Paradijs of gevangenis

2008-09-12
  • Jaargang 52
  • nummer 18
Negen van de tien keer rijden we eraan voorbij. Nu draaien we de snelweg af, het geraas van de auto's laten we achter ons, en onmiddellijk aan onze rechterhand duiken we het bos in. Achter het huisje van de 7 dwergen staat het dan: een onopvallend groene schuur met rondom een groot terrein eigen grond. De schuur is omgetoverd tot een gasthouse. We nemen alvast maar plaats op de tuinstoelen voor het huisje. Terwijl we genieten van de dennengeur en de rust zien we door het bos de huiseigenaar aan komen lopen. Met een tikje jaloersheid begroeten we hem.

Met een 'Het lijkt wel een paradijsje!' bemoedigt mijn man de huiseigenaar.
Deze tovert een grijns op zijn gezicht: 'Het is te koop!' Hij trekt er een stoel bij en begint te vertellen.
De huizen en het terrein zijn al generaties in de familie. De geschiedenis heeft het onderhoud op zijn bord geschoven. Er mag zoveel niet op het terrein en er moet zoveel betaald.
Langzaam wordt het ons duidelijk dat dit mooie plekje als een molensteen om zijn nek hangt. Schijnbare vrijheid… en zo is de eindconclusie van de huiseigenaar: 'Een paradijs voor de een is één gevangenis voor de ander.'

Vrijheid is niet te koop. De 'Amerikaanse droom' is een sprookje.
Hoe kom je erbij dat je door hard werken je vrijheid kunt kopen? Wie er in verstrikt raakt heeft geen tijd meer om na te denken. Hier is de les van de man die het in zijn schoot geworpen kreeg: Bezit is verantwoordelijkheid.
Kies waarvoor je leven wilt. Vrijheid staat niet te koop.

Maar hoe dan wel? Tijdens deze week zie ik de beelden van de opening van de Olympische Spelen. Het geheel vervult me met walging. Op mijn netvlies staan nog de beelden van de Chinezen die hun huizen kwijtraakten omwille van het straatbeeld van Beijing. En maar politiek glimlachen.
De moderne tribune is de TV. Het vermaak gaat niet over de rug van gladiatoren, maar over die van de lokale bevolking…

Inmiddels zitten we op onze tweede vakantiebestemming: een christelijke camping. We hebben een TV. Maar ik kan het niet over mijn hart verkrijgen naar de Spelen te kijken. Dan betrap ik mezelf erop hoe controversieel het is dat ik de luxe van een vakantiehuisje wel accepteer waarin ik me zo nu en dan nog gevangen voel ook. Zijn het Gods tranen, die regen? Vrijheid zie ik in mijn dochter die met moppen vertellen bij de kampeerders geld ophaalt voor de dakloze Chinezen van Beijing.
Een stukje van het gebroken paradijs in de gulle kampeerders.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief