Boekbespreking
1980-09-19
* De dag dat Tommy drie werd.- Jaargang 24
- nummer 35
prentenboek van Bedrich Fritta tekst Mies Bouhuys
gebonden f 19,90.
Den Haag, uitgeverij Omnibus, 1980.
* Voor Thomas op zijn derde verjaardag.
fascimile-editie gebonden in linnen band f 55,-
Den Haag, uitgeverij Omnibus, 1980.
Thomas (Tommy) is een joods tsjechisch jongetje dat op 22 januari 1941 werd geboren, Zijn ouders heetten Bedrich en Hansi Fritta. Dit joodse gezin kwam in 1942 aan in het concentratiekamp Theresienstadt, een doorgangskamp naar de afschuwelijke vernietigingskampen Auschwitz, Sobibor en Treblinka, waar soms 100,000 mensen waren bijeengedreven.
Bedrich Fritta was schilder en tekenaar, en hij werd evenals Leo Haas (buurman en vriend van Bedrich), en andere kunstenaars door de Duitsers tewerkgesteld in de tekenkamer van de bouwafdeling.
Dit betekende dat zij niet direct werden doorgestuurd naar de vernietigingskampen, Bedrich Fritta en Leo Haas en hun respectievelijke gezinnen hebben hun verblijf in Theresierîstadt op deze wijze twee jaar kunnen rekken.
In het geheim maakten zij ook tekeningen van het ghettoleven in het kamp, welke naar buiten het kamp konden worden gesmokkeld. Dit "illegale" werk werd echter ontdekt - ook al gebeurde het meestal diep in de nacht - en dit belastende tekenmateriaal werd zo'n ernstig vergrijp geacht dat Eichmann hen zelf een verhoor afnam ren zij op beschuldiging van "hoogverraad door middel van gruwelpropaganda" en de verspreiding daarvan in het buitenland, werden veroordeeld tot gevangenisstraf in de zgn. "Kleine Festung" van de Praagse Gestapo.
Na drie maanden werden Bedrich Fritta en Leo Haas naar Auschwitz doorgestuurd. Acht dagen na het transport overleed Bedrich in de ziekenbarak. Hij was aan het einde van zijn krachten en de moed om te overleven was hem totaal ontzonken. Zij vrouw Hansi Fritta overleed achtergebleven in de cel reeds spoedig en Erna Haas was in staat zich met inspanning van al haar krachten een jaar in eenzame opsluiting te bekommeren om Tommy die bij de bevrijding van Theresienstadt pas 4 jaar oud was.
Leo Haas overleefde de concentratiekampen eveneens, Hij en zijn vrouw 'Ontfermden zich na de oorlog over Tommy maar zij waren te zeer geschokt door de doorstane spanningen en ellende dan dat zij hem een goed tehuis konden geven. Leo had geen tijd voor Tommy en Erna was een geesteszieke vrouw geworden die Tommy vaak sloeg, hem soms aan de tafel vastbond, hem de mooiste cadeautjes gaf om ze vervolgens weer af te pakken en er in feite voor zorgde dat hij altijd bang was om naar huis te gaan en zelfs een keer uit angst voor zijn stiefmoeder in de kelder overnachtte, Tommy bracht enige tijd door in een studenten internaat in Praag en leerde na zijn diensttijd in het tsjechische leger zijn latere vrouw Vera kennen, In 1967 verhuisden zij naar West-
Duitsland waar hij thans als bibliothecaris in Mannheim werkzaam is. Bovenal is hij de gelukkige vader van een gezin met vier kinderen.
Leo Haas is de enige getuige geweest die na de oorlog de plaats wist op te sporen waar Bedrich Pritta zijn tekeningen en prentenboek voor Tommy had verborgen, want niet alle "illegale" tekeningen werden door de Duitsers gevonden.
