In de heerlijkheid is geen grauw enerlei. Elk kind van God ontvangt een eigen heerlijkheid, die aansluit bij zijn leven in het geloof op aarde. Voor die bij hem passende heerlijkheid zijn in het leven van ds Johannes den Ouden door Gods genade deze zaden gelegd.