Impressies van het tienerprogramma Ontmoetingsdag

1980-08-15
  • Jaargang 24
  • nummer 30
Al ver voor tienen druppelen de eerste tieners de Hanzehof binnen.
Sommigen in groepjes, anderen alleen.
Soms fluisterden vader en moeder nog gauw even wat in het oor. Dan maar gauw een plaatsje weken in die prachtige zaal.
Toen de muziekgroep Sarfath het eerste liedje inzette, bleek al spoedig hoe zeer de honderden tieners geboeid werden door deze groep.
Het duurde dan ook niet lang of er werd enthousiast meegezongen. Het kostte Sarfath weinig moeite de jongens en meisjes een aantal liederen aan te leren. Begeleid door allerlei muziekinstrumenten zongen ze vol overgave over hun Heer.
Ook voor de tieners was het onderwerp voor die dag "Oog voor elkaar". Uitgangspunt voor de gesprekken daarover was een film. Indeze film zien we een indiaan die op de vlucht is. Zijn meisje voorziet hem van eten en drinken. Bovenal spreekt zij over hem met de gemeente waartoe zij behoort, waardoor hij in het gebed niet vergeten wordt.
Als hij uiteindelijk toch in de gevangenis is beland, hoort hij daar een evangelisatiegroep. Hij wordt gegrepen door de boodschap dat Jezus Christus voor zondaars gekomen is om hen te redden. Hij bekeert zich, Dan blijkt hoezeer Joe, de indianenjongen, een nieuw mens is geworden. Na zijn vrijlating is hij geen vechtersbaas meer, maar iemand die zelfs zijn oude vijand helpt.
Het motte van de film was: "Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping". (2 Cor. 5 : 17).
Na deze spannende film zwermden de tieners uit over de hele Hanzehof om onder leiding van gespreksleiders uit Emmeloord in 22 groepjes met elkaar te discussiëren. Enkele vragen waarover gesproken werd zijn: Hoe verklaar je de verandering in het leven van de hoofdpersoon uit de film?
Vind je ook, dat christen-zijn betekent dat je sommige dingen anders doet dan niet-christenen?
Heb je het gevoel dat je ook echt bij de gemeente hoort?
Merk je dat er rekening met je wordt gehouden?
En in het gezin? Hebben jullie daar tijd en aandacht voor elkaar?
In het middagprogramma werd alle andere bezoekers van de ontmoetingsdag duidelijk, waar onze jeugd zich die morgen mee bezig gehouden had.
In interview-vorm liet een aantal kinderen dat horen. Via een korte sketch werd duidelijk gemaakt dat kinderen veel tijd en aandacht nodig hebben. Ook werden de liederen gezongen die 's morgens ingestudeerd waren. Een aantal punten uit de discussies van 's morgens werd getoond met behulp van spandoeken.
Fijn was het dat de ouderen zo enthousiast reageerden op het optreden van de tieners. Hartverwarmend!
Zo was het ook voor de tieners een heel fijne dag en gezien hun enthousiaste reacties hebben ze beslist geen spijt gehad van hun komst.
Een reden temeer om over twee jaar met een nog groter aantal de ontmoetingsdag bij te wonen.

TESTBEELD

Slotwoord uitgesproken door ds J. C. Schaeffer op de Ontmoetingsdag 1980 in Zutphen.

