Evangelisch
2008-09-12
In De Saambinder, het landelijk blad van de Gereformeerde Gemeenten, is de Middelburgse ds. De Heer bezig met een lange serie over de Evangelischen.- Jaargang 52
- nummer 18
Dat is dus, even in cliché's gedacht: 'zwarte kousen' over 'happy-clappy'.
Dat is een heel verschil, maar l'extrêmes se touchent, de uitersten raken elkaar ook weer. Bij beide is er immers veel aandacht voor de beleving, voor datgene wat een mens meemaakt of mee moet maken om een kind van God te worden.
Ik neem een paar stukjes over uit De Saambinder van 7 augustus; de serie is dan inmiddels gevorderd tot aflevering 14. De Heer maakt een tussenbalans op:
We hebben uitvoerig geluisterd naar de manier waarop in evangelische kring wordt gesproken over bekering en geloof en hoe dit beleefd wordt. Als afronding van dit onderdeel () willen we enkele conclusies trekken.
'Uitvoerig geluisterd'; maar ook écht geluisterd? Of toch vooral op zoek geweest naar bevestiging van het eigen gelijk? De Heer:
Verschillende malen hebben we ons afgevraagd of leer en leven binnen de evangelische beweging herkenning oproept. In de geloofsleer bleken inderdaad punten van herkenning te zijn. Maar nu we gehoord hebben hoe gesproken wordt over geloof en bekering, kunnen we van herkenning helaas niet meer spreken. () Waarom stoot de evangelische manier van spreken en schrijven over geloof en bekering vaak af? Enkele oorzaken willen we benoemen. () We hebben er al op gewezen dat de evangelische beweging de zonde en de zondeval niet ontkent. Sommige schrijvers ontlopen het onderwerp zonde en schuld niet, maar toch is dit niet algemeen.
De totale verlorenheid van de mens, de hemelhoge schuld die op ons rust en die we dagelijks groter maken, onze onbekwaamheid tot enig goed en geneigdheid tot alle kwaad zijn onderwerpen die in een doorsnee evangelische toespraak niet voorkomen. () Ook de manier waarop de evangelische beweging de boodschap van het Evangelie uitdraagt stoot af. We bedoelen nu niet de middelen die daarvoor worden ingezet zoals dans en drama. () Het gaat nu om de boodschap zelf. Het Evangelie, het woord zegt het al, is een boodschap van blijdschap en vreugde voor hen die treuren over de zonde. Het is goed nieuws voor slechte mensen. Nooit mogen we daar iets van af doen. De rijkdom van Gods genade en eeuwige zondaarsliefde mag en moet worden verkondigd.
Echter, heeft God Zijn knechten de opdracht gegeven om het Evangelie zo uit te dragen dat het min of meer kan concurreren met de genoegens die de wereld aan zijn volgelingen biedt?
'Gratis feest bij de Koning', zo stond () boven een bijbelstudie (). Bedoelt Christus in Zijn gelijkenis echt een soort wereldse sfeer van blijdschap als Hij de gelijkenis van de koninklijke bruiloft vertelt? Of is het een blijdschap die een gevolg is van diepe verwondering over zoveel zondaarsliefde van God tot gevallen zondaren?
Opvallend in dit verband is dat in het evangelische taalgebruik het woord feest zo vaak verbonden wordt met het Evangelie. () De aantrekkelijkheid van het Evangelie ligt echter helemaal niet in de sfeer die mensen eromheen maken, maar in de boodschap zelf. Hoe meer daar om heen bedacht wordt om jong en oud aan te trekken, hoe meer het goud van het Evangelie verdonkerd wordt.
Ook de sterke nadruk op de keuze van de mens zorgt voor een gevoel van vervreemding ten opzichte van de evangelische beweging. Om misverstanden uit te sluiten, in de Bijbel lezen we vaak een zeer klemmende oproep tot bekering.
() Maar nergens lezen we dat Gods knechten in de Bijbel de mensen zo snel mogelijk moeten leiden tot een 'keuze voor Jezus'. Die nadruk op het keuzemoment is echter zo overheersend en zo bepalend voor het evangelische denken over bekering, dat het niet meer weg te denken is. () De manier waarop mensen over hun bekering spreken trekt ook niet aan.
Na afloop van de EO-Jongerendag van vorig jaar publiceerde de omroep enkele getuigenissen van jongeren en oude-
ren die de dag hadden bijgewoond.
Een meisje van zestien jaar vertelde het volgende: 'Het was voor mij een heel bijzondere dag. Constantijn hield een preek over God als je Vader, je pappie.
Dat sprak me zo aan. Iedereen die God zijn/haar Vader wilde noemen, mocht naar voren komen. Ik begon helemaal te trillen, heel vreemd, en had kippenvel.
Maar ik voelde dat ik moest opstaan en naar voren moest lopen.
Dat heb ik toen ook gedaan. Bij het hek heb ik meegebeden met Constantijn. Ik voelde en wist op dat moment: er is meer, God is echt mijn Vader.' Bij het lezen van zo'n getuigenis kan medelijden het hart vervullen. Arm kind, denk je dan, heb je jezelf zo laten meeslepen door de sfeer? Maar ook, wat een verantwoordelijkheid om jonge mensen zo te bedriegen. Vol trots meldde de EO dat er minstens 100 jongeren waren die een eerste keuze voor Jezus hadden gemaakt...
M.H.T. Biewenga
Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK in Enschede.