Zij waren goed bewaard geble ven doordat zij in de schuilplaats van een muur aan ieders oog onttrokken waren gebleven. ' Leo Haas heeft deze unieke verzameling tekeningen aan Tommy overhandigd op zijn achttiende verjaardag en de facsimile-uitgave van het prentenboek is daarmee niet alleen voor Bedrich's zoon, maar ook voor zijn vier kleinkinderen en niet in de laatste plaats voor alle kin~ deren die hiervan getuigen kunnen zijn een ongelooflijke ervaring - alléén al door dit tragische bewogen verleden waarin de tekeningen zijn ontstaan.
Slechts weinig tekeningen in deze facsimile-uitgave herinneren daadwerkelijk aan het gruwelijke kampleven. Eigenlijk alleen de titelpagina, die luidt: "Voor Thomas op zijn derde verjaardag in Theresienstadt, 22 januari 1944”. We zien kleine Tommy staan, zonder luier, op en donkere beslagen dekenkist, terwijl hij door de opening van een ruwe bakstenen muur naar buiten staart, waar hij een vogel, en een kaal boompje ontwaan.
Het is een eenvoudig tekeningetje, eigenlijk gruwelijk in zijn eenvoud, en in zijn ontmaskerende "Aussage".
De overige tekeningen ontlenen hun reliëf en levenskracht vooral aan het feit dat zij in een' mensonterende, angstaanjagende omgeving zijn ontstaan. Want bijzonder zijn deze tekeningen niet vanwege hun artistiek of creatief gehalte.
Maar het feit dat een vader voor zijn driejarig zoontje het plan maakte om eigenhandig een reeks prentenboeken te tekenen daar in Theresienstadt is een daad die nauwelijks naar waarde wordt geschat als wij daaraan het predikaat "document humain" toekennen.
De tekst van Mies Bouhuys in "De dag dat Tommy drie werd" is wat de achtergrond van het leven in het concentratiekamp betreft geslaagd te noemen.
Het boek is in twee gedeelten verdeeld.
Het eerste luidt zoals de titel en beslaat 46 pagina's. Het tweede gedeelte heet "De reis van Tommy en zijn vader" en beslaat 42 pagina's.
Mies Bouhuys is er m.i. voorbeeldig in geslaagd zich niet alleen in de wereld de concentratiekampen in te leven, ook deze wereld te verwoorden voor kleine kinderen. Het is een grote opgave om de ontering van mensen, die veel dieper in levens ingrijpt dan fysieke pijn, voelbaar te maken en onder woorden te brengen. Een knap stuk werk.
Het tweede gedeelte acht ik wat minder geslaagd.
De tekstgedeelten bij een achtereenvolgende reeks plaatjes bestaan hier uit tweeregelige versjes en zijn m.i. net iets té moralistisch getint.
Zoals een plaatje van de sterke bokser, dat in de facsimile-uitgave één uit de ,reeks van mogelijke toekomstige beroepen voor Tommy is (dé ingenieur de detektive, de bokser, de schilder: de zakenman, de generaal) en dat bij Mies Bouhuys voorzien wordt van de volgende tekst:
"Op reis in de wereld - dat weet iedereen –
kom je er niet met sterk-zijn alleen."
En bij de detektive wordt vermeld:
"Ook niet door altijd, waar je maar gaat,
Te speuren naar boosheid, geloven in 't kwaad."
Het is jammer dat hier een "christelijk sausje" de plaatjes moet redden, plaatjes die op zichzelf heel sprekend zijn.
Daardoor krijgt het boek een wat dubbelzinnig karakter, omdat de plaatjes (in het tweede gedeelte) in een andere context gebruikt worden, bijna commercieel gebruikt - of liever misbruikt worden.
Daarom hoop ik dat de mensen vooral de facsimile-uitgave zullen aanschaffen omdat daarin ook een ontroerend vóorwoord is opgenomen van zowel Leo Haas, als Thomas Fritta-Haas, voldoende om het schrijnende leed op de achtergrond van dit indrukwekkende prentenboek te verduidelijken en dat welsprekender is dan welke moralistische lessen dan ook.