Wat moet je nu nog zeggen aan het eind van deze Ontmoetingsdag? Je kunt zeggen: "Jammer, het is weer voorbij. Het was gezellig. Het was feestelijk. Het was een feest der herkenning van gezichten en gedachten en gezangen. Maar ook een feest van kennismaking met andere mensen en andere gedachten en nieuwe gezangen. Maar helaas, het is weer voorbijl"
Maar je kunt aan het einde van deze dag ook zeggen: "Nu begint het pas! We hebben voor het eerst of opnieuw gehoord wat God ons in Zijn Woord leert over het samenleven als verschillende mensen binnen de ene gemeente van Christus.
En nu gaan we met wat we hebben geleerd aan de slag. We gaan er mee aan het werk in ons gezin, op onze club of vereniging of bijbelkring. We brengen het in praktijk in de gemeente en daarbuiten: overal, waar God ons met anderen in aanraking brengt." Ja, laten we maar zeggen: Nu begint het. Want dan nemen we er nog wat van mee. Dan hebben al die mensen, die hier vandaag niet waren, er toch ook wat aan. En dan alleen is deze Ontmoetingsdag geslaagd te noemen.
De Ontmoetingsdag 1980 heeft aan zijn doel beantwoord als hij te gebruiken is als testbeeld, We weten allemaal wel wat een testbeeld is.
Het is het beeld dat op uw t.v.-scherm verschijnt vlak voordat de uitzending begint, Aan de hand daarvan kunt u testen of het beeld niet verschoven is naar links of rechts en of de kleuren wel goed zijn. Aan de hand van dit testbeeld kunt u nog voor het begin, van de uitzending de boel tijdig bijstellen.
Het zou bijzonder fijn zijn wanneer deze dag dus ons zo'n testbeeld te gebruiken is.
En als ik aan zou moeten geven welk beeld ons aan het eind van deze dag voor ogen moet staan en mag staan, dan denk ik aan een woord van Jezus, dat Hij enkele dagen voor Zijn kruisdood sprak.
Als Hij in de tempel bezig is het volk te onderwijzen wordt Hem plotseling de vraag voorgelegd: Is het geoorloofd de keizer belasting te betalen of niet? (Mark. 12: 13-17). Het is één van de vele strijdvragen, die op dat moment aktueel zijn. Hoe moet je je opstellen tegenover een bezettende macht?
Op zichzelf was dit vast en zeker een serieus probleem, dat mensen in gewetensnood kon brengen. Een probleem, zoals we ze vandaag ook kennen. En het is heel goed te begrijpen, dat men dan uitziet naar het verlossende woord van een wijs en vroom man.
Maar zo was de vraag aan Jezus niet bedoeld. De vragenstellers gingen helemaal niet gebukt onder het verschil. van mening dat op dit punt mogelijk was. Integendeel, het was hun bijzonder welkom. Het was hen er immers om te doen Jezus onmogelijk te maken bij de mensen.
Ze wilden Hem dwingen kleur te bekennen, stelling te nemen zus of zo. Maar hoe dan ook, Hij zou de ánders-denkenden (de linksen of de rechtsen, de duiven of de haviken), de rekkelijken of de preciezen) tegen zich innemen en van zioh vervreemden. En dat was hun opzet. Het verschil van mening kwam hun dus goed uit.
Dan zegt Jezus: Laat me eens zo'n belastingmunt zien. En vertel me eens, welk bééld vertoont zo'n geldstuk nou? Precies, het beeld van de keizer. Wel, geeft dan de keuzer wat de keizer en aan God wat God toekomt. Jezus bedoelt: Zoals dat geldstuk het beeld van de keizer vertoont, zo is de mens geroepen het beeld van God te vertonen.
Zoals die belastingmunten in zekere zin door de keizer zijn gemaakt, zo is de mens door God gemaakt.
Ja, geef de keizer zijn belastingpenningen maar, waar hij zijn beeld op heeft laten drukken en die dus zijn eigendom al zijn. Maar geeft
God wat Hem toekomt! En wat is het dan wat God toekomt? Dat is dat de hele mens met al zijn gedachten, woorden en daden Gods beeld vertoont.
Kijk, dat beeld van God is nu het testbeeld, dat ons voor ogen moet staan. God heeft eens de mensen naar Zijn beeld geschapen. En dan lezen we er op de eerste bladzijde van de bijbel veelzeggend achteraan: als man en vrouw schiep Hij hen. En met nog andere verschalen schiep Hij hen. Hij schiep denkers en doeners. Hij schiep gevoelsmensen en anderen, die meer verstandelijk zijn aangelegd. Hij schiep mensen met leidersgaven en anderen met kwaliteiten van onderwijzers of regelaars enz. We mogen geloven dat God zelf deze afwisseling in Zijn schepping heeft gelegd.
En in de samenvoeging van de vele onderscheiden kleuren en tinten vertoont de mensheid het beeld van God.
Maar door de macht van de zonde is de onderscheidenheid ontaard in gescheidenheid. Verschillen in karakter en in denken en in het beleven van de dingen worden tot tegenstellingen.
En dat leidt tot vijandschap en verwijdering. Het beeld van God versplintert in scherven, waar je je tot bloedens toe aan kan stoten. Zoals ze daar voor Jezus staan zijn de vragenstellers over die belastingkwestie een schrijnend beeld van de verdeeldheid van Gods volk. Vragen verworden tot strijdvragen. En al naargelang het antwoord word je ingedeeld in het kamp van vriend of vijand.
Maar zo krijgt God niet wat Hem toekomt. Want dan vertonen we Zijn beeld niet.
Zeker, zolang de zonde niet is uitgewerkt zullen bepaalde vragen verschillend beantwoord worden.
We zullen van anderen vinden dat ze teveel of te weinig zeggen, dat ze te ver voorop of te ver achteraan lopen, dat ze te bekrompen of te ongebonden denken. En anderen zullen dat van ons vinden. We rullen het in veel gevallen niet met elkaar eens worden.
Maar Gods beeld vertonen, dat is de ander om zijn anders-zijn en anders-denken niet uit mijn leven of uit de gemeente wégkijken, wégpraten, wégdoenl Zelfs wanneer het denken van de ander zich met het mijne niet verdraagt, zélfs wanneer het bij het licht van de Schrift bedenkelijk is - ook dan vraagt God dat we de ander aanvaarden.
Niet zijn gedachten en ideeën, als die verwerpelijk zijn. Maar wel de ander zélf! Zoals God mij aanvaard heeft, niet mét mijn zonden, maar wel ondanks mijn zonden.
Kijk, dan ontvangt God van ons wat Hem toekomt, Zo vertonen we Zijn beeld. Dan erkennen we dat de HEERE God is, dat Hij ons gemaakt heeft, mij en de ander, en dat we Hem toebehoren, de ander en ik, dat we samen Zijn volk zijn, de schapen die Hij weidt.
Hebben we vandaag het testbeeld goed gezien? Hebben we het beeld bijgesteld, scherper gesteld? Dan kan de uitzending nu beginnen

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief